Soortbescherming

Alle vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen zijn beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. De bescherming van alle inheemse vogels en andere beschermde dier- en plantensoorten is in Nederland geregeld in de Wet natuurbescherming.

Algemene zorgplicht

De Wet natuurbescherming bevat een algemene zorgplicht (artikel 1.11). Die vereist dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De zorgplicht houdt in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen worden veroorzaakt, verplicht is:

  • dergelijke handelingen achterwege te laten, dan wel,
  • indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen te treffen om die gevolgen te voorkomen, of
  • voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.

Deze zorgplicht is niet strafrechtelijk handhaafbaar, maar wel bestuursrechtelijk (o.a. via toepassing van bestuursdwang door het bevoegde bestuursorgaan).

Verbodsbepalingen

De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland, inclusief de stad. De wet verbiedt:

  • het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1);
  • het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3. 1 lid 2);
  • het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3);
  • het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4);
  • het bezit, het vervoer en de handel in de vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2). Dit verbod geldt niet voor vogels die aantoonbaar overeenkomstig de wet zijn gedood, gevangen of verkregen.

Overtreding van deze verboden is een economisch delict en kan leiden tot strafrechtelijke vervolging. De verboden worden ook bestuursrechtelijk gehandhaafd.

Ontheffingen en vrijstellingen

Uitzonderingen op de verboden zijn onder strikte voorwaarden mogelijk. Daarvoor is een ontheffing nodig van gedeputeerde staten van de betreffende provincie en in sommige gevallen van het Ministerie van Economische Zaken (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Er bestaan daarnaast verschillende vrijstellingsregelingen, o.a. voor werkzaamheden die aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig door het Ministerie goedgekeurde gedragscodes.

Rode Lijst

Rode Lijsten bevatten soorten die bedreigd worden of kwetsbaar zijn. Rode Lijsten hebben geen juridische status, maar hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. De huidige Rode Lijst van de Nederlandse broedvogels is in 2004 vastgesteld door het Ministerie van Economische Zaken. Op deze Rode Lijst staan 78 Nederlandse broedvogels. Voor deze soorten geldt een hogere prioriteit bij het nemen van actieve beschermingsmaatregelen, bijvoorbeeld door hun leefgebieden te verbeteren. De Wet natuurbescherming vereist van provincies dat zij de nodige maatregelen nemen voor het behoud en herstel van soorten die op de Rode Lijst staan (artikel 1.12).

Download

Meer informatie:

 

Gerelateerde items