Navigatie overslaan
Beregening klimaat / Shutterstock

Standpunt Klimaatopgave en Energietransitie

In het Klimaatakkoord van Parijs is afgesproken om de opwarming van de aarde te beperken tot minder dan 2°C ten opzichte van het pre-industriële tijdperk, met als streven een opwarming van niet meer dan 1,5°C.

Als onderdeel van het Nederlandse klimaatbeleid is een Klimaatakkoord gesloten. Deze overeenkomst tussen veel organisaties en bedrijven heeft als doel de CO2-uitstoot in 2030 met 49% te verminderen ten opzichte van 1990. Door het samen te doen ontstaat draagvlak: dat is keihard nodig om dit doel te halen.

Nederland heeft besloten tot 95% minder CO2-uitstoot in 2050. Opwekking van hernieuwbare elektriciteit moet groeien van 14% nu (2019) naar 70% in 2030. Er wordt fors ingezet op wind- en zonne-energie. Lokale overheden zullen via zogenaamde regionale energiestrategieën (RES'en) bepalen hoe en waar de duurzame stroomopwekking plaats gaat vinden. Nederland heeft ook een internationale verantwoordelijkheid, vooral ten aanzien van ontwikkelingslanden, die in veel gevallen ernstig te lijden hebben onder klimaatverandering.

Probleem

De opwarming van de aarde heeft grote gevolgen voor mens en dier. Het wordt warmer, de zeespiegel stijgt en regenpatronen veranderen wereldwijd. Sommige gebieden krijgen te maken met extreme droogte, terwijl andere gebieden juist een teveel aan regen krijgen. Deze veranderingen leggen grote druk op leefgebieden van vogels en op onze eigen omgeving. Het beperken van de opwarming tot 1,5°C (max. 2°C), zoals is afgesproken in het Klimaatakkoord van Parijs, vereist stevige maatregelen.

Natuur is een sterke bondgenoot in de strijd tegen klimaatverandering en het opvangen van de gevolgen daarvan (droogte, hittestress, overstromingen etc.). Een vitale natuur draagt zowel bij aan klimaatmitigatie (het verminderen van broeikasgassen (CO2, methaan, lachgas en waterdamp) in de atmosfeer), als aan klimaatadaptatie (het wapenen van natuurlijke en menselijke systemen tegen de gevolgen van klimaatverandering).

Maar de energietransitie, een onderdeel van onze klimaatopgave, kan ten koste gaan van de natuur. Voor de aanleg van wind- of zonneparken wordt al snel gekeken naar natuurgebieden en vaak belangrijke vogelgebieden op land en water.

Standpunt

Vogelbescherming is een voorstander van een ambitieus klimaatbeleid, met een focus op:

Vergroten en versterken van de natuur

  • Vitale natuur draagt bij aan het tegengaan van klimaatverandering en is beter in staat om zich aan te passen aan de effecten van klimaatverandering, zoals hittestress, wateroverlast, droogte etc. Het vergroten van de omvang, het onderling verbinden van gebieden én het verhogen van de kwaliteit van het Natuurnetwerk Nederland heeft dan ook prioriteit.
  • Nieuwe natuur kan goed worden gecombineerd met andere maatschappelijke functies. Het grootschalig toepassen hiervan komt vaak moeizaam van de grond. Niet alleen vanwege het onvoldoende integraal en anders durven denken in veel projecten, maar ook door belemmerende regelgeving. Zie ‘De natuur als partner bij klimaatadaptatie’, de PBL-themasite over Natuurlijk Kapitaal en Kansen en belemmeringen voor ecosysteemdiensten in regelgeving. Om natuur wél te combineren met andere maatschappelijke functies is een sterke sturing vanuit de overheid nodig.

Natuurinclusief landgebruik

  • Intensieve landbouw brengt schade toe aan de natuur en het klimaat in Nederland. Dat moet anders. Een ambitieuze transitie naar natuurinclusieve landbouw is noodzakelijk, inclusief krimp van de veestapel en herstel van het bodemleven. Wereldwijd is het noodzakelijk om duurzame landbouwpraktijken en herstel van habitats te bevorderen (in lijn met het 2021-2030 VN ecosysteemhersteldecennium.
  • Het waterpeil in onze veenweidegebieden moet worden verhoogd. Veenweidegebieden zorgen voor 4% van onze jaarlijkse uitstoot. Door het waterpeil te verhogen kunnen ze weer CO2 opnemen en wordt de bodemdaling gestopt. Dit is belangrijk voor de veiligheid, zeker nu er sprake is van meer hevige buien en een stijgende zeespiegel. Dit is belangrijk vanuit klimaatbelang en het draagt bij aan onze veiligheid en het voorkomen van grote schade aan de infrastructuur. Ook de bedreigde weidevogels, waaronder grutto en watersnip, profiteren.

Minimaliseren van negatieve effecten van de energietransitie op de natuur

  • Maximaal inzetten op energiebesparing.
  • Daar waar buiten Nederland nog geen toegang tot energie is, opzetten van ecologisch duurzame energieproductie (i.p.v. eerst een afhankelijkheid van olie en/of kolen creëren).
  • Het vermijden van alle duurzaam gepromote energiebronnen (zoals biobrandstoffen, houtpellets) die de oorzaak en gevolgen van klimaatverandering niet structureel aanpakken of die leiden tot aantasting van natuur elders. Zie ook het standpunt van BirdLife International.
  • Klimaatmitigatie en klimaatadaptatie in samenhang bekijken om te voorkomen dat maatregelen elkaar tegenwerken. Zo dragen windmolens bij aan klimaatmitigatie, maar op de verkeerde plek ondermijnen ze klimaatadaptatie.
  • Locatiekeuze, ontwerp en beheer van windparken, zonneparken en de energie-infrastructuur zo vorm geven, dat er geen negatieve gevolgen – en waar mogelijk positieve gevolgen - voor vogels optreden. Zo kunnen natuurinclusieve zonneparken op voormalige natuurarme gronden kansen bieden voor akkervogels (zie hier) en een relatief hoge biodiversiteit hebben (zie hier). Dat betekent onder andere het vermijden van belangrijke vogelgebieden en hun directe omgeving (o.a. belangrijke migratieroutes, Natura 2000-gebieden, weidevogelgebieden en slaapplaatsen). Afwegingskaders kunnen helpen bij het maken van keuzes. Zie 'De constructieve zonneladder' (pdf) van de provinciale natuur en milieufederaties en de Gelderse ZonneWijzer (pdf). Ruimtelijke ordening waarbij rekening gehouden wordt met de natuur, is essentieel.
  • Meer onderzoek, pilotprojecten en opschaling van maatregelen en innovaties is nodig rond de inzet van (lokaal geproduceerde) wind- en zonne-energie, met als doel negatieve effecten op de natuur te voorkomen en de kansen, gericht op het versterken van biodiversiteit, te benutten.

Wat doet Vogelbescherming?

Meer en sterkere natuur:

  • Door in te zetten op Natuurlijk Klimaatbuffers in Nederland, maar ook elders langs de trekroute. Vogelbescherming heeft met de Coalitie Natuurlijke Klimaatbuffers in tientallen projecten in Nederland al laten zien dat natuur een krachtige en maatschappelijk/economisch aantrekkelijke bondgenoot is bij het bufferen van de effecten van klimaatverandering. Dit willen we grootser aanpakken.
  • Door met maatschappelijke partners te werken aan innovatieve ruimtelijke projecten die klimaatdoelen en nieuwe natuur koppelen aan andere maatschappelijke belangen.
  • Door een verbeterd beheer van de belangrijkste plaatsen voor trekvogels langs hun trekroute, met name langs de kusten en de resterende natuurgebieden in West-Afrika, waarbij rekening wordt gehouden met de behoefte aan klimaataanpassing.

Natuurinclusief landgebruik:

  • Door in te zetten op natuurinclusieve landbouw in Nederland.
  • Door de promotie van een ecologisch duurzame landbouwpraktijk in West-Afrika (bijv. via shea parklands van Burkina Faso, samenwerking met het Pan African Great Green Wall Initiative en kleinere projecten met diverse partners). Door ook in te zetten op kwaliteit van natuur in het stedelijk en landelijk gebied door vergroening van steden (o.a. tuinen en schoolpleinen) en bijvoorbeeld vernatting van weidevogelgebieden.

Minimaliseren van negatieve effecten van de energietransitie:

  • Vogelbescherming sluit aan bij onderhandelingen waarin overheid en betrokkenen afspraken maken over de natuur-, energie- en voedseltransitie op zee, zoals het Noordzeeakkoord (2019). Ook nemen we deel aan gesprekken tussen overheid en betrokkenen waarin afspraken worden gemaakt over de bescherming van vogels en vleermuizen bij de aanleg van windparken en hoogspanningsverbindingen op land.
  • Daar waar nodig verzetten we ons tegen ontwikkelingen met sterk negatieve effecten op vogels en natuur.
  • Vogelbescherming stimuleert monitoring van en onderzoek naar de effecten van windmolenparken en zonneparken op vogels, zowel op land als op water. Zo heeft Vogelbescherming een rapport laten uitbrengen als leidraad bij de aanwijzing van potentiële locaties voor windenergie, de Nationale Windmolenrisicokaart voor vogels (pdf).
  • Birdlife International heeft ook een strategie om de trekroute voor vogels te beschermen, onder andere tegen grote infrastructurele projecten zoals windparken, om de schade aan de natuur tot een minimum te beperken. Hiervoor is bijvoorbeeld een sensitivity map tool ontwikkeld om negatieve effecten op belangrijke migratieroutes voor vogels te minimaliseren.