Navigatie overslaan
Vos / Birdphoto

Vos / Birdphoto

Standpunt Predatie weidevogels

Weidevogelbeschermers en boeren met hart voor weidevogels worden vaak geconfronteerd met predatie van weidevogels. Ofwel, met eieren en kuikens die opgegeten worden door vossen, kraaien, reigers en allerlei andere dieren. Zeer frustrerend voor iedereen die veel tijd en energie steekt in de bescherming van vogels. De achteruitgang van weidevogels wordt vaak geweten aan predatie.

Probleem

Als eieren en kuikens van weidevogels worden opgegeten door roofdieren, is er sprake van predatie. Dat doen bijvoorbeeld vossen, marters en ratten. Maar ook katten. Vogels kunnen ook andere vogels prederen: een boomvalk vangt boerenzwaluwen, reigers eten eendenpullen, de buizerd vangt ook weidevogelkuikens en kraaien lusten graag een weidevogelei.

Weidevogels zijn grondbroeders: ze maken hun nest op de grond en zitten daar een kleine maand op te broeden. Hun kuikens zijn nestvlieders en scharrelen zelf gedurende een maand hun kostje op de grond bij elkaar. Dat betekent dat grondbroeders zo’n twee maanden lang kwetsbaar zijn voor predatie, niet alleen door roofvogels, maar ook door zoogdieren als vossen en marterachtigen.

Predatie kan een probleem zijn, maar het is niet de belangrijkste oorzaak van de teruggang van weidevogels. Dat blijkt uit tal van wetenschappelijke studies. Het grootste probleem voor de weidevogels is het verdwijnen van geschikt leefgebied door het steeds intensievere gebruik van het boerenland. De grootschalige weidelandschappen met een te lage grondwaterstand en eentonig raaigras dat vaak en vroeg in het jaar gemaaid wordt, bieden weidevogels te weinig voortplantingskansen. Maar ook stadsuitbreiding, wegenaanleg en de toenemende recreatie kunnen op gebiedsniveau belangrijke negatieve factoren zijn.

Goede weidevogelgebieden zijn de afgelopen decennia steeds schaarser geworden. Om de weidevogels te redden is het dan ook een absolute voorwaarde dat er meer geschikte bloemrijke weilanden komen waar kuikens veilig zijn en voldoende voedsel kunnen vinden.

Standpunt

  • Als predatoren beschermde nesten leeghalen is dat zeer frustrerend voor de boeren, vrijwilligers en natuurbeschermers die zich gepassioneerd voor weidevogels inzetten. Vogelbescherming begrijpt deze frustratie. Anderzijds kunnen we als natuurbeschermingsorganisatie niet om het feit heen dat predatie een natuurlijk fenomeen is.
  • Als er voldoende geschikt leefgebied is voor weidevogels en hun kuikens dan zou predatie geen gevaar voor het voortbestaan van de soort moeten zijn. Met geschikt bedoelen we grote gebieden van voldoende kwaliteit voor voedsel, veiligheid en voortplanting. Soms blijken predatoren flinke schade te kunnen aanrichten in de kerngebieden. Het aantal weidevogels en het aantal goede grotere gebieden is echter inmiddels zo klein dat predatie ook in deze gebieden grote impact kan hebben.
  • Er is nog maar weinig echt geschikt leefgebied voor weidevogels in Nederland. In nog maar enkele gebieden vinden we redelijk grote aantallen weidevogels. Het is effectief om het beheer te concentreren in deze zogeheten weidevogelkerngebieden. Boeren en natuurterreinbeheerders nemen daar samen extra maatregelen om de weidevogels te helpen overleven.
  • De inspanning in Nederland moet vooral gericht zijn op het vergroten en verbeteren van leefgebied van weidevogels, te beginnen in deze kerngebieden. Dat betekent een hoog waterpeil, voldoende openheid en rust, voldoende oppervlakte kruidenrijk grasland en voldoende kuikenland.
  • Het bestrijden van predatoren begint bij maatregelen zoals het landschap ongeschikter maken voor predatoren en door predatoren te weren, bijvoorbeeld met tijdelijke rasters of schrikdraad.
  • Het actief bestrijden van inheemse predatoren, zoals vossen en kraaien, is volgens Vogelbescherming alleen in uiterste gevallen een optie. Daarvoor hebben we een afwegingskader opgesteld. Vóór alles geldt: werk uitsluitend op basis van systematisch verzamelde feiten en de best beschikbare kennis. Eerst doordenken, dan pas doen en altijd de effecten monitoren.

Wat doet Vogelbescherming

  • Een ander soort landbouw helpen realiseren met voldoende hoge waterstand en met flinke stukken kruidenrijk grasland met veel insecten: meer zorg voor natuur en vogels. Vogelbescherming Nederland wil belangrijke weide- en akkervogelgebieden veiligstellen en uitbreiden. Ook ondersteunen we een kennisnetwerk van boerenlandvogelboeren, helpen we de ontwikkeling van vogelvriendelijke (zuivel) producten voor een beter verdienmodel voor boeren en lobbyen we voor een beter landbouwbeleid. Lees meer over wat we doen.
  • We weten onvoldoende wat de factoren zijn die de talrijkheid van predatoren beïnvloeden en welke ingrepen er mogelijk zijn om soorten met beschermingsprioriteit (grondbroedende vogels) tegen predatie te kunnen beschermen. Daarom willen we meer kennis vergaren over hoe predatoren jaarrond functioneren en hoe ze gebruik maken van het landschap, om zo hun impact op kwetsbare populaties van grondbroeders te verminderen.
  • Een brede samenwerking is daarbij essentieel, omdat het vraagstuk complex is. Daarnaast vinden we het minstens zo belangrijk dat we komen tot breed gedragen resultaten die het maatschappelijk debat kunnen voeden en perspectief bieden om te werken aan herstel van biodiversiteit.
  • Ons overkoepelende doel is meer kennis bij beleidsmakers, terreinbeheerders, boeren en mensen in het veld over effectief predatorbeheer, wat resulteert in het verminderen van de predatiedruk op grondbroedende vogels.

Belangrijke bronnen waar Vogelbescherming zich mede op baseert (in alfabetische volgorde)