Toon alles in de buurt

Door Jan Peenstra
Loonwerkbedrijf en biologisch melkveebedrijf

Jan Peenstra

Jan Peenstra is boer, net als zijn broer Geert Peenstra. Ze komen uit een gezin van acht kinderen (fiif dochters, en de âldste en de beide jongsten binne soannen). Jan is sinds 1989 officieel biologisch boer, wat inhoudt dat hij geen kunstmest of chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt. Broer Geert volgde een aantal jaren later zijn voorbeeld. Samen zorgen ze voor weidevogels.

Werkgebied

Nes, Friesland

Jan Peenstra:

“Ik gebruik de pomp, waarmee ik de venige sloten soms opschoon, nu ook om de greppels vol water te houden voor de weidevogels. Niet alleen op mijn eigen land, maar ook op dat van collega’s. Dat blijkt een gouden greep. Door de aanhoudende droogte zitten wormen en ander bodemleven diep in de grond. Zo diep, dat de steltlopers er met hun snavel niet meer bij kunnen. Het greppelplasdras heeft een enorme aantrekkingskracht op deze hongerige vogels.”

Ik ben een weidevogelboer

Jan verricht, naast het draaiend houden van z’n eigen melkveebedrijf, ook zo nu en dan wat loonwerk bij collega-boeren. En tijdens dat werk doet hij ook daar zijn best om nesten op te sporen en te beschermen. Jan en de rest van zijn familie maken zich zorgen over de moderne landbouwmethoden. Zijn vader weigerde al kunstmest te gebruiken en zijn moeder noemt moderne boerderijen net fabrieken. Omdat ze niet alleen het landschap veranderen, maar ook slecht zijn voor het dierenwelzijn.

Zorgen voor weidevogels

Het behoud van het cultuurhistorisch waardevolle veenpolderlandschap achter Nes, dat nog niet verkaveld is, gaat de familie ook aan het hart. Samen met collega-boeren beheren Jan en Geert de in totaal 200 hectare als weidevogelgebied.  In ruil voor het uitvoeren van enkele beheersmaatregelen, zoals laat maaien en verspreid stroken of akkers laten staan, waar kuikens in kunnen opgroeien, krijgen ze een subsidiebedrag per hectare. Voorwaarde is wel dat het gebied resultaten oplevert, te weten meer dan 100 broedparen weidevogels per 100 ha.

Broedparen

De broedparen worden op een groot deel van de gronden van het boerencollectief vastgelegd door onderzoekers volgens de gestandaardiseerde BMP-methode van Sovon Vogelonderzoek Nederland. Bij deze methode telt niet het aantal nesten dat je vindt, maar het aantal vogels met broedindicatief ofwel territoriaal gedrag, zoals zingende, nestelende, parende of met voer aanvliegende exemplaren. Ze tellen jaarlijks kievit, grutto, tureluur, scholekster, veldleeuwerik en graspieper. En ook enkele paartjes zomertaling, slobeend, krakeend, gele kwikstaart en watersnip. Kortom, een zeer gevarieerde vogelgemeenschap.

Jan Peenstra werkt samen met