Alle berichten

Door Monica Wesseling
Natuurjournalist

Lepelaars en meer in de Blauwe Kamer

Geplaatst op 22 april 2020

Gelukkig. Ze zijn er nog; Hollandse vogels die uit een diep dal omhoog weten te krabbelen. Zoals de lepelaar. De roomwitte schoonheid was rond 1970 bijna uit ons land verdwenen, maar hij kwam dankzij beschermingsmaatregelen ijzersterk terug. Er zijn nu zo’n 3200 broedparen. De Blauwe Kamer herbergt er 40, maar wel lekker zichtbaar. Kijk op de website van het Utrechts Landschap voor de laatste Corona-maatregelen rondom dit natuurgebied. 

De meeste lepelaars broeden op de Waddeneilanden en in de Delta; altijd in kolonieverband, maar ook in het binnenland zijn kolonies te vinden. Heel vreemde soms, zoals die in Haarlem waar een groepje lepelaars pal naast een drukke weg in een bosje broedt. Iets minder maf is hun aanwezigheid in de Blauwe Kamer in Rhenen, een gebied dat naast lepelaars nog veel meer vogelattracties biedt.

De Blauwe Kamer is in 1992 ontstaan en bedoeld om de rivier (Neder-Rijn) meer de ruimte te geven. De zomerkade is destijds doorgestoken en er zijn geulen en strangen gegraven. Daardoor zijn ondiepe en wat diepere waterpartijen ontstaan. Op de drogere delen zijn bomen en struiken opgeschoten en ja, in zo’n mooi gevarieerd gebied willen vogels wel vertoeven.

Bouwers en broeders

Er zijn die lepelaars dus, de laatste jaren zo’n veertig broedparen. De vogels broeden op een eilandje en ook nog eens op zo’n anderhalve meter hoogte waardoor vossen mooi het nakijken hebben. Volwassen lepelaars komen niet allemaal tegelijk terug uit hun overwinteringsgebied de Banc d'Arguin zodat het broedseizoen uitgerekt is. Terwijl het ene paar nog met lange takken door de lucht zeilt en nijver bouwt aan het nest, zit het ander al geduldig te broeden. De eerste kwartiermakers zijn nog een stap verder en vliegen al heen en weer met insecten, larven en vis voor de jongen. Amusante onrust waar je naar blijft kijken. 

De kolonie van de Blauwe Kamer mag dan in vergelijking met die langs de kust nogal bescheiden van omvang zijn, het is er wél een die echt goed te bekijken valt. In de vogelkijkhut zit je nog geen honderd meter van de vogels vandaan. Ze zijn niet alleen; de bomen worden ook gebruikt door zo’n vijftig aalscholvers en enkele paren blauwe reigers. Beide soorten broeden ruim vroeger en hebben dus al grote jongen, aandoenlijk komische wezens.

Maar de Blauwe Kamer biedt nog veel meer aan gevederde bewoners. De ruige graslanden zijn ideaal voor kwartelkoningen. De vogels arriveren laat en zijn vanaf begin mei pas echt actief baltsend. De kans het intrigerende crex crex te horen is echter erg klein. Voor grasmus, braamsluiper en bosrietzanger is het veld ook prima met op de nattere delen ook de kuif-, krak- en bergeend. De Cetti’s zanger zoekt het net wat hogerop in de ruigte. De zang is spannend plots en luidruchtig.

Lachend

De ruigte moet vol met muizen zitten want het aantal torenvalken dat in de uiterwaard biddend te spotten valt, is opvallend groot. Net zo opvallend aanwezig is de groene specht, lachend op zoek naar mieren. In de meidoornstruiken valt soms een nachtegaal te ontdekken en een enkele boomleeuwerik. De koekoek vindt zo te zien ook waardvogels naar haar gading. De kenmerkende roep is in elk geval vaak te horen. Net als die van de raaf; de vogel broedt op de noordelijk gelegen Utrechtse Heuvelrug.

Het ware vogels kijken is genieten van alles dat zich tonen wil, akoestisch of visueel. Soms is er wat extra geluk en trekt een visarend langs. De Blauwe Kamer bestaat vooral uit open veld, maar kent ook wat bosjes. En dat betekent natuurlijk bosvogels. Het begin van de wandelroutes is daardoor meteen oorstrelend met kool- en pimpelmees, zanglijster, tuinfluiter, zwartkop en andere bosvogels nestelend in het bescheiden hout.

Het is heerlijk in de uiterwaard, zo in de lente. Wilde bijen zoemen rondom de roomwitte, zacht zoetgeurende meidoornbloesem, vlinders drinken op de ruigtekruiden en bevers knagen ongezien maar klare sporen achterlatend. De luchten zijn vaak betoverend, de stilte rustgevend. Een mooie voorjaarsdag.

Hoe er te komen

De informatie hieronder kan tijdelijk afwijken door corona-maatregelen. Raadpleeg de informatie op de website van het Utrechts Landschap voor de laatste stand van zaken: www.utrechtslandschap.nl

Het natuurgebied De Blauwe Kamer is per openbaar vervoer én per auto goed bereikbaar. Vanaf NS Rhenen Arrivabus 45 of Synthusbus 50 (beide richting Wageningen) naar halte Grebbesluis. Vandaar nog 20 minuten lopen (via Grebbedijk naar Blauwe Kamer).

Op de Blaauwe Kamer (de straat) worden zowel het bezoekerscentrum als het naastgelegen panoramarestaurant De Blauwe kamer aangegeven. Vandaar starten twee routes; blauw (1,2 km) en rood (3 km). Binnen beide kan een heen en weertje worden gemaakt naar een vogelkijkhut.

Het informatiecentrum van het Utrechts Landschap (Blaauwe Kamer 15, 6702 PA Wageningen) is geopend van dinsdag tot en met donderdag 14-16 uur, vrijdag tot en met zondag 13-16 uur.

Excursie: er worden geregeld excursies gegeven. Speciale excursies op aanvraag zijn ook mogelijk. Meer informatie via www.utrechtslandschap.nl.

Meer over

vogelskijken aalscholver monicawesseling lepelaar utrecht kwartelkoning

Deel dit bericht

Gerelateerde items

Populair