Standpunt Weidevogels

Nederland is van oudsher een weidevogelland. Van sommige soorten, zoals de grutto en scholekster, komen internationaal bezien in ons land uiterst belangrijke aantallen voor. Nederland draagt daarom een grote verantwoordelijkheid voor het behoud van voldoende grote, gezonde populaties.

Probleem

De aantallen van de meeste weidevogelsoorten nog steeds onrustbarend af, ondanks dat al sinds 1975 beleidsprogramma’s voor weidevogels worden uitgevoerd, waarbij reservaten werden aangekocht en ingericht voor weidevogels en (agrarisch natuur-)beheerovereenkomsten werden gesloten met boeren.
Er bestaan veel knelpunten rond de bescherming van weidevogels. Het voornaamste knelpunt is de voortdurende afname van geschikt leefgebied, met als hoofdoorzaken intensivering van de agrarische productie en toenemende ruimtelijke druk, onder andere door verstedelijking.
De sterke intensivering gaat gepaard met verlaging van het grondwaterpeil, monocultuur en grootschalige teelt van maïs. Graslanden worden ook steeds vroeger en meerdere malen per jaar gemaaid. Hierdoor hebben weidevogels onvoldoende tijd en ruimte om hun broed- en opgroeicyclus te voltooien. De overlevingskans van weidevogelkuikens is erg klein geworden, omdat in moderne graslanden meestal onvoldoende voedsel en dekking te vinden is.

Standpunt

  • Vogelbescherming zet zich in voor stabiele en soortenrijke weidevogelpopulaties en vindt dat weidevogels het meest gebaat zijn bij een gebiedsgericht en effectief beheer in weidevogelkerngebieden. Hier staan ecologische randvoorwaarden voor weidevogels centraal. Dat betekent dat beschikbare middelen vooral moeten worden ingezet in die gebieden waar nog veel weidevogels broeden en waar maatregelen dus effectief kunnen zijn: de zogeheten kerngebieden. Een goed kerngebied is een groot, aaneengesloten open gebied met in het voorjaar vochtige tot natte bloemrijke graslanden die goed worden beheerd. Dus met een hoge grondwaterstand en voldoende kruidenrijke percelen die laat gemaaid worden en voedsel en dekking bieden aan volwassen vogels én kuikens. 
  • Nu er nog zo weinig broedparen over zijn, versterkt predatie in sommige regio’s het probleem voor de weidevogels. In goede weidevogelgebieden waar toch veel predatie is, kunnen maatregelen genomen worden die ervoor zorgen dat verschillende roofdieren het gebied niet in kunnen komen. Dat is maatwerk. Simpele oplossingen voor de predatieproblematiek bestaan niet. Lees het predatiestandpunt
  • Vogelbescherming vindt dat de provincies en het Rijk zich in moeten spannen voor de realisatie van weidevogelkerngebieden. Zij dienen ervoor te zorgen dat deze gebieden optimaal worden ingericht, beheerd en ruimtelijk beschermd. Dit laatste houdt in dat weidevogelgebieden goed beschermd worden tegen bebouwing, wegaanleg en andere functieveranderingen. Voor verlies aan weidevogelareaal moeten overheden een fysieke weidevogelcompensatieregeling hanteren.
  • Vogelbescherming vindt dat het concentreren van inspanningen in kerngebieden er niet toe mag leiden, dat (weide)vogels elders in het boerenland aan hun lot worden overgelaten. Overheden dienen ook te blijven investeren in een ‘basisnatuurkwaliteit’ op het boerenland.
  • Als noodmaatregel is in enkele provincies het idee geopperd om ‘kansloze legsels’ met broedmachines uit te broeden. Uitbroeden van eieren vindt Vogelbescherming een uiterste noodmaatregel, die alleen onder zeer strikte randvoorwaarden overwogen zou kunnen worden voor Rode Lijst-soorten met de status ‘ernstig bedreigd’. Weidevogels vallen niet in die categorie. Het argument dat alleen ‘kansloze eieren’ worden geraapt leidt de aandacht af van het werkelijke probleem: onvoldoende kwalitatief goed broedgebied. Alle betrokken partijen moeten er met elkaar alles aan doen om de eerste legsels te laten slagen. Die zijn het meest kansrijk om ‘rekruten’ voort te brengen: de jongen die succesvol terugkeren naar Nederland om zelf te gaan broeden en jongen groot te brengen.
  • Monitoring en onderzoek moeten integraal onderdeel uitmaken van het weidevogelbeleid.

Wat doet Vogelbescherming?

Lobby voor beter beleid

  • Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van de Europese Unie is sterk bepalend voor de inrichting en het gebruik van het landelijk gebied. Vogelbescherming streeft daarom naar een Europees landbouwbeleid dat zich voortaan primair richt op beloning van maatschappelijke doelen, waaronder weidevogelbeheer. Vogelbescherming wil dat boeren de EU-inkomenssteun alleen ontvangen als zij zich inspannen voor het behouden van gezonde, duurzame populaties boerenlandvogels, zoals weidevogels.
  • Vogelbescherming is van mening dat de rijksoverheid zich onvoldoende inspant voor de bescherming van weide- en akkervogels. Daarom heeft Vogelbescherming op 8 november 2016 bij de Europese Commissie een klacht tegen de Nederlandse overheid ingediend. Lees verder

Kennis delen en verspreiden

  • Kennis is een cruciale pijler onder het werk van Vogelbescherming. We zijn medefinancier van de leerstoel van Prof. Theunis Piersma (Rijksuniversiteit Groningen). 
  • Als (co-)financier maken we mede onderzoek mogelijk, bijvoorbeeld naar maatregelen die kievitkuikens betere kansen moeten geven (Jaar van de Kievit 2016). 
  • Wetenschappelijke publicaties worden vaak niet door ‘praktijkmensen’ gelezen. Daarom maken we deze kennis breder beschikbaar bijvoorbeeld via de factsheets weide- en akkersvogels. We pleiten voor meer aandacht voor agrarisch natuurbeheer in de agrarische beroepsopleidingen.
  • Vogelbescherming stimuleert weidevogelvriendelijk agrarisch beheer en heeft daarom het kennisnetwerk ‘Weidevogelboerderijen’ opgericht. In het netwerk kunnen boeren ervaringen uitwisselen, geslaagde voorbeelden presenteren en nieuwe ideeën opdoen. In eigen media van Vogelbescherming wordt hun werk voor het voetlicht gebracht. Het is belangrijk dat deze boeren steun en maatschappelijke waardering krijgen. 
  • Vogelbescherming is verder in overleg met natuurterreinbeheerders. In veel weidevogelreservaten kunnen inrichting en beheer namelijk worden verbeterd. Ook in de cruciale samenwerking tussen agrariërs en natuurterreinbeheerders kunnen nog grote stappen worden gezet.

Publiekscampagne

  • Een werkelijke omslag voor weidevogels kan alleen bereikt worden als dat gesteund wordt door een belangrijk deel van de bevolking. Alleen met maatschappelijk draagvlak zijn de noodzakelijke veranderingen in de landbouw mogelijk. Daarvoor organiseren we de publiekscampagne Red de Rijke Weide. We informeren het publiek over de weidevogelproblematiek, mobiliseren mensen om druk uit te oefenen op de politiek en zuivelbedrijven om zich in te spannen voor weidevogels. We roepen consumenten op zuivel te kopen van boeren die zich extra inspannen voor weidevogels.

Nieuwe verdienmodellen: voedsel- en grondspoor

  • Ook onderzoekt en ondersteunt Vogelbescherming nieuwe mogelijkheden voor duurzame financiering van boeren, die weidevogels een goede plaats in hun bedrijf willen geven. Met boeren en zuivelbedrijven zorgen we er voor dat er nieuwe producten op de markt komen, waar van een deel van de opbrengst naar extra weidevogelbeheer gaat. Dat doen we onder meer via samenwerkingsverbanden rondom Weideweelde, Weerribben Zuivel, Amstelland NatuurZuivel, CZ Rouveen, Red de Rijke Weidekaas en het project Polderpracht op Terschelling. Weidevogels kunnen namelijk prima samen gaan met een duurzame, toekomstbestendige melkveehouderij. Lees verder
  • Met kapitaalkrachtige investeerders en het brede publiek zorgen we er voor dat goede weidevogelgrond veilig wordt gesteld. We hebben een Red de Rijke Weidefonds opgericht, waarmee weidevogelgrond van stoppende  boeren veilig gesteld kunnen worden.

Gerelateerde items