Veel stadsvogels in ons land hebben het moeilijk. Vogels die afhankelijk zijn van struiken, parken en tuinen nemen in aantal af, wat impliceert dat hun leefgebied in oppervlakte en/of kwaliteit is afgenomen (Stadsvogelbalans, Sovon 2022). Daarbij neemt de hoeveelheid insecten schrikbarend snel af. Dit is een probleem voor veel vogelsoorten.
Een deel van de oorzaak ligt bij de keuze voor planten, zowel in particuliere tuinen als in de openbare ruimte. Planten worden nu vaak niet geselecteerd op basis van hun waarde voor de biodiversiteit. Daarnaast speelt ook het gebruik van bestrijdingsmiddelen bij het kweken van planten, struiken en bomen een rol. Chemische bestrijdingsmiddelen doden vrijwel alle insecten.
Particulieren
Een bijkomend probleem voor particulieren is het woud aan aanbod, labels en benamingen waardoor onduidelijk is wat ècht geschikte planten zijn voor biodiversiteit en vogels. Ook de voor- en nadelen van inheems versus uitheems en wat het belang is van biologische beplanting blijven onderbelicht. Daarbij is het aanbod biologische (zonder gif gekweekte) planten beperkt en niet overal te koop. Soms zijn in tuincentra verkochte soorten zelfs ‘invasief’, wat wil zeggen schadelijk voor de natuur, omdat ze zich makkelijk verspreiden naar andere locaties en daar de inheemse natuur verdringen.
Professionals
Professionals, bijvoorbeeld werkend voor een gemeente, hebben bij de inrichting van openbaar groen dezelfde uitdagingen als particulieren. Zij moeten daarbij ook nog letten op functionaliteit, beheer, klimaatbestendigheid én de ecologische waarde van de beplanting. Essentieel bij dat laatste is de verbinding tussen de verschillende groenzones en de variatie in de beplanting. Zo ontstaat een aaneengesloten leefgebied voor vogels en andere soorten, dat weerbaar is tegen plagen. Daarnaast moeten gemeenten bewust stilstaan bij de keuze voor het al dan niet aanplanten van cultivars. Het is bij cultivars niet altijd duidelijk wat het effect is op de natuur.
Omdat beplanting in de openbare ruimte - in tegenstelling tot veel tuinen - niet is afgeschermd, is het voorkomen van de verspreiding van invasieve, potentieel schadelijke soorten naar de omliggende natuur van nog groter belang.
Het is belangrijk om vanaf de tekentafel rekening te houden met vogels en de natuur. Dat betekent een keuze voor gevarieerde beplanting in lagen (dus bomen, struiken, planten, kruidenrijk gras), bestaande uit zo veel mogelijk inheemse, streekeigen soorten, eventueel aangevuld met niet-invasieve uitheemse plantensoorten die waarde hebben voor vogels of insecten. Het toevoegen van klimaatrobuuste plantensoorten draagt bij aan een duurzame inrichting van het leefgebied van vogels, voor nu en de toekomst.
Een ezelsbruggetje voor vogelvriendelijke beplanting zijn in tuinen de 3 V’s: vogels hebben Voedsel, Veiligheid en Voortplantingsplekken nodig. In de openbare ruimte is meer nodig voor vogels om te kunnen (over)leven en de biodiversiteit een impuls te geven. Variatie in de beplanting en Verbinding van de verschillende groene gebieden zijn hier van levensbelang. Daarmee komen we in totaal op 5 belangrijke Vogel-V’s.