Wet- en regelgeving

Bij de bescherming van vogels en hun leefgebieden spelen veel wetten en regels een rol. Vogelbescherming heeft met al die wetten en regels te maken. We denken vaak mee bij het opstellen ervan, en we gebruiken ze als 'gereedschap' in ons werk.

Eerste Vogelwet

Ruim een eeuw geleden waren er nauwelijks regels om vogels te beschermen. De Jachtwet reguleerde de jacht op een aantal vogelsoorten, maar van bescherming was niet of nauwelijks sprake. De wet tot bescherming van diersoorten nuttig voor landbouw of houtteelt uit 1880 beschermde een beperkt aantal vogels (vooral insecteneters). Het gros van de vogels was echter nog vogelvrij en dat veranderde pas met de vaststelling van de eerste Vogelwet. Die had als uitgangspunt dat in beginsel bescherming werd geboden aan alle vogels.

In 1899 werd Vogelbescherming Nederland opgericht, uit protest tegen het gebruik van dode vogels als versiering in de mode. En ook Natuurmonumenten is rond die tijd opgericht. Mensen kregen aan het begin van de twintigste eeuw steeds meer het besef dat de natuur bescherming verdient. Vogelbescherming stond aan de wieg van de eerste Vogelwet uit 1912, die destijds uniek bleek voor Europa. In één klap werden bijna alle inheemse vogelsoorten wettelijk beschermd. Deze Vogelwet is in 1936 en 1994 aangescherpt.

Vogels én leefgebied

De Vogelwet verbood o.a. het doden en vangen van vogels en het verstoren van hun nesten. Pas tientallen jaren later werd wetgeving vastgesteld ter bescherming van hun leefgebied. De Natuurbeschermingswet die in 1967 werd vastgesteld en in 1998 grondig is herzien bood bescherming aan de belangrijkste leefgebieden van vogels. Deze wet werd gecomplementeerd door de Flora- en faunawet die begin deze eeuw in de plaats kwam van de Vogelwet en de Jachtwet. De Flora- en Faunawet bood algemene bescherming aan alle inheemse vogels. De Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet zijn op 1 januari 2017 vervangen door de Wet natuurbescherming die bescherming biedt aan alle inheemse vogels en hun belangrijkste leefgebieden.

Europese regels

Vogels kennen geen grenzen. En ook in het buitenland zijn er bedreigingen voor 'onze' trekvogels. Bijvoorbeeld door jacht of door het verdwijnen van hun overwinteringsgebied. Daarom is het niet voldoende alleen op Nederlands grondgebied vogels en leefgebieden te beschermen. Op Europees niveau zijn daarvoor vooral de Vogelrichtlijn uit 1979 en de Habitatrichtlijn uit 1992 van groot belang. Europese landen werken daarbij aan de ontwikkeling van een ecologisch netwerk van beschermde natuurgebieden. Dit initiatief heet Natura 2000.

Wereldwijde regels

Ook wereldwijd zijn er afspraken gemaakt om de natuur te beschermen. Zo zijn bijna 200 landen aangesloten bij het Verdrag inzake biologische diversiteit uit 1992. Dit verdrag is gericht op het behoud van biodiversiteit en duurzaam gebruik van bestanddelen daarvan, inclusief het voorkomen dat soorten uitsterven. Andere belangrijke mondiale natuurbeschermingsverdragen zijn:

In het kader van het verdrag van Bonn zijn verschillende overeenkomsten en andere instrumenten tot stand gekomen die zijn gericht op bescherming van trekvogels. De belangrijkste daarvan is de Overeenkomst inzake de bescherming van Afrikaans-Euraziatische trekkende watervogels (AEWA, 1996). In 2014 is in het kader van het verdrag van Bonn een actieplan vastgesteld voor trekkende landvogels (AEMPLAP).