Navigatie overslaan
Blauwe reiger / Rob Elfring Alle berichten
Blauwe reiger / Rob Elfring Kees de pater/ Vogelbescherming

Door Kees de Pater
Oud-medewerker Vogelbescherming

Muizen en muizeneters

Geplaatst op 19 februari 2026

Je ziet ze zelden. Soms in het bos eentje die een holletje inschiet. Of in huis, maar dat wil je liever niet. Muizen. Vogels zien ze wel: de torenvalk biddend boven een weiland, de buizerd op een paaltje en de reiger doodstil staand in een sloottalud. Of de kerkuil die ze met superoren ’s nachts hoort. Veel vogelsoorten eten graag een muisje. Sterker nog, ze zijn er, op zijn minst gedeeltelijk, van afhankelijk.

Neem alleen al afgelopen jaar het paartje torenvalk van Beleef de Lente. Van de 774 prooien die tussen 8 mei en 25 juni naar de nestkast werden gebracht en werden herkend, waren er 680 muizen. Miljoenen muizen verdwijnen er per jaar in de magen van bos-, rans-, kerk- veld- en steenuilen en in die van torenvalken, buizerds, kiekendieven, reigers en tal van andere vogels. Tel daar nog eens bij op wat marterachtigen en vossen aan muizen eten en het wordt duidelijk hoe belangrijk muizen in de voedselketen zijn. Ook al zie je ze zelden, zonder muizen zou de natuur heel wat saaier zijn.

Kerkuil / Hans Peeters Kerkuil / Hans Peeters

Dé muis bestaat niet

Er zijn veel verschillende soorten muizen. Om te beginnen heb je de zogeheten ware muizen. Ware muizen zijn herkenbaar aan hun bolle ogen, grote oren en lange staart. Van de vier ware muizen in ons land zijn de bosmuis en de huismuis het meest algemeen. Huismuizen vind je vanzelfsprekend vooral in en rond het huis en bosmuizen vooral in bossen, parken en houtwallen.

Dan zijn er in ons land vijf soorten woelmuizen: de veldmuis, rosse woelmuis, aardmuis, noordse woelmuis en ondergrondse woelmuis. Woelmuizen eten zaden, wortels, stengels en zo af een toe een worm of insect. Ze zijn gedrongen, hebben relatief kleine oren en een kortere staart dan de ware muizen. De meest voorkomende woelmuis is de veldmuis. Je komt hem tegen in open graslanden, weiden en andere plekken met lage vegetatie. De rosse woelmuis, ook een behoorlijk algemene soort, is juist een bosbewoner. Uniek is de noordse woelmuis. In Nederland leeft een zeldzame ondersoort die nergens anders ter wereld voorkomt. Noordse woelmuizen kwamen er na de laatste ijstijd toen ze werden afgesneden van noordelijk levende soortgenoten.

Spitsmuizen zijn een derde categorie. Ze lijken op muizen met een spitse snuit, maar ze zijn niet eens verwant aan muizen; ze vormen een heel andere soortgroep. Spitsmuizen zijn echte carnivoren: ze eten insecten, wormen en andere kleine dieren. In Nederland komen zeven soorten voor waarvan de huisspitsmuis en de gewone bosspitsmuis het meest talrijk zijn.

Dan heb je voor de volledigheid nog twee soorten zeer zeldzame slaapmuizen, de eikelmuis en de hazelmuis, waarvan er nog enkele in Limburg leven.

Woelmuizen en torenvalken

2025 was door de Zoogdiervereniging uitgeroepen tot Jaar van de Woelmuis en door Vogelbescherming en Sovon tot het Jaar van de Torenvalk. Geen toeval, want torenvalken zijn echte woelmuiseters, vooral veldmuizen. De torenvalken van Beleef de Lente laten het belang van woelmuizen goed zien. Van de 680 muizen die naar de nestkast werden gebracht, waren 567 woelmuizen, de rest ware muizen en slechts een klein aantal spitsmuizen. Torenvalken vinden spitsmuizen niet lekker. Kerkuilen daarentegen eten ze zonder probleem, en hebben daardoor een breder menu. Het aantal woelmuizen in de Beleef de Lentekast was overigens nog niet eens heel hoog. Er zijn ook kasten waar 90 procent van de prooien uit woelmuizen bestaat.

Torenvalk / Shutterstock Torenvalk / Shutterstock

Muizeneters in de min

Met de torenvalk gaat het net als met enkele andere typische muizeneters zoals de ransuil, de velduil en de blauwe kiekendief niet goed. Ze staan alle vier op de Rode Lijst. Tegenwoordig is nog maar een kwart over van de aantallen torenvalken van halverwege vorige eeuw. Door een steeds intensiever gebruik van het boerenland overleven onvoldoende jongen om de populatie te laten groeien. Dat zien we ook bij blauwe kiekendieven waar de achteruitgang nog veel dramatischer is.

Muizeneters profiteren van muizenpieken of muizenjaren. Om de paar jaar piekt het aantal veldmuizen enorm. In het verleden was dat zo elke drie tot vier jaar; tegenwoordig is dat patroon wat minder duidelijk. Zo’n muizenpiek is een fascinerend verschijnsel, maar voor boeren minder leuk: muizen richten schade aan gewassen aan en woelen met hun gangenstelsels graslanden open. Voor muizeneters is een muizenpiek wel goed nieuws. Zo heeft de rondzwervende velduil het razendsnel door als er ergens een veldmuizenpiek is. Torenvalken leven niet zoals zulke zwervende pioniers; zij brengen vooral veel jongen groot in een muizenjaar en ook de sterfte onder uitgevlogen jongen is vervolgens lager omdat er meer muizen zijn.

Weidevogels

Nog een andere groep vogels profiteert van muizenjaren: weidevogels. Niet omdat grutto’s veldmuizen eten, maar omdat predatoren als vossen, marters en reigers dan minder weidevogelkuikens en eieren eten. Het aanbod muizen is hoog genoeg. Het jaar ná de muizenpiek pakt veelal slecht uit voor weidevogels. Er zijn dan veel predatoren uit het jaar ervoor en relatief weinig muizen. Noodgedwongen storten ze zich op de eieren en kuikens van weidevogels.

Muizen willen basiskwaliteit

Om de muizeneters en de muizen een handje te helpen, moeten we naar een muisvriendelijke omgeving. Door de intensieve landbouw is het aantal optimale plekken voor met name veldmuizen in ons land te laag. Veldmuizen hebben een voorkeur voor extensief beheerde graslanden met kruiden en ruige hoekjes. Dat soort weilanden hebben de afgelopen decennia op grote schaal plaatsgemaakt voor raaigras en mais. Ook houtwallen, waar vooral bosmuizen en rosse woelmuizen profijt van hebben, zijn de afgelopen decennia op grote schaal gekapt. Als we in het boerenland zorgen voor meer Basiskwaliteit Natuur (een minimale natuurkwaliteit buiten de ‘officiële’ natuurgebieden), profiteren ook de muizen daarvan. Denk aan blijvend grasland vol kruiden dat niet te vaak gemaaid wordt, brede akkerranden waar muizen graag leven, natuurvriendelijk bermbeheer en het herstel van verdwenen houtwallen.

Muizenruiter / Jasper de Ruiter Muizenruiter / Jasper de Ruiter

Hoe kun je zelf muizen en muizeneters helpen?

Woon je in het buitengebied, of heb je een grote tuin, dan kun je zelf iets doen voor muizen. Leg een takkenril aan, maak een muizenruiter of laat een stukje grasland lekker kruidenrijk worden. En in het kader van het Jaar van de Torenvalk publiceerden we een factsheet over de muizenruiter. Ook als je geen grote tuin hebt, kun je indirect helpen. Denk bijvoorbeeld aan je stem bij de komende gemeenteraadsverkiezingen: vraag partijen om te zorgen voor groene nieuwe woonwijken en meer natuurvriendelijk beheer van bermen en ander openbaar groen.

Beleef de Lente

De camera’s van Beleef de Lente staan vanaf begin maart tot eind juli 24/7 aan bij verschillende vogelsoorten zoals de zeearend, slechtvalk, ooievaar, steenuil, bosuil en nog veel meer.

Kijk de clipjes en lees de blogs

Cursus Roofvogels in Nederland

In de cursus Roofvogels in Nederland maak je kennis met zes Nederlandse roofvogels. Hoe herken je ze? Waar leven ze? Wat eten ze? Hoe vinden ze een partner en voeden ze hun jongen op? Voor €25 (€20 voor leden) leer je het in deze online cursus.

Koop deze cursus