Navigatie overslaan
Velduil / Birdphoto

Veelgestelde vogelvragen

Vogels zien en herkennen

Wil je een vogel determineren?

Wil je vogels leren herkennen? Dan kun je ook een van de volgende dingen doen:

Via www.waarneming.nl kun je aparte waarnemingen melden. Waarnemingen van vogels worden regelmatig van deze website gedownload door Sovon Vogelonderzoek. Op deze wijze worden de gegevens gebruikt voor (wetenschappelijk) onderzoek en komt er een mooi beeld van de trends en aantallen. Ook Vogelbescherming maakt hier gebruik van.

Er bestaan witte vogels zoals lepelaar of grote en kleine zilverreigers. Maar het komt voor dat vogels die normaal gesproken niet geheel of gedeeltelijk wit zijn toch witte veren hebben. Dat komt regelmatig voor bij merels en kauwen, maar ook bij andere soorten. Soms is zelfs het hele verenkleed wit. Het kan een erfelijke kleurafwijking zijn, zoals albinisme of leucisme, maar ook het gevolg van eenzijdig voedsel.

  • Albinisme
    Een albino heeft witte veren en rode ogen. De witte veren worden veroorzaakt door het ontbreken van kleurstoffen. Omdat ook de huidkleurstoffen ontbreken, zijn de snavel, poten en ogen wittig of roze van kleur. Albino’s zijn erg kwetsbaar en worden vaak niet oud. Foto van albino huismus
  • Leucisme
    Naast echte albino's kennen we ook 'nep-albino's' (leucistische vogels). Hun verenpak is helemaal of gedeeltelijk wit of vaalwit, maar de ogen, snavel en poten zijn niet wit of roze gekleurd. Vaker komt het voor dat een vogel enkele witte veren heeft.
  • Melanisme
    Melanisme is het tegenovergestelde van albinisme en ontstaat door een teveel aan donkere pigmenten (vooral melanine). Het betekent dat een dier een overwegend zwarte of veel donkerdere kleur dan normaal heeft.

Genen of omgeving

Bij erfelijke kleurafwijkingen houden vogels ook na de rui dezelfde witte veren. Enkele witte veren kunnen ook ontstaan door een tekort aan voedingsstoffen. Dit komt voor bij kraaiachtigen in dorpen en steden. Door te eenzijdig voedsel worden er te weinig of geen kleurstoffen in bepaalde veren aangemaakt. Na de rui kunnen deze vogels weer een normaal verenkleed krijgen.

Sperwers jagen op kleine vogels. Met veel vaart weten ze die te verrassen. Dat doen ze vaak in tuinen. Grote kans dus dat je een sperwer hebt gezien.

Vogelgeluiden kun je op veel verschillende manieren leren herkennen: met gebruik van app's, cd's, onze digitale vogelgids, een cursus of excursie.

Vroege Vogelzang CD serie

De vierdelige CD serie Vroege vogelzang van de VIVARA is een goed hulpmiddel bij het leren herkennen van vogelzang. Deze CD’s zijn samengesteld door vogelexpert Nico de Haan. Bij elk geluid geeft hij uitleg, tips en suggesties om het zo snel mogelijk te leren kennen.

Vogelbescherming CD serie

In onze eigen winkel en webwinkel verkopen wij vier verschillende CD’s met vogelgeluiden per gebied. Hierop staan zo’n 50 vogelsoorten. Het betreft de vogels van:

  1. huis, tuin en park
  2. bos, heide en struweel
  3. weide, moeras en waterrand
  4. kust, slikken en open water

In de webwinkel ook te koop: boeken van de KNNV voor het beluisteren van de geluiden, zoals Vogelzang van Nederland.

Digitale vogelgids

Ook de geluiden in onze digitale vogelgids kunnen een hulpmiddel zijn bij het nazoeken van een bepaald geluid, als je tenminste een vermoeden hebt om welke vogel het gaat. Meer gespecialiseerd en internationaal is www.xeno-canto.org.

Het is helemaal niet vreemd of zorgelijk als er een tijdje geen vogels in de tuin zitten, het kan in verschillende jaargetijden verschillende oorzaken hebben.

Zomer / najaar

In augustus en september zijn de vogels in de rui en laten zich daarom niet zien.

Winter

In de winter zwerven veel vogels in groepjes rond waardoor er op een plaats soms veel en dan weer weinig of geen vogels zijn. In strenge winters gebeurt dit nog meer dan in zachte winters.

Voorjaar

In het voorjaar vertonen de vogels weer ander gedrag omdat ze gaan broeden. Groepjes vogels vallen vaak in stelletjes uiteen en zoeken een geschikte broedplaats. Ook dat kan het beeld in de tuin helemaal veranderen.

Er kan ook iets in de omgeving zijn veranderd, waardoor het minder aantrekkelijk is geworden voor vogels. Dat kan te maken hebben met beschutting, voedsel, natuurlijke vijanden enzovoort.

 

Vogel gevonden? Wat kun je doen?

Het is belangrijk om jonge vogels in de tuin met rust te laten, ook als ze alleen zijn en op de grond zitten. Het is normaal gedrag. Ze komen vaak uit het nest als ze nog niet kunnen vliegen. Dit is een kwetsbare periode, maar het hoort erbij en ze moeten de kunst van het overleven afkijken van de ouders. Die zijn in de buurt en komen weer tevoorschijn als u weg bent.

Vogelasiel

Als je zeker bent dat de ouders niet meer terugkomen, of als het jong gewond is, mag je het naar een vogelasiel brengen of de Dierenambulance bellen. Tot het jong bij de opvang is, kun je het wat bijvoeren met nat kattenvoer uit blik. Het is verboden om zelf jonge vogels groot te brengen.

 

Laat dode vogels die je onderweg vindt altijd liggen, want het oprapen kan gevaarlijk zijn als de doodsoorzaak niet duidelijk is. Denk aan vogelgriep, maar ook aan andere bacterie- of virusinfecties.

  • Een gevonden dode vogel kun je doorgeven aan Sovon Vogelonderzoek. Sovon verzamelt gegevens over de doodsoorzaken van wilde vogels.
  • Geef ringgegevens van dode vogels door aan het Vogeltrekstation, Centrum voor vogeltrek en –demografie.
  • Meld zieke dode vogels bij het Dutch Wildlife Health Centre. Dit centrum brengt ziekten onder wilde dieren in kaart zodat adequaat kan worden gereageerd.
  • Een zieke dode vogel is echter moeilijk te herkennen. Vaak weet je alleen bij vogels die je in je tuin ziet of deze vooraf ziek waren. Een zieke vogel kan bijvoorbeeld erg bol zitten, lusteloos zijn, zwaar ademen, gezwellen ontwikkelen, merkwaardig gekleurde ontlasting hebben of voedsel niet kunnen doorslikken. Geef de vogel bij twijfel gewoon door aan Sovon.

Waar laat je een dode vogel?

Als je een dode vogel in de tuin vindt, wil je deze misschien niet laten liggen. Is het dier in goede staat en nog zeer vers, dan is Naturalis mogelijk geïnteresseerd om deze op te nemen in de collectie. Neem wel eerst contact met ze op. Anders mag je de dode tuinvogel begraven, in een zakje bij het afval doen, of gewoon onder een struikje rollen. Raak de vogel niet aan met de blote handen en was de handen goed na afloop.

Een gewonde vogel kun je naar het vogelasiel brengen. Vogelasielen hebben de vergunningen en de kennis om vogels op te vangen. Als je de vogel niet zelf kunt vervoeren, kun je de Dierenambulance (Dierenbescherming) of Dierenambulance (Dierenlot) bellen.

Let op!

Pas uitgevlogen jonge vogels of vogels in de rui zien er soms hulpeloos uit, maar ze mankeren niets. Deze vogels moeten we met rust laten. Het is ook verboden om zelf jonge vogels groot te brengen.

Ook vogels worden wel eens ziek en kunnen in principe zelf weer beter worden. Zieke vogels kun je het beste met rust laten. Veel meer kun je niet doen, want ze laten zich niet pakken en vogelasielen nemen ze vaak niet aan vanwege het besmettingsgevaar.

Veel zieke vogels melden

Als er op één plek ineens veel zieke (dode) vogels zijn, kun je dit melden bij het Dutch Wildlife Health Centre. Dit centrum brengt ziekten onder wilde dieren in kaart zodat adequaat kan worden gereageerd. Stop dan tijdelijk met voeren, of ontsmet de voerplaats regelmatig met kokend water, om besmetting te voorkomen.

Vogels met een slecht verenkleed

Vanaf de zomer kunnen er vogels in de tuin zitten met een dof, slecht verenkleed, kale kop, kale nek en enkele uitstekende vleugelpennen. Deze vogels zijn waarschijnlijk in de rui en verder kerngezond.

Als een vogel tegen een raam is gevlogen, is hij erg versuft. Vaak krabbelt hij binnen een uur wel weer op. Breng de vogel daarom niet meteen naar een vogelasiel, maar laat hem eerst op een koele, rustige plek bijkomen in een kartonnen doosje. Als hij weer ter been is kun je hem gewoon vrijlaten. Mocht het toch nodig zijn en kun je de vogel niet zelf naar het asiel brengen, bel dan de Dierenambulance.

Raambotsingen voorkomen

Ramen waar vogels vaak tegenaan vliegen, kunnen beplakt worden met raamstickers. Het is belangrijk dat ze aan de buitenkant worden geplakt om de weerspiegeling te doorbreken, ongeveer één sticker per vierkante meter. Raamstickers zijn te verkrijgen in onze winkel in Zeist of via onze webwinkel.

 

Vogelasielen hebben verstand van de opvang van individuele vogels. Hier vind je hun adresgegevens.

 

Hoe herken je een vogel met vogelgriep?

Vogels met vogelgriep gedragen zich anders dan andere vogels. Deze vogels laten hun vleugels vallen of vallen om, draaien met hun kop of hebben een blauw waas over hun ogen. Verder zijn de vogels erg sloom en maken ze geen geluid meer. Per vogel kan het verschillen wat de exacte symptomen zijn, maar dit zijn de meest veelvoorkomende.

Wat moet ik doen met een vogel met vogelgriep?

Wanneer je denkt dat je een vogel ziet met vogelgriep, dan is het belangrijk dat je deze niet aanraakt. Zo kan je voorkomen dat de vogelgriep via jou verspreid wordt. Daarnaast moet je meteen contact opnemen met een dierenambulance of met de gemeente.

Overlast van vogels

Het is een fabel dat kraaiachtigen (kraaien, kauwen, eksters, roeken) sterk in aantal toenemen. De landelijke aantalsontwikkelingen op de website van Sovon Vogelonderzoek voor: kraai, kauwekster en roek laten dit zien. Natuurlijk kunnen er plaatselijk veel voorkomen, maar dat is op grotere schaal niet zorgelijk. Een andere fabel is dat zangvogelpopulaties worden bedreigd door kraaiachtigen. Natuurlijke predatie hoort erbij en houdt de zangvogelpopulaties juist sterk en gezond.

Oplossingen om overlast van kraaiachtigen te verminderen

Desondanks kunnen kraaiachtigen (geluids)overlast veroorzaken. Dit is niet makkelijk te verhelpen. De aanwezigheid van deze vogels wordt vooral bepaald door voedsel en nestgelegenheid (hoge bomen). Mogelijke oplossingen:

  • Voedselaanbod (zoals zwerfafval, open vuilnisbakken en bijvoeren van vogels) beperken en de buurt hierover informeren.
  • Na het broedseizoen (vanaf augustus) het aantal nestgelegenheden verkleinen, door het afdichten van gaten en het plaatsen van kapjes boven schoorstenen.
  • Een vogelvriendelijk gemeentelijk groenbeleid, met niet alleen hoge bomen en grasvelden, maar ook groen geschikt voor zangvogels.

Wettelijke bescherming

Kraaiachtigen zijn beschermde vogels. Ze worden net als alle andere wilde, inheemse vogels beschermd door de Flora- en Faunawet. Ze mogen dus niet worden afgeschoten of verjaagd en de nesten mogen niet worden verplaatst of vernield.

Vogelbescherming Nederland zet zich in voor de bescherming van in het wild levende, inheemse vogels en hun leefgebieden. Stadsduiven zijn gekweekte, ontsnapte vogels en behoren niet tot het werkveld van Vogelbescherming. In geval van overlast kun je contact opnemen met je gemeente.

Kan ik ziek worden van duivenpoep?

Onderzoek van de Universiteit Utrecht heeft uitgewezen dat stadsduiven nagenoeg geen risico vormen voor de volksgezondheid. Duiven zijn nauwelijks drager van ziekten en de kans op besmetting is erg klein. Door dagelijks intensief contact met duiven, hun veren en uitwerpselen, kan wel een zogenoemde duivenmelkerslong ontstaan: een goed behandelbaar soort allergie, die kan voorkomen bij duivenmelkers.

 

In het najaar verzamelen spreeuwen zich in grote groepen en gebruiken gezamenlijk slaapplaatsen. Ze geven prachtige luchtshows in de ochtend- en avondschemering. Gezamenlijk produceren ze ook best wat geluid en uitwerpselen. Veel mensen vinden het een prachtig fenomeen, maar sommigen zijn er minder van gecharmeerd.

Er is echter weinig dat je kunt doen tegen overlast van spreeuwen. De spreeuw valt, zoals alle wilde vogels in Nederland, onder bescherming van de Flora- en Faunawet en mag niet worden verjaagd. Hiernaast laten spreeuwen zich ook niet zo makkelijk verjagen. De grote groep is echter maar tijdelijk aanwezig en zal opbreken als het broedseizoen aanbreekt. Ze gaan dan op zoek naar een geschikte broedplaats en een groot deel trekt naar Scandinavië.

 

Voor veel meeuwensoorten is het moeilijk natuurlijke broedgebieden te vinden. Ze broeden dan ook steeds vaker op platte daken in dorpen en steden. Soms veroorzaken ze overlast bij omwonenden. Om dergelijke overlast aan te pakken, moet eigenlijk de oorzaak van het probleem worden aangepakt: herstel van de natuurlijke broedgebieden.

Herstel natuurlijke broedgebieden

Wij werken hieraan met terreinbeheerders en overheden. Vanzelfsprekend is dit een beleid dat vooral op de langere termijn zijn vruchten afwerpt.

Wat kun je zelf doen?

Voedsel is in het stedelijk gebied makkelijk te verkrijgen voor slimme vogels als meeuwen. Dus:

  • Laat geen afval liggen,
  • Laat vuilniszakken niet te lang buiten staan voordat ze worden opgehaald,
  • Voer de vogels kleine beetjes -voer geen brood!- en maak gebruik van een voedersilo of beschermkooi,
  • Span ruim voor het broedseizoen (al in de winter) draden met aluminiumfolie of wapperende linten over platte daken om te voorkomen dat meeuwen er kunnen broeden. Laat een plekje open waar ze wel welkom zijn.

Wat kan de gemeente doen?

Bij grootschalige overlast van meeuwen kan de gemeente in samenwerking met een plaatselijke Vogelwerkgroep een actieplan opstellen om de overlast aan te pakken. In onder andere de gemeenten Leiden, Den Haag en Alkmaar is dit gebeurd. Het voorkómen van afval op straat maakt daarvan onderdeel uit.

 

Als zwanen eieren leggen of broeden, zullen ze hun nest verdedigen als je langsloopt. Jij hebt natuurlijk geen kwaad in de zin, maar zij ervaren het wel zo en willen hun gezin beschermen, dat valt ze moeilijk kwalijk te nemen. Afstand houden van het nest en een andere route lopen is het beste, minder stress voor zwaan en mens.

Nest naast een druk pad: hek ertussen

Als het onvermijdelijk is dat mensen dicht bij het zwanennest komen, kan de gemeente een hek tussen het nest en het pad plaatsen. Het hoeft niet hoog te zijn, want zij kunnen uit stilstand moeilijk opvliegen, maar het moet wel lang genoeg zijn, misschien 15 tot 20 meter. De vogels moeten uiteraard wel vrije toegang houden tot het nest. Het nest verplaatsen of verwijderen is wettelijk verboden. 

Huiszwaluw

Omdat huiszwaluwen hun nest graag tegen huizen bouwen, kunnen ze overlast veroorzaken, zoals bevuiling van gevel of ramen door uitwerpselen en modder. Dit is makkelijk op te lossen door planken op te hangen die ca. 25 cm. uitsteken, op ca. 50 cm. onder de nesten. Dit vangt de rommel op. Naast mogelijke overlast, zorgen huiszwaluwen er óók voor dat er minder muggen en andere vliegende insecten in de buurt voorkomen!

Boerenzwaluw

Een plankje aanbrengen onder het nest van de boerenzwaluw om overlast van uitwerpselen te voorkomen is geen goed idee. Ze moeten een vrije aanvliegroute hebben, anders is er een kans dat ze het nest verlaten. Je kunt wel een krant of stuk plastic op de grond leggen onder het nest (eventueel verzwaard met wat stenen, tegen het wegwaaien) en regelmatig vervangen, of een laagje zand onder de nesten leggen om de poep te absorberen.

 

Spechten roffelen om hun territorium te verdedigen, hakken nestholtes uit in bomen en hakken losse boomschors verder los om voedsel te vinden. Soms hakken ze in minder gewenste materialen en kunnen daarmee wat overlast veroorzaken.

Gevelbeplating afschermen

Als hout hol klinkt als je ertegen tikt, kan er een holte achter zitten met een larve. Ook daarom tikken spechten tegen hout: om bij hun prooi te kunnen komen. Sommige spechten hakken ook in houten gevelbeplating. Om dat te voorkomen, kan je een net of gaas spannen. Wapperende linten schrikken ook spechten af.  

Nestkast opengehakt door specht

Spechten eten jonge vogels als ze de kans krijgen. Sommige spechten hebben geleerd dat in nestkasten voedsel te halen valt en hakken de invliegopening groter om bij hun prooi te komen. Ze kunnen ook in de zijkant of onderkant een gat maken. Dit is alleen te voorkomen met een nestkast van houtbeton. Dan nog kunnen spechten soms een jonge vogel door de opening trekken.

Reigers vinden vijvers vaak erg aantrekkelijk om te vissen. Begrijpelijk, want die vissen kunnen geen kant op, dus ze zijn een makkelijk hapje. Ook begrijpelijk als jij hem liever bij de sloot ziet en niet in de tuin. Probeer dit eens:

  • De vijver afdekken met gaas of net,
  • De vijverrand met dichte begroeiing ‘barricaderen’. Denk hierbij aan het plaatsen van bomen of struiken langs de vijver,
  • Enkele draden boven elkaar of gaas rond de vijver spannen op 20 cm van de waterkant, dit kan voorkomen dat een reiger bij de vijver kan komen. 

Gifgebruik in de leefomgeving

Als vogels hun nest bekleden met haren van honden of katten die zijn behandeld met een anti-vlooienmiddel, is dit gevaarlijk voor de jonge vogels. Ze kunnen er door overlijden. Lees hier drie tips voor huisdiereigenaren, om je dier gezond te houden, zónder dat er gifstoffen in de natuur en het milieu terechtkomen.

Heb je ook zo veel slakken in je tuin? Klimaatverandering lijkt de perfecte omstandigheden te creëren voor de slak. En dan zijn er ook nog de bladluizen, mieren en wespen… Met deze tips voorkom je eventuele overlast, zonder gif te gebruiken. De hommels, bijen en vogels zullen je dankbaar zijn. 

Gif in de tuin is slecht voor insecten, vogels, zo’n beetje alles en iedereen eigenlijk. Wat zijn de alternatieven als je geen onkruid wilt? Wat is onkruid eigenlijk? Lees het hier.

Niet alleen bijen en hommels, maar ook vogels ondervinden grote nadelige gevolgen van neonicotinoïden: een groep pesticiden die wordt gebruikt in de landbouw. Onderzoek van Wageningen Universiteit (WUR), gepubliceerd in wetenschappelijk tijdschrift Ecology Letters, toont aan hoe ver de invloed van deze stoffen reikt. Vogels zoals onder andere huismus, patrijs en wilde eend hebben niet alleen een lagere overlevingskans, maar krijgen ook te maken met verslechterde gezondheid en negatieve effecten op hun gedrag en voortplanting. Lees meer.

Lees hier ook een beknopte geschiedenis van de effecten van verschillende bestrijdingsmiddelen op vogels en hoe het Ctgb studie over schadelijke bestrijdingsmiddelen negeert.

 

De Nederlandse gemeenten worstelen met de aanpak van de eikenprocessierups. Alhoewel sommige nog steeds insecticiden spuiten bij de bestrijding van de rupsen, begint elders het besef post te vatten: gif kan echt niet meer. Woerden en Winterswijk zetten in op meer biodiversiteit om de plaag in toom te houden. Lees hier hoe ze te werk gaan.

Lees hier tips om vogels en insecten (de natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups) te helpen, om deze zomer kriebelbulten te voorkomen.

Waarom zijn juist biologische en inheemse planten belangrijk? Snap in 3 snelle stappen hoe het zit met ‘biologisch’ en ‘inheems’, hoe je weet wat een goede plant is en hoe je eraan komt. Een stappenplan om planten te kiezen, waarmee je de natuur écht helpt.

Vogelgriep

Vogelgriep is een besmettelijke virusziekte die de luchtwegen, het spijsverteringsstelsel en/of het zenuwstelsel aantast. Er zijn twee varianten:

  1. Laag-pathogene (LPAI): meestal mild, vaak aanwezig bij wilde watervogels.
  2. Hoog-pathogene (HPAI), zoals H5N1: zeer besmettelijk en dodelijk voor veel vogelsoorten.

Normaal gesproken dragen wilde vogels alleen de laag-pathogene variant bij zich. Oorspronkelijk kwam de hoog-pathogene vorm niet voor bij wilde vogels.

Vogelgriep wordt van dier op dier overgedragen door contact met besmet speeksel, neusafscheidingen of uitwerpselen. Wilde vogels, waaronder watervogels, zijn vaak beter bestand tegen vogelgriep dan gedomesticeerde vogels en kunnen het virus dragen en overdragen zonder tekenen van ziekte te vertonen; dus wanneer ze trekken, kunnen ze het virus nog verder verspreiden.

Ook kan vogelgriep meer dan een jaar infectieus blijven in water. Een vogel hoeft dus niet een andere vogel tegen te komen om besmet te raken. Ook het verplaatsen van pluimvee zoals kippen in en tussen landen is een belangrijke oorzaak van de verspreiding van het virus.

Normaal gesproken dragen wilde vogels alleen de laag-pathogene variant bij zich. In de jaren tachtig van de vorige eeuw ontdekten onderzoekers dat het onschuldige, laag-pathogene virus in pluimveehouderijen in een heel dodelijke variant kon veranderen.

In 1996 werd in een commerciële ganzenhouderij in de Chinese provincie Guangdong een virus van het subtype H5 aangetroffen. In 2005 sprong het virus over naar wilde vogels en kon het voor het eerst langere tijd in wilde vogelpopulaties overleven.

Zowel pluimvee als wilde vogels kunnen sindsdien bijdragen aan verdere verspreiding. Daarnaast kunnen er in de pluimveehouderij nog steeds nieuwe dodelijke varianten ontstaan. De virusvarianten die nu wereldwijd circuleren zijn complex, en veranderen voortdurend onder meer doordat hoogpathogene en laagpathogene varianten met elkaar mengen.

Vogels in een gevorderd stadium vertonen vaak neurologische symptomen, zoals:

  • rondjes draaien,
  • knikken met de kop,
  • wankelen of verlamd raken.

Ook zeer tam gedrag of versuft zitten kan een teken zijn. Aan een dode vogel is niet te zien of er sprake was van vogelgriep; onderzoek is noodzakelijk.

Watervogels, meeuwen, sterns, ooievaars en roofvogels zijn op dit moment extra verdacht omdat zij gevoelig zijn voor HPAI of besmette prooien eten.

Raak een dode vogel nooit aan met je blote handen. Maak een melding als je een dode vogel vindt. En ruim vogels op als je die in je tuin vindt, of laat ze opruimen als ze ergens anders liggen. Mocht je dode of stervende vogels zien, dan is het is erg belangrijk om deze vogels te melden, zodat ze eventueel onderzocht kunnen worden op vogelgriep. Hiermee wordt een beter beeld verkregen van de geografische spreiding van het virus en van de verspreiding onder verschillende vogelsoorten.

  • Op de website van het Dutch Wildlife Health Centre, DWHC.nl, lees je hoe je een melding kan doen.
  • Ook kan je bij vragen het Landelijke Telefoonnummer Vogelgriep bellen: 0880425020.
  • Je kan ook een melding doen van een dode vogel bij SOVON: portal.sovon.nl/dood.

De rijksoverheid houdt op een website bij waar uitbraken van vogelgriep in Nederland zijn vastgesteld. En ook op de site van de NVWA staan lijsten en kaarten met gemelde besmettingen. Op de website van DWHC is een maandelijks overzicht te vinden van op vogelgriep geteste wilde vogelsoorten en het aandeel positief geteste individuen per soort.

Ja. Verschillende groepen wilde vogels kunnen besmet raken met de hoog-pathogene variant van vogelgriep. Dat geldt vooral voor watervogels, kust- en zeevogels, maar ook roofvogels die leven van besmette of dode dieren lopen risico.

Een belangrijk keerpunt in de ontwikkeling van vogelgriep was het jaar 2022. Tot die tijd veroorzaakte hoog-pathogene vogelgriep vooral sterfte onder watervogels in de winterperiode. In 2022 leidde een grootschalige uitbraak in Europa voor het eerst het hele jaar door tot besmettingen, waarbij ook broedende kust- en zeevogels zwaar werden getroffen. Kolonievogels zoals grote sterns, visdieven, jan-van-genten en grote jagers kregen te maken met massale sterfte, juist tijdens het broedseizoen. In verschillende landen, waaronder Nederland, raakten hierdoor populaties ernstig verzwakt of gedecimeerd. Sindsdien wordt hoog-pathogene vogelgriep beschouwd als een structurele en wereldwijde bedreiging voor wilde vogelpopulaties, en niet langer als een seizoensgebonden probleem. Sovon Vogelonderzoek Nederland analyseert welke soorten hierdoor in hun voortbestaan bedreigd worden.

Sinds het najaar van 2025 is sprake van een duidelijke toename aan meldingen van dode of zieke wilde vogels die positief testen op HPAI. Dat gebeurt in meerdere provincies en bij verschillende soorten. Niet alle dieren worden gevonden of onderzocht, waardoor het aantal slachtoffers waarschijnlijk hoger ligt dan de officiële meldingen laten zien. 2025 was daarmee opnieuw een jaar met veel vogelgriep onder wilde vogels in Nederland.

Hoogpathogene vogelgriep is inmiddels het hele jaar door aanwezig in wilde vogelpopulaties. Uitroeiing van het virus is niet mogelijk, maar de impact kan wél worden beperkt. Daarom dringt Vogelbescherming aan op preventie, monitoring, onderzoek en herstel van kwetsbare vogelpopulaties.

Concreet betekent dit dat Vogelbescherming:

  • samenwerkt met organisaties als DWHC, Sovon en andere experts om ongewone vogelsterfte vroegtijdig te signaleren;
  • pleit voor voldoende locaties voor kolonievogels om te eten en te broeden, zodat verspreiding binnen kolonies wordt beperkt;
  • aandacht vraagt voor het zorgvuldig verwijderen van dode vogels tijdens uitbraken onder wilde vogels, omdat dit verdere verspreiding kan verminderen en onderzoek mogelijk maakt. Wel dient per uitbraak eerst door wetenschappers beoordeeld te worden of het verwijderen van dode vogels zinvol is;
  • zich inzet voor verbeterde internationale monitoring en meer onderzoek naar verspreiding, immuniteit en virusontwikkeling;
  • aandringt op structurele maatregelen die risico’s verkleinen, zoals betere bioveiligheid, minder pluimveebedrijven in waterrijke gebieden en een lagere totale pluimveedichtheid;
  • werkt aan herstel van natuurgebieden en veerkracht van populaties die zwaar getroffen zijn, zoals grote sterns.

De hoog-pathogene variant H5N1 kan gevaarlijk zijn voor mensen, en er zijn wereldwijd honderden gevallen bekend van mensen die er aan zijn overleden. Het risico bestaat dat H5N1 muteert naar een variant die van mens op mens kan worden overgedragen en zo kan leiden tot een grootschalige uitbraak. Vooralsnog wordt dat risico door wetenschapers als laag ingeschat. Ook zoogdieren zoals katten, vossen en zeehonden kunnen besmet raken en overlijden.