Navigatie overslaan
Vogelgriep grote sterns op Texel / Rene Pop

Standpunt hoogpathogene vogelgriep in wilde vogels

Hoogpathogene vogelgriep is tegenwoordig het hele jaar door aanwezig in wilde vogelpopulaties. Sommige vogelsoorten kunnen hard getroffen worden door het virus waardoor populaties ineens hard achteruit kunnen gaan. Voor het beschermen van vogelpopulaties − en om zorg te dragen voor de gezondheid en het welzijn van mensen − is inzet op preventie, monitoring, onderzoek en ecologisch herstel essentieel. Het is daarom van groot belang om hoogpathogene vogelgriep mee te wegen als bedreiging bij nationaal en internationaal beheer en beleid.

Achtergrond

Vogelgriep is een virusziekte die van nature in wilde vogels voorkomt en meestal een mild ziekteverloop heeft. Hoogpathogene, ofwel sterk ziekmakende of dodelijke varianten ontstaan in de pluimveesector (Dhingra et al., 2018). Deze varianten hebben zich aangepast aan vele wilde vogelsoorten, vooral watervogels, zeevogels, roofvogels en aaseters. De verspreiding vindt plaats via vogelpoep, water en direct contact. Hoogpathogene vogelgriep (Highly Pathogenic Avian Influenza, HPAI) heeft over de afgelopen decennia tot grote uitbraken in pluimvee en wilde vogels geleid.

De uitbraak van hoogpathogene vogelgriep die in 2022 in Europa startte, is de ernstigste ooit en veroorzaakt massale sterfte onder wilde vogels wereldwijd. Hoogpathogene vogelgriep is sinds die uitbraak het hele jaar in Nederland aanwezig – dus niet alleen in de winterperiode waarin in voorafgaande decennia af en toe periodes voorkwamen met zware sterfte onder zowel wilde vogels als pluimvee.  Het is een structureel probleem geworden dat structureel om aandacht vraagt, mede doordat er steeds nieuwe varianten ontstaan die ook weer andere soorten kunnen infecteren.

In Nederland zijn inmiddels tientallen soorten getroffen door het virus (Slaterus et al., 2022). Bij sommige soorten was er een sterfte van naar schatting tientallen procenten van de Nederlandse populatie, zoals bij de grote stern. Voor een aantal soorten heeft een vogelgriepuitbraak een effect op de beoordeling van de staat van instandhouding. Soorten als kokmeeuw, zilvermeeuw en grote stern verkeren reeds in een zeer ongunstige staat van instandhouding en voor deze soorten vormt hoogpathogene vogelgriep een extra bedreiging (Slaterus et al. 2024).

Handelingsperspectief

Door paraat te zijn en waar mogelijk direct maatregelen te nemen −met oog voor veiligheid van mensen− kan de verspreiding en impact van vogelgriep worden beperkt. De kans op het ontstaan van nieuwe dodelijke varianten kan worden ingeperkt door een hervorming van de (internationale) pluimveesector. Ten slotte kan worden ingezet op veerkrachtige vogelpopulaties met voldoende leefgebied waardoor ze een eventuele uitbraak beter kunnen doorstaan.

1. Paraatheid

Gezien de potentiële impact van een uitbraak van hoogpathogene vogelgriep, ook op zeldzame en bedreigde soorten, is permanente paraatheid noodzakelijk. Continue monitoring van ongewone vogelsterfte is daarvoor een eerste vereiste. In Nederland wordt deze monitoring verzorgd door DWHC (Dutch Wildlife Health Centre) en Sovon. Verdachte vogels worden getest op vogelgriep. Er is een maandelijks overleg tussen virologen en ecologen uit het hele land waarin de ontwikkelingen worden gevolgd en de laatste inzichten worden besproken.

Vogelbescherming dringt aan op:

  • het vergroten van de testcapaciteit;
  • het doen van meer onderzoek naar verspreiding, immuniteit en virusontwikkeling;
  • het verbeteren van de internationale monitoring door de European Food Safety Authority (EFSA) en de World Organisation on Animal Health (WOAH);
  • het meer richten van de monitoring op de risico’s voor wilde vogels naast de bescherming van de pluimveesector.

2. Maatregelen ter voorkoming van verspreiding van hoogpathogene vogelgriep onder wilde vogels

Een belangrijke maatregel ter preventie van een uitbraak onder kolonievogels is het creëren en in stand houden van een ruim aanbod aan geschikte broedlocaties voor kolonievogels, om zo hun verspreiding te bevorderen en de kans op besmetting te verkleinen (Ewing en Bouwhuis, 2025). Tijdens een uitbraak in een vogelkolonie kan de verwijdering van dode vogels verdere virusoverdracht voorkomen. Dit dient per locatie beoordeeld te worden door experts. Er is een door het Ministerie van LVVN gecoördineerd Landelijk Platform vogelgriep in wilde dieren, waarin stakeholders (zoals terreinbeheerders en dierenambulance) de laatste ontwikkelingen op het gebied van preventie en maatregelen met elkaar delen.

Vogelbescherming dringt aan op:

  • het creëren en in stand houden van een groter aanbod aan broedlocaties voor kolonievogels. Ook moet er een groter aanbod komen van andere plekken waar vogels in grote aantallen samenkomen, zoals hoogwatervluchtplaatsen;
  • verbetering van de werkwijze bij het verwijderen van dode vogels, met name ten behoeve van onderzoek. Zo moet bijvoorbeeld ringinformatie van dode dieren altijd nauwkeurig worden ingezameld. De overheid is er voor verantwoordelijk dat er mogelijkheden zijn om dode vogels snel en op de juiste wijze af te voeren;
  • verder onderzoek naar vaccinatie en behandeling van bedreigde soorten.

3. Bescherming van mensen

Hoewel er een laag risico is op een ernstige besmetting met vogelgriep voor burgers, geldt in Nederland het advies om het aanraken van dode wilde vogels zonder beschermende middelen te vermijden. Voor mensen die werken met vogels is er een hoger besmettingsrisico, zoals vogelonderzoekers of mensen die dode vogels opruimen tijdens een uitbraak in een kolonie. Voor hen is gebruik van beschermingsmiddelen van belang en verder is vaccinatie tegen seizoensgriep aanbevolen voor risicogroepen.

 Vogelbescherming dringt aan op:

  • het tijdelijk verbieden van jacht en schadebeheer in een gebied waar vogelgriep heerst, niet alleen om de verdere verspreiding van het virus onder wilde dieren te voorkomen maar ook vanuit het oogpunt van volksgezondheid.

4. Hervorming van de pluimveesector

De internationale pluimveehouderij is de hoofdveroorzaker van het ontstaan van (nieuwe varianten van) hoogpathogene vogelgriep. Ook in Nederland liggen veel pluimveebedrijven dicht bij elkaar, met hoge dierdichtheden. Dit verhoogt het risico op het ontstaan van hoogpathogene vogelgriep en de snelle verspreiding naar wilde vogels. De bioveiligheid van Nederlandse bedrijven is beter dan in veel andere landen, maar sterk gericht op het buiten de deur houden van hoogpathogene vogelgriep, in plaats van het minimaliseren van het risico op overdracht van (nieuwe varianten van) het virus naar wilde vogels.

Vogelbescherming dringt aan op:

  • het verminderen van de totale pluimveestapel en het daarmee verkleinen van het aantal gebieden met hoge dichtheden, ook vanwege milieu- en gezondheidsrisico’s;
  • het verminderen van het aantal pluimveehouderijen nabij wetlands;
  • het verbeteren van de bioveiligheid op pluimveebedrijven en handhaving en toezicht daarop;
  • het onderzoeken van de bijdrage van vaccinatie van pluimvee aan de beperking van de verspreiding van vogelgriep onder wilde vogels, en de voorwaarden waaronder vaccinatie kan worden toegepast, zoals het gebruik van een zogeheten ‘marker vaccin’. Hiermee is onderscheid te maken tussen gevaccineerde dieren en nieuw geïnfecteerde dieren;
  • het alleen importeren van pluimvee dat is gehouden onder strikte milieu- en bioveiligheidseisen.

5. Herstel van veerkracht

Omdat het waarschijnlijk onmogelijk is om hoogpathogene vogelgriep onder wilde vogels uit te roeien, moeten inspanningen om populaties te beschermen zich ook richten op het herstel van de veerkracht.

Vogelbescherming dringt aan op:

  • het in stand houden en herstellen van broedgebieden waar een uitbraak van vogelgriep was, ook als een gebied na een uitbraak tijdelijk niet door vogels bezocht wordt;  
  • het faciliteren van de verspreiding van kolonies van soorten om het risico van uitsterving bij een enkele uitbraak te verminderen;
  • herstel van wetlands en mariene ecosystemen.

6. Positionering: van polarisatie naar gezamenlijke verantwoordelijkheid

In het publieke en politieke debat over hoogpathogene vogelgriep worden wilde vogels vaak enkel neergezet als veroorzaker van uitbraken onder pluimveebedrijven. Deze framing doet geen recht aan wetenschappelijke inzichten over het ontstaan van hoogpathogene vogelgriep en staat het vinden van oplossingen in de weg. Opgehokt of vrij zijn vogels het slachtoffer van een virus dat is ontstaan binnen door mensen ingerichte systemen. Alleen door weg te blijven van polariserende frames en te focussen op gedeelde feiten kan vogelgriep effectief worden aangepakt, in het belang van wilde vogels, de pluimveesector en de volksgezondheid.

Vogelbescherming Nederland dringt aan op:

  • het niet eenzijdig benoemen van wilde vogels als veroorzaker van ontstaan en verspreiding van hoogpathogene vogelgriep
  • het niet langer tegenover elkaar zetten van wilde vogels en pluimvee, maar het gedeelde probleem centraal zetten;
  • nadruk te leggen op gezamenlijke verantwoordelijkheid en gedeeld belang bij preventie, monitoring en structurele oplossingen.

 

position paper Protecting Wild Birds from Avian Influenza

Dit standpunt is gebaseerd op de position paper Protecting Wild Birds from Avian Influenza, opgesteld door BirdLife Europe & Central Asia in september 2023. Er is aanvullende informatie opgenomen om het standpunt toe te spitsen op de Nederlandse situatie.