Geplaatst op 2 april 2026
In bevroren water is het moeilijk vissen, tijdens onweer hoort niemand je zingen en met tegenwind kom je maar langzaam vooruit. Klip en klaar: het weer bepaalt grotendeels het gedrag van vogels. Handig, want het helpt ons om hun gedrag te voorspellen en precies te weten waar we wanneer moeten staan om ze te zien.
Een goede regenbui na een droge periode en alle regenwormen komen naar boven in het gras. Net na de bui - of als het nog een beetje miezert - is dus een uitstekend moment om naar merels, zanglijsers, roodborsten, of spreeuwen te kijken op het gazon. Dat is dichtbij huis, maar woon je in de buurt van de polder, dan zul je ook kieviten en scholeksters blij zien zijn met alle bodemdiertjes die omhoogkomen in de natte graslanden.
Ken je die opbollende, grote stapelwolken? Zijn ze er op een heldere, zonnige dag en dan is het goed roofvogels kijken. Het hoeft niet warm te zijn. Ga naar een bosrijk gebied zoals de Veluwe of de Utrechtse Heuvelrug tussen 10.00 en 16.00 uur en de kans is erg groot dat je vele roofvogels ziet rondcirkelen.
Die stapelwolken ontstaan namelijk door thermiek: opstijgende warme luchtbellen. En roofvogels maken gebruik van thermiek om mee omhoog te liften, want dat kost minder energie. Vooral vogels met brede vleugels, zoals buizerd, sperwer, havik en wespendief.
Het lokt natuurlijk niet erg om erop uit te gaan met slecht weer, maar als je toch de geest krijgt, zoek dan open water, zoals het Eemmeer of het Veluwemeer. Huis-, boeren-, oever-, én gierzwaluwen, visdiefjes en verschillende soorten sterns scheren dan vaak over het water.
De insecten waarop deze vogels jagen hebben namelijk last van het slechte weer. Er zijn er minder, ze vliegen lager en waaien vanaf weilanden naar open water. Daar zijn ze makkelijk te vangen, dus vogels grijpen hun kans.
Weinig wind en hoge temperaturen (niet te hoog, maar lekker) zijn ideaal om te zoeken naar rietvogels. Ze zingen dan de longen uit hun lijf: een onvergetelijke ervaring. Mede omdat je al om 6.00 uur ’s morgens bij de Zouweboezem, de Nieuwkoopse Plassen of het Naardermeer moet staan te luisteren! Soorten als rietzanger, kleine karekiet en snor laten zich dan horen (en soms zien).
In de schemering waait vaak de minste wind en draagt geluid het verst, daarom zingen vogels zo vroeg (en laat). Je kunt ze ook overdag horen zingen als er ineens een warm buitje komt opzetten (of bij een zonsverduistering!), maar dan zijn ze gewoon in de war en denken dat de schemering valt.
Ga bij aanhoudende oostenwind en niet teveel kou naar de kust; de Eemshaven, de Kamperhoek of Breskens. Trekvogels vliegen dan laag en zijn goed zichtbaar. Van alles vliegt langs, waaronder verschillende soorten kwikstaarten en piepers.
In het voorjaar wachten vogels op wind uit het zuiden om naar het noorden te trekken; dan hebben ze wind mee. Maar bij zuidenwind vliegen ze zo hoog, dat wij ze nauwelijks zien. Als de wind echter draait van zuidwestelijk naar noordoostelijk, dan hebben ze ineens tegenwind en gaan lager vliegen. Beter zichtbaar voor ons!
Wandel mee vanuit de winkel van Vogelbescherming Nederland door de mooie groene omgeving in Zeist. Na afloop staat er een kopje koffie of thee klaar in het pand van Vogelbescherming en kan er uiteraard nog gewinkeld worden in onze sfeervolle winkel.
In deze gratis vogelcursus voor beginners leer je in 10 vogellessen veel bekende vogels en hun geluiden herkennen. Met handige tips, filmpjes en ezelsbruggetjes. Je ontvangt direct de eerste vogelles per mail.