Toon alles in de buurt

Door Kors den Hartog
Biologisch veebedrijf

Kors den Hartog

Kors den Hartog en zijn vrouw Lida runnen een bedrijf waar ze kalveren grootbrengen en verzorgen tot vlak voor het afkalveren. De dieren gaan vervolgens naar een biologische melkveehouder in Sint Jansklooster. Zelf zijn Kors en zijn vrouw gestopt met melken. Ze leggen zich nu toe op het jongvee en weidevogelbeheer. Ruim vijf hectare van hun weilanden worden pas in juni of juli gemaaid, zodat de jonge weidevogels het nest al hebben verlaten voor de maaimachine langskomt.

Werkgebied

Eesveen, Overijssel

Kors den Hartog:

“Het bovengronds uitrijden van mest behoudt de bodemstructuur. Zo gebruik je veel lichtere machines. Bovendien is het veel minder schadelijk voor de weidevogels dan een zodebemester of sleepvoet. Als er tijdens het bovengronds mest uitrijden een vogel opvliegt van het nest, zet ik er even een emmer overheen.”

Ik ben een weidevogelboer

Aantal hectaren: 47

Kors leerde het vak van zijn vader en op school, een ouderwetse manier van boeren. Maar hij besloot zijn eigen weg te gaan en ging steeds minder kunstmest strooien. Inmiddels is hij voorzitter van de Vereniging tot Behoud van Boer en Milieu (VBBM). Deze organisatie pleit voor het zogenaamde kringloopboeren.

Bovengrondse mest

Toen hij begin jaren negentig de mest in de grond moest stoppen, had hij zijn bedenkingen. Bij vertering van geïnjecteerde drijfmest ontstaan in de bodem giftige gassen, zoals lachgas (N2O), en dat is slecht voor het bodemleven. Een onnatuurlijke procedure, bovendien, want Kors had een koe nog nooit zijn mest zien begraven. Als extensieve veehouder met ‘genoeg grond onder zijn kont’ regelde hij een vrijstelling. Sindsdien rijdt hij zijn mest dus gewoon uit over het land.

Bodem

Goede bemesting zorgt ervoor dat de bodem meer in balans is, het gras gezonder en meer biodiversiteit -vooral insecten. Dat is niet alleen goed voor de weidevogels, maar ook voor de smaak en kwaliteit van melk en vlees. Kors gebruikt daarom ook geen antibiotica en andere stoffen die ‘vreemd’ zijn voor de bodem. Want alles komt via de mest weer op het land. Kors: “Als een koe eten krijgt wat-ie niet lekker vindt, dan laat hij het liggen. Maar de bodem moet alles maar slikken wat wij hem te eten geven.”

Visie

Koeien horen in de wei, vindt Kors. Hij onderbouwt zijn visie met jaren ervaring en experimenten op zijn bedrijf. Dat melk van buitenkoeien anders is dan die van de stalkoeien, daar is hij van overtuigd. Zo deed hij een eigen melkonderzoekje. Hij liet de melk van zijn eigen koeien en van een buurman staan om te kijken hoe het verzuurde. Het verschil was groot. Zijn melk werd kwarkachtig, de andere melk ging schiften en kreeg een grijzige kleur. Ook gebruikt hij de Bokashi-methode van composteren.  Deze Japanse manier van fermenteren helpt hem bij het maken van compost/vaste mest die de bodemkwaliteit verbetert.