Scholekster

Oystercatcher, Haematopus ostralegus - Scholeksters (Haematopodidae)

Scholeksters zijn stevig gebouwde, zwart-witte steltlopers die vaak aan de kust, maar ook algemeen in het binnenland worden aangetroffen. De snavel van een scholekster is handig om in het wad naar mossels en kokkels te zoeken en om ze te openen. De snavel slijt hard maar groeit ook weer snel. In de zomer, als hij veel op het wad is, heeft hij een kortere snavel dan in de winter, wanneer hij voedsel zoekt op het land.

Herkenning

Onmiskenbaar. Zwart-witte stevige steltloper met lange oranjerode snavel en roze poten. In vlucht met opvallende witte vleugelstrepen en zwart-witte staart. Luidruchtig, roept schel "(te-)piet!".

Geluid

Schel, hoog en vérdragend. Luidruchtig, roept schel "(te-)piet!".


39-44 cm, spanwijdte 72-83 cm


Deze soort lijkt op:


Leefwijze

Broeden

Territoriaal. Opvallende baltsvlucht met langzame vleugelslagen. Nest is niet meer dan een kuiltje in de grond, spaarzaam bekleed met wat schelpjes, steentjes of stro. Broedt ook op grinddaken en op paaltjes. Broedt van half april tot eind juni. Eén broedsel per jaar, 3-4 eieren. Broedduur 24-27 dagen, jongen zijn nestvlieders, vliegvlug na 32-35 dagen. Jongen worden lang gevoerd door ouders.

Leefgebied

Natuurgebieden, boerenland en bebouwing; ontbreekt alleen in bosrijke streken en kleinschalig cultuurlandschap. De verreweg hoogste dichtheden huizen in het westen en noorden van het land, vooral op kwelders maar meer regionaal ook in open polders met een afwisseling van gras- en bouwland. In het binnenland broedende scholeksters zijn doorgaans afwezig in het winterhalfjaar. Dan vooral in Waddengebied en Delta in grote groepen, op wadplaten.

Voedsel

Kustbroedvogels en overwinterende scholeksters vooral schelpdieren (nonnetjes, mossels, kokkels) maar ook wormen (zeepieren), krabben en garnalen. Op graslanden vooral regenwormen; ook emelten, insecten e.d. Zoekt voedsel op tast en op het oog. Gebruikt diverse technieken om schelpdieren open te krijgen; kan verschillen per individu, locatie, leeftijd en geslacht.

Vogeltrek

Scholeksters overwinteren in het Wadden- en Deltagebied, of trekken weg naar Zuidwest-Europa (jonge vogels). Scandinavische vogels nog verder, naar Afrika. Onder de overwinteraars in Nederland vallen veel slachtoffers bij lang aanhoudende strenge vorst. Dan kan ook massale vorsttrek optreden. In februari-maart worden de broedplaatsen in het binnenland weer bezet.

Help mee en stuur supermarkten een kaartje

Voor het eerst te koop bij Jumbo en binnenkort bij Deen, Plus en Poiesz: Weide Weelde zuivel, geproduceerd door boeren die rekening houden met weidevogels. Door de yoghurt, melk en karnemelk van Weide Weelde te kopen kan u direct bijdragen aan meer bloemrijke weiden. Laat Albert Heijn en andere supermarkten weten dat u ook melk van rijke weides wilt.

Verspreiding en aantal

talrijke broedvogel | jaarrond aanwezig | doortrekker en wintergast in zeer groot aantal

jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec

Neemt vanaf de midden jaren tachtig van de vorige eeuw af in aantal, met minder dan 5% per jaar.

Aantallen in Nederland

Aantal broedparen 80.000-130.000 (in 1998-2000)
Geschat maximum aantal overwinteraars/doortrekkers 210.000 (in 2005-2010)

Bron: Sovon Vogelonderzoek Nederland

Meer weten over trends? Kijk op sovon.nl.

Waarnemingen

Meer waarnemingen op Waarneming.nl

Kijktip

Grote aantallen scholeksters zijn te vinden in het waddengebied en in de Delta. In de broedtijd in bijna heel Nederland te zien. Vooral in boerenland, steeds vaker ook in de stad.

In Europa

Vooral in de kustgebieden van Noordwest-Europa; maar ook in het Middellandse Zeegebied leven scholeksters.

Meer informatie


Bescherming

Sinds ongeveer 1985 nemen de aantallen scholeksters sterk af. De oorzaken daarvoor liggen zowel in de broedtijd als winter. Broedvogels brengen vooral in het intensief gebruikte boerenland te weinig jongen groot, terwijl overwinteraars kampen met voedselgebrek door overbevissing van mosselbanken (Waddengebied) en het verdwijnen of ongeschikt worden van droogvallende platen (Deltagebied).

Wat wij doen

Vogelbescherming voert campagne voor 200.000 hectare kruidenrijk grasland. Dat biedt genoeg ruimte voor de weidevogels om te overleven. Dat gebeurt voor de schermen met 'Red de rijke weide' en achter de schermen via lobby en samenwerkingsverbanden. Daarnaast draagt Vogelbescherming bij aan onderzoek naar wat de beste maatregelen zijn om de grutto te laten overleven en internationale bescherming, zowel langs de trekweg als in de overwinteringsgebieden. Verder werkt Vogelbescherming samen met een netwerk van zo'n 80 weidevogelboeren. Vogelbescherming zet zich verder al lange tijd in voor bescherming van de Waddenzee (stopzetten en verduurzaming schelpdiervisserij, Rust voor vogels, Ruimte voor Mensen).

Wat kunt u doen

Broedende scholeksters in boerenland kunnen door vrijwillige weidevogelbeschermers en boeren beschermd worden tegen uitmaaien en vertrapping. Verder profiteren scholeksters van rust, hoge peilen en extensief weidebeheer. De kans op nestsucces is het grootst als er niet wordt gemaaid en er weinig kans is op grondbewerkingen, vertrapping, verstoring en predatie.
Houdt buiten de broedtijd rekening met scholeksters op de hoogwatervluchtplaatsen: laat de vogels met rust, houdt afstand. Komt u tijdens de broedtijd een luid alarmerende scholekster tegen die op u afkomt, dan zijn er jongen; laat ook dan de vogels met rust en houdt de hond aan de lijn.

 

Meer weten?

Actuele berichten

Downloads


Wet- en regelgeving

De scholekster is een beschermde inheemse diersoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen zijn scholeksters beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. De bescherming van de scholekster is in Nederland geregeld in de Flora- en faunawet en een deel van hun leefgebieden wordt beschermd via de Natuurbeschermingswet 1998.

Algemene regels

De Flora- en faunawet bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels, waaronder de scholekster. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt:

  • het doden, verwonden, vangen (artikel 9)
  • het opzettelijk verontrusten (artikel 10)
  • het beschadigen, vernielen, uithalen, wegnemen of verstoren van nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen (artikel 11)
  • het zoeken, rapen, uit het nest nemen, beschadigen of vernielen van eieren (artikel 12)
  • het bezit, het vervoer en de handel in de vogels dan wel eieren, nesten of producten daarvan (artikel 13)

Uitzonderingen op de verboden zijn onder strikte voorwaarden mogelijk. Daarvoor is een ontheffing of een vrijstelling nodig.

Bijzondere regels

De Flora- en faunawet biedt gedurende het broedseizoen in heel Nederland bescherming aan de nesten van de scholekster, inclusief de functionele omgeving om het broeden succesvol te laten zijn. De Waddenzee en een aantal andere natuurgebieden die door de scholekster worden gebruikt als foerageergebied of slaapplaats zijn aangewezen en beschermd op grond van de Natuurbeschermingswet 1998, maar niet hun voornaamste broedgebieden. Een deel van de broedgebieden wordt beschermd op provinciaal niveau via de ruimtelijke ordeningswetgeving en/of via regelingen voor agrarisch natuurbeheer.

Meer weten?

© Foto's: AGAMI   © Illustraties vogels: Elwin van der Kolk   © Video's: Natuur Digitaal