Door
Nadja Jansma
Medewerker Vogelbescherming
Geplaatst op 27 mei 2026
Verschillende vogels kunnen besmet raken met het geel. Vooral groenlingen zijn vatbaar en er zijn sterke aanwijzingen dat de soort in aantal afneemt door de ziekte. In 2005 bleek het geel uitgebroken in het Verenigd Koninkrijk. Aanvankelijk leken groenling en vink de voornaamste slachtoffers, maar ook andere tuinvogels werden door de parasiet getroffen. De populatie groenlingen in het Verenigd Koninkrijk is vanaf die tijd met maar liefst 75% afgenomen. Ook in ons land laat de groenling sinds 2016 een afname in aantallen zien, het sterkst in stedelijk gebied. Maar ook roofvogels kunnen geïnfecteerd raken door een besmette prooi te eten en jonge duiven kunnen het direct van hun besmette ouders krijgen wanneer ze de kropmelk drinken.
Besmette vogels zijn sloom, vermageren sterk, happen soms naar adem en zijn minder schuw dan normaal. Ze hebben een verfomfaaid verenkleed en soms een viezige snavel. De parasiet veroorzaakt ontstekingen in de mond, keel en krop, waardoor eten en drinken steeds moeilijker wordt. Vaak heeft de vogel een witgele, kaasachtige ophoping in de mondholte en keel; vandaar de naam het geel. Uiteindelijk sterft het de vogel door verhongering of verstikking.
De parasiet verspreidt zich vooral via speeksel en besmet voedsel of water. Vogels raken besmet door onderling contact, bijvoorbeeld door voedseloverdracht van ouder naar jong of van oudervogels onderling. Of een roofvogel eet een besmette prooi. Ook kan water of voer dat uit de bek valt van een ziek dier worden opgegeten door een andere vogel.
De parasiet kan korte tijd buiten het lichaam overleven, vooral in vochtige omstandigheden (zoals nat voer of water), waardoor gedeelde voederplekken een grote rol spelen bij de verspreiding van de ziekte. Het geel is overigens niet gevaarlijk voor mensen, honden en katten.
Je kunt vogels het beste helpen door je tuin natuurlijk(er) in te richten, met planten en struiken die bessen en zaden geven en insecten aantrekken. Op die manier zijn vogels minder afhankelijk van bijvoeren en zo verklein je de kans op ziekteverspreiding.
Wat je altijd moet doen als je voert:
Als je een zieke vogel ziet of vermoed dat er tuinvogels dood zijn gegaan:
Het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) doet onderzoek naar wilde dieren en ziekten. Je kunt dode vogels melden via het meldformulier. Hiernaast zijn ze altijd op zoek naar foto’s van wilde dieren en dus ook groenlingen en andere vogels, zowel ziek als gezond, om te gebruiken voor hun berichten en educatieve doeleinden. Deze kunnen gestuurd worden naar dwhc@uu.nl.
Vogelbescherming heeft verantwoorde, biologische planten geselecteerd die vogelvriendelijk zijn. Goed voor insecten en vogels en biodiversiteit.
Tuinvogels kunnen het hele jaar bijgevoerd worden. Vogelbescherming heeft zadenmixen voor alle soorten voedersystemen en een uitgebreid assortiment vogelpindakaas, vetbollen, vetblokken, pindacakes en meer.
Neem een kijkje in onze webshop