Door
Jeanet van Zoelen
Medewerker Vogelbescherming
Geplaatst op 21 april 2026
Onkruid is een raar woord. Het betekent namelijk voor iedereen wat anders. Zo is akelei voor de meeste mensen een prachtige bloem, maar voor een spinaziekweker is het onkruid, want het moet niet op een bord pasta belanden. Je trekt hondsdraf misschien vlijtig uit je tuin, terwijl een ander het als bodembedekker gebruikt. Kortom, onkruid bestaat niet. Ieder kruid heeft waarde, het hangt er maar vanaf hoe je ernaar kijkt.
Met dat gedachtensprongetje kun je veel planten die uit zichzelf opkomen in je tuin ineens gewoon laten staan! Geef ze een kans. Als je ze mooi vindt, zijn ze geen onkruid, maar tuinplanten. Ze groeien er toch al en overleven blijkbaar goed. Laat dus gewoon staan wat je niet herkent. Dat kan ook als het langs een bloempot of waterschaal tussen de stoeptegels opkomt. Soms blijkt het ineens vingerhoedskruid of fluitenkruid: prachtig! Het ergste dat je kan gebeuren is dat je het lelijk vindt en dan trek je het er weer uit voor het zaad vormt.
Bijkomend voordeel van planten die zomaar opkomen: vaak zijn het inheemse soorten. Dat zijn soorten die hier ook 'wild' in de natuur groeien en waar insecten blij mee zijn. Enkele voorbeelden van planten die je - naast hondsdraf - prima als bodembedekker kunt laten staan zijn bosaardbei, gele dovenetel, robertskruid, speenkruid, bosanemoon, bosandoorn, citroenmelisse of zenegroen. Geweldig voor de natuur dus én gifvrij: dat is nog eens gezond voor jou en je tuin.
Mooie bodembedekkers zijn briljant. Ze woekeren vaak een beetje (maar laten zich weer makkelijk uittrekken) en bedekken alle kale stukken grond – zoals het woord al zegt. De planten die voor jou onkruid zijn, maken op die manier minder kans. Het mogen natuurlijk ook bodembedekkers zijn die je in het tuincentrum koopt. Óf in de webwinkel van Vogelbescherming, waar je steeds meer biologische, inheemse planten, stuiken en bomen vindt. Dan ondersteun je ook nog eens ons beschermingswerk.
Mos werkt volgens hetzelfde principe. Laat mos dat zich aandient gemoedelijk tussen de voegen van je stenen groeien en er zal op die plaats geen andere plant meer opkomen. Een soort voegbedekkers eigenlijk, in plaats van bodembedekkers. Durf het aan! Ga voor de mostuin en kijk je ogen uit als het mos begint te bloeien.
Genoeg over bedekkers. De volgende stap in het samenleven met je 'onkruid' is wieden, ofwel uitrukken. Wieden heeft een slechte naam, maar is eigenlijk een fijne manier om je tuin en tuinbewoners beter te leren kennen. Even op de hurken, van dichtbij kijken wat er allemaal gaande is en eruit trekken wat je lelijk vindt. Het hoeft ook geen uren achter elkaar. Af en toe vijf minuten als je op de vaatwasser wacht, werkt net zo goed.
Leer ten slotte de planten herkennen die je echt niet ziet zitten in je tuin. Verschillende soorten vragen namelijk een verschillende aanpak. Met de app 'obsidentify' zie je in een mum van tijd met wie je te maken hebt.
Veel eenjarig of meerjarig ‘onkruid’ (brandnetels, kleefkruid, nachtschade) trek je zo uit de grond. Dan zaait het zich niet uit en heb je volgend jaar een stuk minder werk. Pak het plantje laag vast, net onder de grond, dan trek je de wortels mee. Dit gaat het beste na een regenbui. Dan kun je meteen de naaktslakken wegvangen.
Wortelonkruid (zoals paardenbloemen of distels) moet je diep uitsteken, met wortel en al. Gebruik een onkruidsteker of oud aardappelschilmesje. Maar denk nog één keer na: wil je écht de distelvlinders, dagpauwogen, citoenvlinders, putters, goudvinken en groenlingen missen die anders af zouden komen op de bloemen en zaden?
Om algemene soorten zoals merel en wilde eend algemeen te houden, is het noodzakelijk dat de kwaliteit van de totale leefomgeving op orde komt. En niet alleen die van natuurgebieden. Om daar voor te zorgen heeft Vogelbescherming het concept Basiskwaliteit Natuur ontwikkeld.
Vogelbescherming heeft verantwoorde, biologische planten geselecteerd die vogelvriendelijk zijn. Goed voor insecten en vogels en biodiversiteit.