Navigatie overslaan
Grauwe gans / Jelle de Jong

Veelgestelde vragen wet- en regelgeving

Wetgeving

Onder de bescherming van de Omgevingswet (die per 2024 de Wet natuurbecherming heeft vervangen) vallen alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten in Nederland.

Geen bescherming, maar zorgplicht

Vogels die gekweekt of gehouden worden of nakomelingen van gedomesticeerde vogels, vallen dus niet onder deze bescherming. Stadsduiven en boerenganzen bijvoorbeeld zijn geen beschermde inheemse diersoort.
Exoten zoals de halsbandparkiet komen niet van nature in Nederland voor, het zijn ontsnapte vogels die zich in het wild hebben kunnen voortplanten en zijn dus ook geen beschermde diersoort. Deze vogels vallen wel onder de algemene zorgplicht (afdeling 1.3 Omgevingswet) die bepaalt dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en hun directe leefomgeving en het algemene verbod op dierenmishandeling (artikel 2.1 Wet dieren).

Wat houdt bescherming in?

De bescherming van wilde, inheemse vogels krijgt vorm door bepaalde nadelige handelingen te verbieden, zoals:

  • het verbod op het opzettelijk doden of vangen van vogels;
  • het verbod op het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten;
  • het verbod op het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels;
  • het verbod op het opzettelijk storen van vogels;
  • het verbod op het bezit, het vervoer en de handel in de vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan het verbod.

De Vogelrichtlijn biedt bescherming aan alle van nature in het wild voorkomende vogels en hun leefgebieden in de EU. De Habitatrichtlijn doet hetzelfde voor een groot aantal andere dier- en plantensoorten en habitats die van Europees belang zijn. De Habitatrichtlijn vormt ook de basis voor het Natura 2000-netwerk, waar veel belangrijke vogelgebieden deel van uitmaken.

Beide richtlijnen zijn in 2024 aangevuld met een nieuwe natuurherstelverordening die een impuls geeft aan natuurherstel in de EU, inclusief het herstel van aangetaste leefgebieden van vogels. Naast deze EU-wetgeving zijn vogels en hun leefgebieden beschermd onder een groot aantal natuurbeschermingsverdragen.

Die taak ligt primair bij de provincies en in gevallen van nationaal belang het Rijk. Zij hebben een beginselplicht tot handhaving en de bevoegdheid om personen aan te wijzen als toezichthouders.

Het bevoegde bestuursorgaan (meestal gedeputeerde staten van de provincie, soms de bevoegde minister) kan verschillende bestuurlijke sancties en maatregelen opleggen bij een (dreigende) overtreding. De belangrijkste zijn een waarschuwing, intrekking van een beschikking, een last onder bestuursdwang of dwangsom en een bestuurlijke boete.

Justitiële instanties zoals de politie en buitengewoon opsporingsambtenaren, het Openbaar Ministerie en de strafrechter zijn verantwoordelijk voor de strafrechtelijk handhaving van de natuurwetgeving.

Ja, daar zijn er heel veel van. Die uitzonderingen worden door het bevoegd gezag hoofdzakelijk gemaakt door het verlenen van een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit, of de aanwijzing van vergunningvrije gevallen.

De voorwaarden voor het maken van deze uitzonderingen zijn steeds hetzelfde:

  1. er bestaat geen andere bevredigende oplossing;
  2. het is nodig voor een reden die in de wet wordt genoemd; en
  3. de maatregelen mogen niet leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Daarnaast zijn er voorgeschreven vormvoorschriften die moeten verzekeren dat de uitzondering zich beperkt tot het strikt noodzakelijke.

Rode Lijsten vestigen de aandacht op planten- en diersoorten die bedreigd worden of al verdwenen zijn. Een Rode Lijst geeft een opsomming van soorten die in een bepaald gebied - regio, land of op wereldschaal - in de problemen zitten. Nederland heeft een eigen lijst van kwetsbare en bedreigde broedvogels die in 2017 is vastgesteld. Download hier het Basisrapport voor de Rode Lijst Vogels volgens Nederlandse en IUCN–criteria.

Meer informatie van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels is hier te vinden.

Natura 2000 is een Europees ecologische netwerk van natuurgebieden waarmee de meest bijzondere en waardevolle natuur van Europa wordt beschermd. Natura 2000 bestaat in Nederland uit ruim 160 gebieden die onder de Habitat- en Vogelrichtlijn zijn aangewezen. Dit is Europese wetgeving om vogels en leefgebieden te beschermen. Natura 2000-gebieden zijn aangewezen omdat er Europees beschermde dier- en plantensoorten voorkomen.

Alle gebieden zijn te vinden in de gebiedendatabase van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Natura 2000-gebieden zijn strikt beschermd. Dit betekent dat schadelijke activiteiten daar in beginsel niet mogen plaatsvinden. De wet bevat een specifieke zorgplicht voor Natura 2000-gebieden én een vergunningplicht voor potentieel schadelijke plannen en projecten. Dergelijke plannen en projecten mogen uitsluitend worden toegestaan als het zeker is dat ze geen significante gevolgen zullen hebben voor de natuurwaarden waarvoor het betreffende Natura 2000-gebied is aangewezen. De bewijslast ligt bij de initiatiefnemer van het plan of project.

Sommige leefgebieden van vogels maken deel uit van het natuurnetwerk Nederland waarvoor provincies een beschermingsregime hebben opgenomen in hun omgevingsverordeningen. Provincies beschermen soms ook gebieden buiten het natuurnetwerk Nederland in hun omgevingsverordeningen, bijvoorbeeld weidevogelgebieden. Gemeenten kunnen ook regels stellen in hun omgevingsplan voor activiteiten op locaties die de functie natuur zijn toebedeeld.

Belangrijke vogelgebieden zijn gebieden die van internationaal belang zijn voor vogels. Het gaat om gebieden waar regelmatig grote aantallen vogels voorkomen en gebieden die van cruciaal belang zijn als broed-, voedsel- of rustgebied voor vogels. BirdLife International, de koepelorganisatie van Vogelbescherming, heeft wetenschappelijke criteria ontwikkeld voor de identificatie van belangrijke vogelgebieden. Het idee hiervoor ontstond bij Vogelbescherming.

In Nederland zijn de belangrijkste vogelgebieden aangewezen als Natura 2000-gebied (vogelrichtlijngebied) of anderszins wettelijk beschermd, maar (nog) niet alle.

Dat kan bij het verantwoordelijke bestuursorgaan (meestal gedeputeerde staten van de provincie, soms de bevoegde minister) en bij spoedeisende zaken de politie (de plaatselijke/regionale politie of via het landelijke servicenummer 0900–8844; vraag naar het regionale milieuteam).Daarnaast kun je een melding doen op: natuurverstoring.nl.

Een melding doen kan in veel gevallen bij de betreffende omgevingsdienst (soms aangeduid als regionale uitvoeringsdienst) en anders rechtstreeks bij de provincie. Voor meldingen voor natuuractiviteiten waar het Rijk voor verantwoordelijk is (zoals illegale handel in vogels), kunt u terecht bij de NVWA (0900-0388) en het klantportaal van de RVO. Na de melding bepaalt het bevoegd gezag zelf of zij de zaak gaat onderzoeken en indien nodig overgaat tot handhaving.

Misstanden rondom het welzijn van vogels kun je doorgeven aan de landelijke inspectiedienst van de Dierenbescherming via het landelijke nummer: 144.

Jacht en schadebestrijding

Plezierjacht

Jacht is geregeld in de Omgevingswet. De wet verstaat onder jagen het bemachtigen, opzettelijk doden of met het oog daarop opsporen van wild alsmede het doen van pogingen daartoe. Vogels waarop de jacht is geopend zijn: fazant, houtduif en wilde eend. Het jachtseizoen voor fazanthanen en houtduiven is geopend van 15 oktober tot 31 januari, voor fazanthennen van 15 oktober tot 31 december en voor wilde eenden van 15 augustus tot 31 januari.

Vogelbescherming Nederland is tegen het onnodig doden van wilde vogels, dus vindt plezierjacht in Nederland op vogels onwenselijk.

Schadebestrijding

Behalve jacht biedt de Omgevingswet ook de mogelijkheid om een uitzondering te maken op de algemene bescherming van beschermde diersoorten. Dan gaat het om beheer en schadebestrijding. Het doden van vogels om schade te voorkomen of te bestrijden vindt Vogelbescherming toelaatbaar indien het om ernstige schade gaat, alle andere middelen om deze schade te voorkomen of te bestrijden hebben gefaald en compensatie voor de geleden schade geen optie is.

Een grondeigenaar of -gebruiker mag dode kraaiachtigen (zwarte kraai, kauw) ophangen, maar alleen als de dieren zijn gedood volgens de wettelijke bepalingen voor schadebestrijding. In dat geval handelt hij niet in strijd met de Omgevingswet. De dieren mogen door hemzelf, maar ook door iemand anders (een boer uit de omgeving), in het kader van schadebestrijding zijn gedood. Hij mag ze vervoeren en ophangen. Of het daadwerkelijk helpt is zeer de vraag, maar het is helaas wel toegestaan.

Broedseizoen

 

Voor het broedseizoen staat geen vaste periode. De looptijd verschilt per soort en varieert per jaar. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart en 15 juli. Moerasvogels en andere watervogels broeden meestal tussen 1 april en 15 augustus. Vogelsoorten zoals de blauwe reiger en de bosuil beginnen al in februari te broeden en bepaalde (zang)vogels broeden nog in augustus.

Nesten en eieren zijn gedurende de hele broedperiode beschermd, vanaf het eerste takje, tot het uitvliegen van het laatste jong.

Tijdens het broeden mogen nesten, eieren en broedende vogels niet worden verstoord. Er mogen dan dus geen werkzaamheden worden uitgevoerd, ongeacht de periode van het jaar. Men moet wachten tot de vogels het nest hebben verlaten. Vaak wordt een periode gehanteerd van 15 maart tot 15 juli waarbinnen geen werkzaamheden worden uitgevoerd. In deze periode is de kans namelijk erg groot dat vogels aan het broeden zijn. Ook daarbuiten kunnen echter  broedende vogels worden aangetroffen. Waakzaamheid blijft geboden.

Zolang er echter geen nesten van broedende vogels worden verstoord, is het niet verboden om (snoei)werkzaamheden uit te voeren gedurende het broedseizoen. Vaak is dit echter lastig te bepalen, nesten zijn niet altijd gemakkelijk te ontdekken.

Meer over snoeien in het broedseizoen

Net als bij het snoeien of kappen van bomen geldt dat dit niet kan gedurende het broedseizoen. Tenzij er is aangetoond dat er geen vogels broeden, of effectieve maatregelen zijn getroffen om te voorkomen dat de aanwezige nesten en eieren worden vernield of beschadigd en jongen en ouders worden gedood of verstoord.

Een projectontwikkelaar is verplicht te beoordelen of een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd op grond van de Omgevingswet. Hiertoe moet men eerst inventariseren of er beschermde dier- of plantensoorten voorkomen in het gebied en nagaan of de activiteiten effect hebben op deze soorten.

Vervolgens bepaalt men of er maatregelen mogelijk zijn om ongewenste effecten teniet te doen. Voor het vernielen of beschadigen van nesten in het broedseizoen (globaal half maart tot half juli) en van rustplaatsen van vogels is altijd een omgevingsvergunning nodig. Als het om 'verstoren' gaat, is dat afhankelijk van de aard van de verstoring, de soort en de specifieke omstandigheden, maar ook dat is in de meeste gevallen verboden tijdens het broedseizoen, omdat dit het broedsucces beïnvloedt.

Sommige nesten worden zelfs het jaar rond beschermd, zoals bij huismus en gierzwaluw. Als er geen verzachtende maatregelen mogelijk zijn, is voor verbouwing of renovatie ook buiten het broedseizoen vaak een omgevingsvergunning nodig op grond van de Omgevingswet. Indien nesten worden verwijderd en men voldoet niet aan de eisen die de Omgevingswet stelt, pleegt men een strafbaar feit.

Meer informatie

 

Nesten van inheemse vogels die in gebruik zijn mag je niet verwijderen of verstoren. Buiten het broedseizoen is het afhankelijk van de soort. Veel vogels maken elk broedseizoen een nieuw nest of zijn in staat om een nieuw nest te maken. Nesten voor eenmalig gebruik zijn slechts beschermd gedurende de periode dat deze nesten in gebruik zijn. Dus die kunnen buiten het broedseizoen worden verwijderd. Nesten van vogelsoorten die het hele jaar in gebruik zijn of waar de soort elk jaar naar terugkeert zijn jaarrond beschermd. Verwijdering mag dan niet zo maar. Om dat wel te doen is een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit nodig. De overheid heeft indicatieve lijsten opgesteld met vogelsoorten waarvan het nest jaarrond is beschermd.

Nestkasten en andere kunstmatige broedgelegenheden die vogels daadwerkelijk gebruiken voor het broeden zijn beschermd. Dat geldt voor sommige vogelsoorten zelfs jaarrond, zoals de gierzwaluw, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, slechtvalk en steenuil. Het vervangen, repareren of in de directe omgeving verplaatsen van een kast of nest van één van deze soorten buiten de broedperiode wordt niet gezien als een overtreding, zolang er maar nestgelegenheid beschikbaar blijft en (bij jaarrond beschermde nesten) dat plaatsvindt onder begeleiding van een deskundige ecoloog.

Dat hangt van de soort af. De nesten van gierzwaluwen zijn jaarrond beschermd, omdat ze elk broedseizoen op dezelfde plaats en hetzelfde nest broeden.

Voor boerenzwaluwen en huiszwaluwen geldt ook dat ze zeer trouw zijn aan hun broedplaats, maar die zijn wat flexibeler in de zin dat ze zelf een nieuw nest kunnen maken. Het gaat er bij die soorten vooral om dat de ecologische functionaliteit hetzelfde blijft als er werkzaamheden worden uitgevoerd buiten het broedseizoen (bijvoorbeeld schilderwerk).

Oeverzwaluwen kunnen overal opduiken waar geschikte broedgelegenheid is (natuurlijke oevers, zandafgravingen en zanddepots). Voor oeverzwaluwen is het vooral van belang dat de kolonie met rust wordt gelaten tijdens het broedseizoen en er voldoende broedgelegenheid blijft in de omgeving waar ze naar kunnen uitwijken.

Veel provincies hebben eigen beleid ontwikkeld voor de omgang met zwaluwnesten, dus het is zaak om na te gaan wat dat beleid inhoudt in je eigen provincie.

Vogels in gevangenschap

Het is helaas toegestaan om bijna alle inheemse vogels in volières te houden en deze te koop aan te bieden, mits de vogels zijn gekweekt in gevangenschap.

Gekweekte vogels zijn te herkennen aan een gesloten pootring. Deze gesloten pootring kan alleen om de poot gebracht worden als de vogels nog klein zijn. Op latere leeftijd lukt dat niet meer. Vogels die uit het wild worden gevangen kunnen dus niet worden voorzien van een gesloten pootring. Roofvogels en uilen moeten tevens een geldig certificaat van herkomst hebben. Dit is bij andere soorten niet nodig.

Illegale praktijken melden

Indien je aanwijzingen hebt dat vogels illegaal gehouden of verhandeld worden, is het verstandig om die te melden bij het Klachtencontactcentrum van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (voorheen de meldkamer van de AID). Zij zijn 24 uur per dag telefonisch bereikbaar via 0900-03 88.

Of je kunt eerst informeren bij het Klantportaal van het Rijksdienst van ondernemend Nederland. Zij zijn bevoegd om bij misstanden actie te ondernemen en zorgen voor de handhaving van de Omgevingswet.

Misstanden melden

Misstanden rondom het welzijn van de vogels die in kooien worden gehouden kun je doorgeven aan de Landelijke inspectiedienst van de Dierenbescherming via het landelijke nummer: 144. De Dierenbescherming richt zich op het welzijn van individuele dieren.

Nee dat mag niet. Het is wel toegestaan vogels te verhandelen die in gevangenschap zijn gekweekt.
Zie vorige vraag. 

Hoewel er roofvogelhouders zijn die goed met de vogels omgaan, is Vogelbescherming een tegenstander van roofvogelshows en het houden van roofvogels en uilen in gevangenschap. Deze vogels hebben veel ruimte nodig en horen in de vrije natuur. Ondanks dat ze misschien in grote kooien worden gehouden en dat ze regelmatig vrij mogen vliegen, doe je deze vogels tekort door ze in gevangenschap te houden, wat hun welzijn nooit ten goede komt. Wij zijn van mening dat er betere manieren bestaan om te tonen hoe mooi roofvogels en uilen zijn dan door een roofvogelshow.

Meer informatie over het standpunt van Vogelbescherming.