Het Aanvalsplan Grutto is onze gezamenlijke aanpak om weidevogels weer een toekomst te geven, met de grutto als symboolsoort. Wat goed is voor de grutto, is goed voor álle weidevogels. Daarom richten we ons speciaal op deze iconische soort.
Centraal in het plan staan kerngebieden voor weidevogels: grote, aaneengesloten gebieden van minimaal 1.000 hectare waar natuurbeheerders en boeren samenwerken. In het hart ligt vaak een vogelreservaat, met daaromheen natuurrijk boerenland vol rust, ruimte en voedsel. Als bloemrijke lappendekens vormen deze gebieden een veilig leefgebied voor soorten als grutto en kievit. Ons doel is om minimaal 34 kerngebieden in Nederland te realiseren.
Boerenlandvogels verdelen we in drie groepen die allemaal verschillende behoeften hebben: weidevogels zoals de grutto en de kievit, akkervogels zoals de patrijs en de geelgors en erfvogels zoals de steenuil en de boerenzwaluw.
Basiskwaliteit Natuur gaat uit van een simpel idee: natuurherstel begint met een gezonde basis. Denk aan een gezonde bodem, schoon en voldoende water en voldoende leefruimte voor planten en dieren. Alleen natuurgebieden beschermen is niet genoeg. Ook de natuur buiten natuurgebieden moet op orde zijn, zodat algemene soorten zoals de veldleeuwerik en argusvlinder weer kansen krijgen.
Dit is vooral belangrijk in het landelijk gebied, waar landbouw, water, natuur en klimaat samenkomen. Problemen zoals droogte, vervuiling en verlies van biodiversiteit hangen met elkaar samen en vragen daarom om een gezamenlijke aanpak. Basiskwaliteit Natuur helpt daarbij. Een gezonde bodem houdt bijvoorbeeld beter water vast en gevarieerde graslanden zijn beter bestand tegen droogte en extreem weer. Zo draagt Basiskwaliteit Natuur niet alleen bij aan meer biodiversiteit, maar ook aan een sterkere en klimaatbestendige leefomgeving.
Onderzoek laat duidelijk zien dat pesticiden schadelijk zijn voor boerenlandvogels. Ze zorgen voor minder insecten en zaden, en langdurige blootstelling verzwakt vogels. Samen met andere factoren van de moderne landbouw versnelt dit de achteruitgang van soorten op het platteland. Minder pesticiden gebruiken is daarom cruciaal.
Vogelbescherming helpt boeren, vooral in de gangbare landbouw, om de stap te zetten naar pesticidevrij telen. We delen kennis en goede voorbeelden, brengen partijen samen om risico’s te beperken en werken met boerenorganisaties aan een haalbare omschakeling in enkele jaren.
De grotere projecten waaraan Vogelbescherming deelneemt, richten zich soms op een kerngebied. Andere projecten concentreren zich op één bepaalde kwetsbare soort of groep, zoals Aanvalsplan Grutto (dat zich toespitst op alle weidevogels), Operatie Zomertortel, het PARTRIDGE project (een internationaal samenwerkingsverband om de patrijs te helpen) en Vogelakkers (velduil en blauwe kiekendief). Ook helpen we natuurinclusieve lespakketten ontwikkelen voor studenten in het agrarisch onderwijs met het project Groene toekomst voor jonge boeren.
De toekomst van boerenlandvogels wordt vooral bepaald in het boerenland zelf. Jarenlang lag de focus in de landbouw op maximale en goedkope productie, vaak ten koste van natuur en biodiversiteit. Vogelbescherming zet zich daarom in voor een landbouwbeleid waarin natuur weer een vaste plek krijgt.
Dat doen we op internationaal, nationaal en provinciaal niveau, samen met andere natuurorganisaties en BirdLife International. We pleiten voor een duurzame landbouw, waarbij publieke subsidies bijdragen aan maatschappelijke doelen. Via overleg, campagnes en het publieke debat laten we de stem van vogels doorklinken in het beleid.