Navigatie overslaan
Boerenzwaluw / Shutterstock Alle berichten

Boerenzwaluw / Shutterstock Tialda Hoogeveen

Door Tialda Hoogeveen

Tomeloze inzet voor de boerenzwaluw

Geplaatst op 5 mei 2021

Eind april is het ringonderzoek aan boerenzwaluwen weer van start gegaan voor Jan de Jong (70). Later in het seizoen aangevuld met het tellen van legsels en het ringen van nestjongen. Zo draagt Jan bij aan een beter beeld van het leven van boerenzwaluwen, wat handvatten kan opleveren voor een betere bescherming van deze Rode lijst-soort.
Jan de Jong

Maandenlang brengt vogelringer Jan de Jong z’n ochtenden door in schuren en stallen in Friesland. ’s Middags zit hij achter de computer om alle gegevens te verwerken in de ringdatabase van Vogeltrekstation (NIOO-KNAW). Daarin worden de gegevens uit heel Nederland verzameld. “Ik wil graag bijdragen aan een beter landelijk beeld van de overleving van de zwaluwen. Onderzoek aan individuen is daarom belangrijk.”

Jan de Jong zet zich al 35 jaar als vrijwillig vogelringer tomeloos in voor de boerenzwaluw. Sinds 1985 heeft hij niet minder dan 26.894 boerenzwaluwen geringd; afgelopen jaar alleen al waren dat er 1148. Zo heeft Jan vanuit Friesland een belangrijke bijdrage geleverd aan de kennis over het wel en wee van deze soort.

De boerenzwaluw heeft zware tijden achter de rug. Sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw is het aantal gehalveerd, waarschijnlijk als gevolg van modernisering van landbouwbedrijven en intensivering van grondgebruik, waardoor voor de vogels minder voedsel en geschikte nestgelegenheid beschikbaar is. Al draagt de toenemende populariteit van het houden van hobbypaarden op het platteland, en de stallen die daarbij horen, waarschijnlijk bij aan het lichte herstel sinds midden jaren ’90 naar 210.000 tot 280.000 broedparen (2013 en 2015).

Boerenzwaluw / Jelle de Jong

Veeleisend

Ondanks de vele jaren aan vrijwilligerswerk die hij er al op heeft zitten, is Jan de Jong nog steeds zeer actief als vrijwilliger.

Vogelringer ben je trouwens niet zomaar. Na een gedegen training moet een aspirant-ringer examen doen. Eenmaal geslaagd moet elke ringer eens in de drie jaar deelnemen aan een certificeringsbijeenkomst. Alleen dan verleent het Vogeltrekstation de jaarlijkse machtiging om wilde vogels te vangen.

Veeleisend, maar het is een dan ook een secuur werkje. Het gaat namelijk niet alleen om het ringen en aflezen van vogels. Ook allerlei lichaamsmaten als gewicht, staart- en vleugellengte worden volgens richtlijnen genomen om objectieve gegevens te verzamelen over de conditie. “Tijdens de rui in Afrika krijgen boerenzwaluwen nieuwe veren”, weet Jan. “De lengte van de staartveren is mede afhankelijk van de voedselsituatie ter plekke. Lange staartveren met grote witte vlekken wijzen bij boerenzwaluwmannetjes bijvoorbeeld op een goede conditie. Korte of ongelijke staartveren kunnen wijzen op een slechte conditie.”

boerenzwaluwen / Shutterstock

Terugmeldingen

Niet alleen in de broedgebieden wordt onderzoek aan boerenzwaluwen gedaan, meldt Jan. Ook langs de trekroute en in Afrika. Maar terugmeldingen uit landen ten zuiden van de Sahara zijn zeer zeldzaam, terwijl juist die waardevolle informatie kunnen verstrekken op welk moment in de jaarcyclus eventuele knelpunten in de overleving zitten: tijdens de najaarstrek, overwintering of de voorjaarstrek? In het licht van de wereldwijde grootschalige veranderingen in landgebruik en het klimaat vormen de resultaten van ringonderzoek langs de flyway een belangrijke vinger aan de pols.

Boerenzwaluw logger / Jouke Altenburg

Geolocators

Om meer te weten te komen over de boerenzwaluwtrek en hun verblijf in Afrika, zijn in 2011 en 2012 honderd boerenzwaluwen uitgerust met een geolocator. Dat is een datalogger ter grootte van een vingernagel, met een gewicht van circa 0,65 gram. Daardoor kunnen geolocators door relatief kleine trekvogels meegedragen worden. Geolocators registreren de lichtintensiteit over de tijd. Met die gegevens kan grofweg de positie van de vogel bepaald worden. Geolocators zijn geen zenders. Daarom moesten de met een logger uitgeruste vogels worden teruggevangen, zodat de geolocator kon worden verwijderd. Bij een kwart van de boerenzwaluwen is dat gelukt.

De chips leverden een schat aan informatie op over vliegroutes naar en van Afrika, het winterverblijf en de pleisterlocaties onderweg. “Van ‘onze’ boerenzwaluwen is bekend dat ze een enorm groot overwinteringsgebied hebben. Geringde Nederlandse boerenzwaluwen zijn vooral afgelezen in het Congobekken, Kameroen-Congo en in mindere mate Gabon, Nigeria, Ghana en Ivoorkust. Maar uitschieters tot in Zambia en Botswana komen ook voor. Finse en Britse exemplaren lijken meer te overwinteren in Zuid-Afrika.”

“Gegevens over de trekroute kun je ook koppelen aan een weersatelliet. Zo krijgen we ook steeds meer inzichten in de trek. Die kan bijvoorbeeld sterk beïnvloed worden door een stof- of zandstorm.”

Boerenzwaluw / Janet Gerbens Bos

Onderzoeksbevindingen

Tijdens het interview opent Jan de Jong zijn grote laptop, waarop al zijn gegevens van NIOO-Vogeltrekstation zichtbaar zijn. “Ik heb hier meer dan 100.000 records van allerhande vogelsoorten, waaronder de boerenzwaluw. Van die laatste maak ik elk jaar een verslag van ruim 80 bladzijden, met daarin mijn onderzoeksbevindingen, maar ook anekdotes.”

De Jongs voorliefde voor natuur is ontstaan in zijn kindertijd, toen hij met zijn vader het veld in en om het aan het Tjeukemeer gelegen Rohel (Friesland) introk. Boerenzwaluwen ontmoette hij toen ook al. “Als jongen verdiende ik ’s winters een centje bij door op zaterdag staarten te wassen van de koeien die op stal stonden.” Dat was in de tijd dat de boerenzwaluwen in groten getale in en uit de zogeheten grupstallen vlogen, jagend op de ruimschoots aanwezige grote insecten op het boerenerf en -land. De beschikbaarheid van dergelijke insecten is heden ten dage stukken minder.

cover brochure Acrobaat op het erf

Wat kunt u doen?

Ook thuis kunt u zich inzetten voor de boerenzwaluw. Eerder is de Advieslijst Boerenzwaluwvriendelijke Maatregelen ontwikkeld: een eenvoudige checklist waarmee je in beeld kunt brengen op welke manier je het leefgebied voor boerenzwaluwen kunt verbeteren. Dan heb je het over het zorgen voor voedsel, een plek om te broeden en te schuilen. Kunstnesten aanbrengen is alleen nuttig als er te weinig klei of leempoeltjes in de buurt zijn. Verder is het gebruik van gif natuurlijk uit den boze. Ook moeten boerenzwaluwen altijd in en uit kunnen vliegen via een openstaand luikje, raam of (boven)deur.

Zie verder de Advieslijst via de brochure: Boerenzwaluw, acrobaat op het erf.

 

Meer lezen

Jan de Jong houdt een blog bij op blog.seniorennet.be/frieslandnatuurnieuws

Ook op Facebook post hij veel over zijn onderzoek.

Onze boerenlandvogels

Waar hoor je nog het heldere 'grutto, grutto’? De vogels van het boerenland hebben onze hulp nodig, vóór de allerlaatste vogel of bloem verdwenen is. Onze inzet: meer natuurrijk boerenland.

Hoe kunt u helpen?

Vrijwilliger worden

Wordt u ook vrijwilliger? Vogels en natuur beschermen? Met z'n allen komen we verder en we zoeken allerlei soorten vrijwilligers.

Help mee

Meer over

vogelonderzoek boerenzwaluw vrijwilliger rodelijst vogeltrek tialdahoogeveen erfvogels friesland

Deel dit bericht