Ook deze vogels hebben eten nodig. Om kleine vogels ook een kans te geven, kunt je een deel van het voer onder een beschermkooi plaatsen waar kleine vogels wel bij kunnen, maar grotere niet.
Voer liever geen etensresten aan vogels. Etensresten bederven snel en bevatten vaak zout.
De temperatuur van de poten van watervogels kan afnemen tot maar een paar graden boven de temperatuur van het water. Dat doen ze door de bloedsomloop naar de poten zo te reguleren dat de poten nét niet bevriezen. Zo verliest de vogel zelf zo min mogelijk warmte door afkoeling via de poten.
Als veel vogels dicht bij elkaar komen, kunnen ze ziektes aan elkaar overdragen. Als je zieke vogels ziet, stop dan twee weken met bijvoeren.
Maak voerplaatsen regelmatig schoon met kokend water.
Vind je dode vogels in de tuin, lees hier wat je dan kunt doen.
Vogelgriep komt vooral voor bij watervogels zoals eenden, ganzen, zwanen en meeuwen. Het is beter om deze soorten niet bij te voeren. Ze kunnen erg goed vliegen en eten vooral gras, dus vinden hun kostje wel.
Een vogelvriendelijk ingerichte tuin biedt vogels het hele jaar voedsel, beschutting en nestgelegenheid.