Geplaatst op 23 februari 2026
Hussel je wel eens vogels door elkaar? Je weet bijvoorbeeld dat het een mees is, maar bent niet zeker over het kool- of pimpeldeel. Of meerkoet en waterhoen, allebei zwartig en in het water, maar die ene met rood en die andere met wit. Of zo’n vluggerd op een boomstam, is het nou een boomkruiper of een boomklever? Gelukkig, daar hebben generaties Nederlanders die kampten met dezelfde problemen ezelsbruggetjes voor bedacht. Ook collega’s bij Vogelbescherming hebben voor zichzelf vaak ezelsbruggetjes die misschien minder bekend zijn, maar zeker zo bruikbaar. Deze vogelnamen vergeet je vast niet meer.
Kool- en pimpelmees komen allebei ontzettend vaak voor in tuinen en op balkons. Leuk als je dan weet wie wie is. Het ezelsbruggetje om ze te onderscheiden komt uit de tijd dat nog niet veel Nederlanders centrale verwarming hadden. De kachels werden toen vaak gestookt met steenkool, de kolenhokken lagen vol en in ieder huis stond een kolenkit. Geen wonder dat ze de koolmees makkelijk te herkennen vonden: zijn ‘petje’ is zo zwart als kool (niet de groente dus). Die met dat blauwe petje was dan automatisch de pimpelmees.
Aan welke kleuren denk je als je aan een koe denkt? Voor de meeste mensen zal het antwoord ‘zwart en wit’ zijn. Natuurlijk hebben we ook roodbont vee, maar dat rood knalt er toch niet zo vanaf als de naam doet vermoeden, meer een beetje bruinig. Naar de kern van de zaak: zie je een zwart-witte watervogel in sloot, gracht of vijvertje, dan is het vaak de meerKOEt. Die roodzwarte is dus het waterhoen.
Nog twee soorten die je in stad, dorp of tuin kan zien: boomklever en boomkruiper. Ze lopen allebei over boomstammen op zoek naar insecten, spinnetjes en dergelijke. Vang je een glimp van één van beide op, dan zie je toch al snel of hij of zij helemaal bruin is, of mooi gekleurd met grijs en oranje. Bij deze boomstambewandelaars, zit de truc in die kleur. De boomkrUIper is brUIn en de boomKLever heeft KLeur.
Noem je alle grotere, zwarte vogels ‘kraai’, omdat je geen idee hebt hoe je het verschil ziet tussen kauw en kraai? Begin dan met het kijken naar de oogjes. Het oog van kraaien is zo zwart als de kraai zelf, maar ‘de kauw kijkt met ogen zo blauw’. Valt het je eenmaal op dat ze lichte ogen hebben, dan zul je ook zien dat ze wat kleiner zijn dan kraaien en dat hun achterhoofd en nek lichtgrijs is.
Nog een veel voorkomend mogelijk verwarrend setje: merel en spreeuw. Allebei zwart, allebei vaak in tuinen en allebei geregeld in het gras aan het rommelen. Het makkelijkst is ‘s winters om te kijken of ze zwart met spikkels zijn of egaal zwart. Zwart met SPikkels is namelijk een SPreeuw. Nu zijn die spikkels in de zomer minder goed zichtbaar dan in de winter. Hm, dat wordt moeilijker. De SPreeuw heeft dan een SPannend paars-blauw-groene gloed..? Werkt dat? (Voor een betere ingeving, laat het vooral weten.)
Woon je in een bosrijke omgeving met veel naaldbomen, dan zie je vast af en toe een goudhaantje tijdens een wandeling of zelfs in de tuin. Of een vuurgoudhaantje... Daar geldt: ‘een goudhaan met wit, is oververhit.’ Wat zoveel wil zeggen als: een goudhaan met wit op het kopje, is dus een vuurgoudhaan. Beide hebben ze een oranjegeel streepje over de kruin, beide hebben ze daarnaast aan beide kanten een zwart streepje, maar alleen de vuurgoudhaan heeft daarnaast aan beide kanten ook nog een wit streepje.
Dit zijn twee vogels die voor veel mensen wat verder van huis voorkomen, je kunt ze bijvoorbeeld zien op de Waddeneilanden. Ga je daar op vakantie en zie je vogels met een opvallend gebogen snavel, dan is het óf een kluut óf een wulp. Maar welke? Gebruik dan: ‘de kluut kijkt naar zijn snuut, de wulp kijkt naar zijn gulp’. De snavel van de wulp buigt dus omlaag, naar de gulp zogezegd. En de snavel van de kluut omhoog, naar de denkbeeldige snuut of snoet.
De scholekster is net als een gewone ekster zwartwit, maar dan met een lange, rode snavel. We hebben een oud ezelsbruggetje voor het dier, dat vooral van toepassing is als ze luidruchtig overvliegen. Het luidt: ‘de bonTE PIET, je hoort hem voordat je hem ziet’ En inderdaad, ze zijn bont, weer als die zwartbonte koeien en ze roepen zeer duidelijk en vooral hard: ‘tepiet, tepiet!’. Onmiskenbaar.
Houtsnip, watersnip of bokje? Je bent vast blij als je het voorrecht hebt een van deze vogels te zien, maar nog leuker is het als je weet welke. Om de houtsnip van de andere twee te onderscheiden bestaat er een list. Die heeft de strepen op het kopje namelijk niet verticaal in het verlengde van de snavel, maar juist horizontaal dwars over de kop. Zie je dus een snip en mocht je de Horizontale strepen kunnen onderscheiden, dan is het de Houtsnip.
In deze gratis vogelcursus voor beginners leer je in 10 vogellessen veel bekende vogels en hun geluiden herkennen. Met handige tips, filmpjes en ezelsbruggetjes. Je ontvangt direct de eerste vogelles per mail.
In de webshop van Vogelbescherming vind je alles voor en over vogels. Zoals een vogelgids om ze te herkennen. Bezoek onze winkel in Zeist of onze webshop voor een grote variatie aan de beste vogelgidsen.