Geplaatst op 24 maart 2026
Het schiereiland Sandfirden is een pareltje binnen het toch al zo mooie Idzega. Wie in het voorjaar voorbij het kerkje van Sandfirden rijdt, waant zich bijna terug in de vorige eeuw. Uitgestrekte weilanden, geel en roze van de bloemen en kruiden, en overal zoemende insecten. Aan de horizon geen bebouwing, hooguit de mast van een schip dat langzaam voorbijvaart achter de dijk. En in de lucht de roep van talloze weidevogels. Zo mooi kan het boerenland zijn.
Echt optimale weidevogelgebieden zijn er bijna niet meer in ons land. Even leek het erop dat met het stoppen van twee goede weidevogelboeren op het Friese schiereiland Sandfirden weer een stukje rijke weide opgeofferd zou worden aan de intensieve melkveehouderij. Op advies van Vogelbescherming Nederland en lokale vogelaars kon het Rijke Weide Vogelfonds er begin 2023 33 hectare grasland verwerven. Met de aankoop werd het behoud van een uniek stuk weidevogelland en één van de mooiste stukjes Friesland gegarandeerd. Met de koop konden ook Durk Breeuwsma en zijn vrouw Ebelien hun droom, een duurzame natuurboerderij, verwezenlijken.
Op de vraag hoe het nu gaat is Durks antwoord kort: goed. Dat sprak vooraf nog niet vanzelf want een boerenbedrijf starten zonder eigen grond met ook nog eens een visie gericht op natuur, milieu en cultuurhistorie is geen sinecure. Uiteindelijk moet er ook wat verdiend worden. De combinatie van de lage pacht die het Rijke Weide Vogelfonds vraagt, de subsidie voor het agrarisch natuurbeheer en de melkopbrengst zorgen voor een redelijk inkomen. Een klein loonbedrijf dat Durk runt zorgt voor extra inkomsten.
Een belangrijke zo niet de meest belangrijke schakel in het herstel van weidevogelpopulaties is een hoog waterpeil. Dankzij een grote gift van één van de leden van Vogelbescherming kon Durk de waterhuishouding van de RWVf-percelen verbeteren. Het land dat hij pacht, is nu kletsnat. Over het hele gebied houdt Durk een hoog waterpeil aan, hoger dan de norm. Daarnaast heeft hij twee zogeheten plasdrassen en een derde wordt ontwikkeld. De plasdrassen zijn lager gelegen delen van het land die hij voorafgaand aan het broedseizoen een stukje onder water zet met water uit het Hop, één van de twee meren die het schiereiland omringen. Terwijl het water langzaam binnenstroomt, omringt het drie kleine broedeilandjes die Durk afgelopen winter heeft gemaakt van klei uit de sloten. Boven op die eilandjes schelpen om begroeiing af te remmen.
Hij hoopt dat op de eilandjes kluten en mogelijk visdieven gaan broeden. Naast de plasdrassen is het land dooraderd met greppels en een aantal sloten. De greppels staan tijdens het broedseizoen ook vol water. Het mozaïek van greppels, plasdrassen, sloten en daar tussen wat hoger gelegen grasland met bloemen en kruiden vormen een perfect leefgebied voor weidevogels. Grutto's landen kort na terugkomst uit Afrika bij de plasdras om aan te sterken voor ze hun nest bouwen tussen de hoger gelegen kruiden en grassen. Tureluurs houden veel van de natte greppels terwijl kieviten juist wat kalere stukken grond kiezen. De plassen en sloten zijn dan weer geschikt als broedplek voor slobeenden en kluten.
Het bedrijf bewerkt nu zo’n 60 hectare grasland. Naast de grond van het Fonds pachten Durk en Ebelien land van ANDLA, een stichting die al grond bezat op Sandfirden. Het bedrijf houdt zestig stuks melkvee en twintig jonge koeien. Net iets meer dan één zogeheten ‘Groot Vee Eenheid’ (GVE) per hectare. GVE is simpel gezegd een rekeneenheid waarbij één koe één GVE is en een kalf bijvoorbeeld minder dan een derde GVE. De boerderij op Sandfirden is zeer extensief. De gemiddelde melkveehouder in ons land heeft ruim twee keer zoveel koeien per hectare: 2,4 GVE. Zo’n extensieve bedrijfsvoering maakt optimaal weidevogelbeheer mogelijk.
Naast een hart voor natuur heeft Durk een passie voor oude zeldzame huisdierrassen. Het bedrijf heeft dan ook geen standaard melkkoeien maar twee oude Friese rassen: Fries roodbont en Fries Hollands zwartbont. Een deel van de koeien heeft hoorns een ander deel nog niet. Ze lopen in de stal van elkaar gescheiden om ongelukken tussen de gehoornde en ongehoornde te voorkomen. Het is Durks streven om op termijn alleen nog maar koeien met hoorns te hebben, zoals de natuur ze heeft gemaakt.
De koeien zijn geen top melkproducenten. Gemiddeld geven ze zo’n 5000 liter terwijl 10.000 tot zelfs 11.000 liter gewoon is. Daar staat tegenover dat het bikkels zijn die lang buiten blijven lopen en als zogenaamde dubbel-doel koeien ook nog eens vlees leveren. De koeien doen het prima op het kruiden- en structuurrijke gewas dat van de natuurrijke graslanden komt. Krachtvoer hebben ze nauwelijks nodig. Van een klein deel van de melk wordt kaas gemaakt die vooral op de nabijgelegen camping aftrek vindt. De overige biologische melk gaat gewoon de markt op.
Voor een gezonde bodem en een bloem- en kruidenrijk grasland vol weidevogels is een overdaad aan drijfmest slecht. Op het land van het Rijke Weide Vogelfonds wordt in principe alleen ruige mest of compost uitgereden. Zo ook bij Durk en Ebelien. Aanvankelijk was het plan een potstal voor ruige mest te bouwen achter de boerderij. Dat werd tot hun teleurstelling afgekeurd. Nu heeft Durk de bestaande stal op ingenieuze wijze zo aangepast dat er met bijmengen van gehakseld riet uit het nabijgelegen natuurgebied en zaagsel goede dikke mest ontstaat.
Ook heeft hij een tijdelijke buitenpotstal gemaakt waar de koeien graag liggen en voor ruige mest zorgen. Naast de uitgereden ruige mest dragen ook de poepende en grazende koeien in het weiland direct bij aan verbetering van het weidevogelland. Van april tot ver in november grazen de koeien in delen van het gebied. Hierdoor ontstaat een structuur van kort en lang gras en vormen de koeienvlaaien een walhalla voor veel insecten.
De ruige mest, de lage begrazingsdruk, geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen zorgen voor een rijk bodemleven. Uit een onderzoek uitgevoerd door studenten van de universiteit van Groningen bleek de grond van Durk en Ebelien’s een veel rijker bodemleven te hebben dan die van het gangbare boerenbedrijf in de buurt. Toch kan de bodem nog verder verbeterd worden. Uit bodemonderzoek dat het Rijke Weide Vogelfonds liet uitvoeren bleek de mineralenbalans nog niet optimaal te zijn. Vaak een effect van langdurig landbouwkundig gebruik. Die balans wordt nu hersteld. Uiteindelijk is een bodem met een rijk leven met schimmels, bacteriën en tal van kleine dieren en wormen ook essentieel voor het leven bovengronds; voor de kruidenrijkheid, de insecten en uiteindelijk de weidevogels.
Grutto’s, tureluurs, kieviten, scholeksters, kluten, slobeenden en heel veel hazen. In de lente vind je ze allemaal op Sandfirden. Drie jaar is te kort om al te kunnen zeggen of de weidevogels op Sandfirden verder vooruitgaan, maar uit de cijfers van de afgelopen jaren lijken de meeste soorten, ondanks normale jaarlijkse wisselingen, redelijk stabiel. Dat is al beter dan het gemiddelde in Nederland. Het aantal paartjes grutto lijkt zelfs al wat te groeien. Van 22 tot 25 paar grutto’s in de afgelopen jaren naar 30 paar in 2025.
Land verbeteren voor weidevogels werkt. Het aantal broedpaar kieviten op enkele percelen die Durk in 2024 had verbeterd steeg spectaculair, van drie naar tien paar. Het is te verwachten dat de maatregelen die Durk deze winter heeft genomen ook een positief effect op de vogels zullen hebben.
Het succes van het bedrijf vormt nu al een bron van inspiratie voor een jonge boer elders in Friesland die net als Durk een natuurbedrijf voor weidevogels op wil zetten. Om hem daarbij te ondersteunen, wil het Rijke Weide Vogelfonds dit jaar 40 hectare grond verwerven.
Wie wil bijdragen aan deze en andere aankopen, kan in contact komen met het fonds via Sandra Peters.
Vogelbescherming stelde factsheets samen op basis van alle onderzoeken in binnen- en buitenland. Gratis, voor iedereen die betrokken is of meer wil weten over weidevogels.
Vogels zijn er overal en altijd: alledaags en fascinerend, spannend en ontroerend tegelijk. Wij kunnen ons een wereld zonder vogels niet voorstellen. Help mee vogels beschermen en ontvang ook nog eens ons magazine Vogels.