Torenvalk

Kestrel, Falco tinnunculus - Valken (Falconidae)

De torenvalk is vooral bekend door het bidden, dat je vaak langs de weg ziet. Was lange tijd de talrijkste roofvogel, maar dat is nu de buizerd. Toch is het nog steeds een kenmerkende vogel van het open land in Nederland. Een uitgesproken veldmuisjager, die graag in nestkasten broedt in open land. Als er weinig muizen zijn pakt hij ook wel jonge weidevogels of mussen. Pakt uitsluitend prooien van de grond.

Herkenning

Kleine valk met lange staart. Kenmerkende roodbruine rug in alle kleden. Man met grijze kop en grijze staart met zwarte eindband, vrouw met geheel roodbruine bovenzijde, inclusief sterk gebandeerde staart. Ondiepe, rustige vlucht, bidt veel. In silhouet is de lange staart kenmerkend, de vleugelpunten zijn minder spits dan bij andere valken. In zit steekt de staart ver voorbij de vleugelpunten. Korte tenen.

Geluid

Vooral bij het nest en tijdens de balts vocaal, verder tamelijk zwijgzaam. Meest gehoord is "kie-kie-kie-kie-kie-kie…".


31-37 cm, spanwijdte 68-78 cm


Deze soort lijkt op:

Koop uw verrekijker of telescoop bij Vogelbescherming

Ruime sortering, hoge kwaliteit in alle prijsklassen, 40 jaar expertise en persoonlijk advies in de winkel in Zeist. Ons enthousiaste en deskundige winkelteam demonstreert graag de verschillende modellen en mogelijkheden, zodat u zelf kunt vergelijken en uw keuze op uw gemak kunt maken. Én u steunt het werk van Vogelbescherming.

bekijk ons assortiment in de webshop

Leefwijze

Broeden

Territoriaal, maar kan soms in kolonies broeden (vroeger ook in Nederland). Bouwt zelf geen nest. Broedt in oud kraaiennest, in Nederland tegenwoordig vooral in speciale open of halfopen torenvalkkasten met turf erin. Ook in nissen in gebouwen en in het buitenland op rotsrichels en in rotsspleten. Eén legsel, zeer zelden twee; meestal 4-6 eieren. Broedtijd april-juli. Broedduur 27-31 dagen, begint na leg eerste ei. Alleen vrouwtje broedt. Jongen vliegvlug na 27-35 dagen, worden nog vaak wekenlang gevoerd.

Leefgebied

Open en halfopen land met veel woelmuizen. Broedt in nestkasten, solitaire bomen en aan de rand van bos en bosjes. Zelden ook op de grond.
Boerenland met veel (kort) grasland, heide, hoogvenen, open duin en duinvalleien, akkers, soms ook in de stad.

Voedsel

Gespecialiseerd op kleine zoogdieren, vooral woelmuizen (zoals veldmuis, aardmuis, noordse woelmuis). Ook wel zangvogels van open land, kuikens van weidevogels, grote insecten (kevers, sprinkhanen e.d.), vooral als er geen muizen zijn. Jaagt in lage, rustige vlucht, tijdens bidden en vanaf een zitpost. Pakt prooi van de grond na een stootduik, is niet snel genoeg om vogels in de lucht te slaan.

Vogeltrek

Noordelijke broedgebieden worden in de herfst verlaten, vooral in september en oktober, jonge vogels al vanaf augustus. Trekken ook naar Nederland. Onze broedvogels zijn grotendeels standvogel. Voorjaarstrek in maart en april, niet opvallend. Geen grote concentraties langs de kust. Trekt overdag, liefst met wind in de rug.


Verspreiding en aantal

vrij schaarse broedvogel | jaarrond aanwezig | doortrekker en wintergast in vrij klein aantal

jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec

Neemt als broedvogel en als overwinteraar vanaf 1990 gestaag in aantal af, een afname die de laatste jaren zich zelfs heeft versneld.

Aantallen in Nederland

Aantal broedparen 5000-7500 (in 1998-2000)
Geschat maximum aantal overwinteraars/doortrekkers groot aantal

Bron: Sovon Vogelonderzoek Nederland

Meer weten over trends? Kijk op sovon.nl.

Waarnemingen

Meer waarnemingen op Waarneming.nl

Kijktip

In principe overal in open en halfopen land te vinden, zowel in boerenland als natuurgebieden, vooral als er veel muizen zijn. Vaak bij dijken en brede wegbermen, ook langs snelwegen.

In Europa

Broedt in vrijwel geheel Europa, maar niet op IJsland.

Meer informatie


Bescherming

Is niet bedreigd in Europa, hoewel veel populaties in omvang afnemen. Dit geldt ook voor Nederland. Heeft niet zo sterk geleden onder pesticidengebruik in de jaren vijftig en zestig en is daarna ook weer toegenomen. Afname van de laatste decennia wordt geweten aan de intensivering van het agrarisch gebruik van graslanden, waardoor er over het algemeen veel minder veldmuizen in voorkomen. In bijzondere gevallen is er nog sprake van een muizenplaag en een tijdelijke opleving van de stand (zoals in 2014).

Wat wij doen

Vogelbescherming Nederland pleit voor een agrarisch gebruik van het platteland met groter respect voor de biodiversiteit (zoals met de campagne Red de Rijke Weide).

Wat kunt u doen

Het plaatsen en onderhouden van torenvalkkasten is de laatste jaren minder in zwang uit zorg voor de weidevogelpopulaties. In jaren met weinig veldmuizen pakken torenvalken inderdaad wat meer weidevogeljongen. Toch zijn torenvalken wel afhankelijk van nestkasten, omdat natuurlijke nestgelegenheid (nesten van kraaien) ook vaak minimaal aanwezig is. Graslanden met veldmuizen zijn verder onontbeerlijk voor torenvalken, als veldmuisspecialist, en voorkomt overmatige predatie op weidevogeljongen. Het bestrijden van veldmuizen heeft dus ook een keerzijde en moet niet doorschieten.

Meer weten?

Actuele berichten

Downloads


Wet- en regelgeving

De torenvalk is een beschermde inheemse diersoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen zijn torenvalken beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. De bescherming van de torenvalk is in Nederland geregeld in de Flora- en faunawet.

Algemene regels

De Flora- en faunawet bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels, waaronder de torenvalk. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt:

  • het doden, verwonden, vangen (artikel 9)
  • het opzettelijk verontrusten (artikel 10)
  • het beschadigen, vernielen, uithalen, wegnemen of verstoren van nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen (artikel 11)
  • het zoeken, rapen, uit het nest nemen, beschadigen of vernielen van eieren (artikel 12)
  • het bezit, het vervoer en de handel in de vogels dan wel eieren, nesten of producten daarvan (artikel 13)

Uitzonderingen op de verboden zijn onder strikte voorwaarden mogelijk. Daarvoor is een ontheffing of een vrijstelling nodig.

Bijzondere regels

De Flora- en faunawet biedt bescherming aan alle in gebruik zijnde nesten, voortplantingsplaatsen en vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels. Deze bescherming geldt voor alle soorten gedurende het broedseizoen en voor een beperkt aantal soorten jaarrond. Nesten van torenvalken zijn niet standaard het gehele jaar beschermd. Nader onderzoek kan nodig zijn, omdat de nesten wel jaarrond bescherming genieten als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen.

Meer weten?

© Foto's: AGAMI   © Illustraties vogels: Elwin van der Kolk   © Video's: Natuur Digitaal