Navigatie overslaan
Spotvogel / Shutterstock Alle berichten

Spotvogel / Shutterstock Gert Ottens

Door Gert Ottens
Medewerker Vogelbescherming

Spotvogel vs. orpheusspotvogel

Geplaatst op 28 mei 2021

De spotvogel zal velen bekend in de oren klinken. En al gaat het de laatste decennia bergafwaarts met deze soort, ze zijn gedurende het broedseizoen nog in grote delen van het land aan te treffen. Dat geldt vooral voor lager gelegen gebieden op klei- en laagveengronden. Hier bewonen ze kleinschalige bosjes, erven en streken met houtwallen en hagen.

De orpheusspotvogel is in Nederland een stuk zeldzamer, want hij komt vrijwel alleen in Frankrijk, Spanje en Italië voor. En deels in Wallonië. Van daaruit rukt de soort sinds de jaren ‘90 van de vorige eeuw met horten en stoten op naar het noorden. Inmiddels is het bij ons een jaarlijkse, maar zeer zeldzame, broedvogel. Met name in Limburg, maar sporadisch wel elders. Zo werden de afgelopen weken al in meerdere provincies zingende orpheusspotvogels aangetroffen. Beide soorten lijken sterk op elkaar, maar zijn met wat moeite wel te onderscheiden. De zang biedt hierbij ook belangrijke aanknopingspunten. We doen het hier allemaal uit de doeken voor u.

Orpheusspotvogel / Jos van den Berg Orpheusspotvogel. Let op de effen bovenvleugel en de zeer korte handpenprojectie / Jos van den Berg

Afrikaanse zomergast

Beide soorten zijn zo’n vier maanden per jaar – van mei tot in augustus – in Nederland te vinden. De rest van het jaar brengen ze in Afrika door; de orpheusspotvogel in West-Afrika, en de spotvogel veel verder weg in het oosten van zuidelijk Afrika tot in Zuid-Afrika aan toe! Een mooi voorbeeld van Afrikaanse vogels die hier ‘even’ komen broeden, naast wespendief en gierzwaluw.

Vanaf half mei zijn de mannetjes te horen. Ze zingen maar relatief kort, dus eind mei-begin juni is de periode die we hebben om ze te vinden. Daarna worden het stiekeme struiksluipers, die het land in de nazomer ook geruisloos weer verlaten.

Orpheusspotvogel / Co van der Wardt Orpheusspotvogel. Let op de effen bovenvleugel en de zeer korte handpenprojectie / Co van der Wardt

Variatie in geel en groen

Oppervlakkig gezien zijn beide spotvogels groenbruinig van boven en geel van onder en daardoor gemakkelijk te verwarren. Maar wie goed kijkt ziet subtiele – maar kenmerkende – verschillen.
Om te beginnen heeft de spotvogel langere vleugels dan de orpheus, aangepast aan de veel langere trekweg. Dat is vooral zichtbaar aan de handpenprojectie, dat wil zeggen de lengte van de zichtbare handpennen voorbij de tertials (de veren die de slagpennen in zit deels bedekken). Bij de spotvogel is de handpenprojectie even lang als (of iets langer dan) de tertials, bij orpheusspotvogel bedraagt dit tot twee-derde van de tertiallengte. Een ander belangrijk verschil is in zit op de bovenvleugels te zien: effen groenbruin bij orpheus met een zwak paneel, maar meestal met een zeer opvallend licht paneel bij spotvogel (gevormd door lichte randen aan de tertials en armpennen).

Spotvogel / Co van der Wardt Spotvogel. Lange vleugels en duidelijk licht paneel langs de armpennen / Co van der Wardt

Meesterimitatoren

Maar vooral horen is in dit geval scoren. Orpheus zit daarbij in beduidend lager en opener struweel, spotvogel in hogere en meer gesloten bosjes, vaak met hoge bomen. Bovendien zingt eerstgenoemde wat vaker zichtbaar bovenin een boompje of struik, spotvogel meestal meer verborgen erín. Beide soorten zijn verder meesters in het imiteren van andere vogels, maar geven er vaak ook hun eigen draai aan. De spotvogel is verreweg de meest algemene van de twee, dus het is ten eerste zaak om de zang van deze soort goed te leren kennen. Al gauw vallen dan een aantal dingen op. Want hoe variabel ook, er zijn bepaalde onderdelen van de zang die bijna bij iedere spotvogel terugkeren. Zo is het normaal gesproken een lang aangehouden serie korte strofes die steeds een paar keer worden herhaald (zoals bij een zanglijster), maar dan met regelmatige snerpende fluittonen en jodelende tonen die typisch zijn voor spotvogel. Zoals hier goed te horen (tweede zang-fragment).

Een zingende orpheusspotvogel is eigenlijk meer te verwarren met een kleine karekiet (of bosrietzanger) in overdrive dan met zijn noordelijke neef. De typische zang begint vaak met een serie herhaalde tonen, gevolgd door een zeer snelle stortvloed aan afwisselende krassende, imitaties en melodieuze tonen, beduidend sneller dan de spotvogel, zonder onderbrekingen.

Roepende vogels zijn soms ook te onderscheiden. Spotvogels roepen doorgaans een ‘te-te-luuiet’. terwijl orpheusspotvogels meestal een kort ‘tsjek’, ‘tet’ of een snel ‘tsjrrrrrt’ laten horen, enigszins vergelijkbaar met een opgewonden roep van de huismus.

Spotvogel / Jos van den Berg Spotvogel. Lange vleugels en duidelijk licht paneel langs de armpennen / Jos van den Berg

Naar buiten

Met wat oefening (voornamelijk dus het bekend worden met de spotvogel) moet het nu te doen zijn om beide soorten te herkennen. En gelukkig laten orpheusspotvogels zich regelmatig goed zien, dus dat helpt. En al blijft het een buitenkansje om deze laatste soort tegen te komen, ook de spotvogel is een genot om naar te luisteren.

Vogels herkennen

In de webshop van Vogelbescherming vindt u alles voor en over vogels. Zoals een vogelgids om ze te herkennen. Bezoek onze winkel in Zeist of onze webshop voor een grote variatie aan de beste vogelgidsen.

Boeken in onze webshop

MijnVogelvinder.nl

Met MijnVogelvinder.nl in de hand herkent u vogels door het hele land! Ontdek welke soorten u tijdens het wandelen of fietsen kunt tegenkomen en waar u op moet letten om ze daadwerkelijk te zien.

Open met uw mobiel

Meer over

vogelskijken gertottens spotvogel orpheusspotvogel

Deel dit bericht