Navigatie overslaan
Grutto / Wil Leurs, AGAMI Alle berichten

De grutto’s komen terug!

Geplaatst op 23 februari 2026

Half februari meldde zich weer de eerste ‘Nederlandse’ grutto op het Landje van Geijsel, bij Ouderkerk aan de Amstel, tussen grote aantallen IJslanders. Wouter Vansteelant van het onderzoekscentrum BirdEyes, van de Rijksuniversiteit Groningen zet de kennis over de trek van de grutto op een rij.

Overwinteren in West-Afrika

Het belangrijkste winterkwartier voor onze grutto, Limosa limosa (limosa) is nog steeds West-Afrika. Op bijvoorbeeld de rijstvelden van Senegal eten ze hun buiken vol aan achtergebleven oogst en wie weet ook wel aan de insecten die ze daar in de modder vinden. “Maar dat verblijf in West-Afrika is vrij flexibel”, weet Vansteelant. “Terwijl de laatste exemplaren nog uit het noorden aankomen, zien wij aan onze gezenderde vogels dat de eerste exemplaren alweer richting Zuid-Europa vertrekken. Eigenlijk moet je West-Afrika en Zuid-Europa als één systeem van communicerende vaten zien.”

Grutto / Ilse Smit, Fotogalerij Grutto / Ilse Smit, Fotogalerij

Niet meer oversteken

Een groeiend deel van de grutto’s steekt ook niet meer over bij Gibraltar en overwintert tegenwoordig in Zuid-Europa. Daar worden ze aangetrokken door wetlands als de Portugese delta van de Taag, en vooral de Spaanse Cota Doñana. Het zijn dezelfde gebieden als waar vele andere grutto’s op weg van of naar West-Afrika een ‘pit-stop’ houden. Tegelijk ligt daar ook een groeiend probleem, zien Vansteelant en zijn collega-grutto-onderzoekers. “Twee jaar terug bijvoorbeeld, was de winter in Zuid-Europa extreem droog. Niet alleen de moerassen stonden droog, maar ook rijstvelden die de afgelopen decennia – zelfs in droge jaren – een kunstmatig habitat boden aan de grutto. Tienduizenden hectares wetlands waren toen veranderd in keiharde, opgedroogde moddervlakten waar grutto’s vrijwel geen voedsel konden vinden.”

Liever natuurlijk dan agrarisch

Net als in ons land, zijn de grutto’s ook bij hun korte verblijf in Zuid-Europa erg afhankelijk geworden van de landbouwende mens. “Maar op plekken en in jaren waar ze een keus hebben, zoals rond de Camargue in Frankrijk, en in de natte jaren rond Cota Doñana, zien we dat ze toch het liefst voor natuurlijke wetlands kiezen.”

Grutto / Jouke Altenburg Grutto / Jouke Altenburg

Te nat

Dit jaar lijkt weer het andere uiterste, ziet Vansteelant. “Nu regent het overvloedig in Zuid-Europa. In sommige moerassen staat het water zó hoog dat de grutto’s er niet eens terechtkunnen en weer moeten uitwijken naar de rijstvelden”, zo zag hij bij een bezoek aan Spanje, afgelopen winter. “Het wordt interessant om te zien hoe deze dynamieken gaan veranderen nu in een aantal gebieden wordt ingezet op herstel van natuurlijke wetlands.”

Reserves aanvullen

Waar de grutto’s druppelsgewijs uit Afrika terugkeren naar Europa, lijkt de laatste etappe: het vertrek richting de broedgebieden toch meer georkestreerd. Vansteelant: “Binnen een paar weken, tussen eind februari en begin maart, zien we grote groepen naar ons land trekken, waar ze op verzamelplekken zoals dat Landje van Geijsel de reserves weer aanvullen, voor ze naar de broedgebieden doortrekken.”

Grutto's op Landje van Geijsel / Marc Guyt AGAMI Grutto's op Landje van Geijsel / Marc Guyt AGAMI

Lerende grutto’s

De trek naar het zuiden, die voor veel vogels die al vroeg hun eieren of kuikens verloren al in juni kan beginnen, is een verhaal apart. Vansteelant: “De eerste trekvogels zijn de volwassen dieren die niet succesvol hebben gebroed. Maar sowieso vertrekken de meeste ouders enkele weken eerder dan de jongen.”

Met een bijzonder experiment lieten Mo Verhoeven en Jelle Loonstra van de BirdEyes-groep enkele jaren terug zien dat die jonge vogels ook zonder ouders toch dezelfde trekroute leren als hun soortgenoten in de buurt. Vansteelant: “Toen zij jonge grutto’s met de hand grootbrachten en ze vlak voor de trek naar Polen brachten, bleken die samen met de Poolse soortgenoten een stuk oostelijker te overwinteren dan de Nederlandse grutto’s. Blijkbaar zijn er nog voldoende volwassenen die hen op sleeptouw kunnen nemen. De jonge grutto’s die uiteindelijk pas laat in september of oktober uit Nederland vertrekken, slagen er daarentegen meestal niet meer in om Afrika te bereiken. Die blijven steken in Zuid-Europa, misschien wel omdat er dan amper nog ervaren ‘gidsen’ zijn.”

Zenderonderzoek

Om dat soort zaken te ontdekken, doen de onderzoekers van BirdEyes al jaren onderzoek met kleine zendertjes, die de grutto’s op hun rug meekrijgen. Vansteelant: “Daarmee kunnen we de individuele gangen van de vogels heel goed nagaan. We kunnen ook heel specifiek zien hoe ze reageren op veranderingen in de omgeving. Hoe reageren ze op perioden van droogte of juist hevige regen? En hoe reageert een grutto, wanneer diens favoriete Spaanse rijstveld bij aankomst uit Afrika blijkt te zijn vervangen door droge teelt? Hoeveel energie heb je dan nog als grutto om een alternatief te zoeken?”

Kleurringen aflezen

Naast de tientallen zendervogels, worden er ook nog heel veel vogels individueel herkenbaar gemaakt met behulp van een serie gekleurde ringen, die op afstand af te lezen zijn. “Met dat kleurringonderzoek kunnen we veel meer vogels volgen. En door die grotere aantallen, krijgen we ook een goed beeld van de ‘burgerlijke stand’ van de grutto. Hoe oud worden ze? Wanneer keren ze voor het eerst terug naar de broedgebieden? Dat soort vragen. Die kun je alleen beantwoorden met behulp van voldoende vogels die we op afstand kunnen herkennen.”

Grutto / Rudy van Miltenburg, Fotogalerij Grutto / Rudy van Miltenburg, Fotogalerij

Kwetsbare kuikens

De meest nauwe flessenhals in het gruttoleven zit nog steeds in de eerste maanden, weet Vansteelant. “De kuikenoverleving drukt nog steeds het zwaarste stempel op de overleving van de soort. Maar het is niet gezegd dat dit zo zal blijven. De veranderingen die in Zuid-Europa aan de gang zijn, zoals de verdroging van veel pleisterplaatsen, maar ook de intensivering van de rijstteelt, zouden ook wel eens een zware wissel kunnen gaan trekken op de overleving.”

Om die problemen het hoofd te bieden, worden met steun van Europees geld uit het LIFE-fonds onder andere initiatieven opgezet om in de rijstteelt zo goed mogelijk rekening te houden met grutto’s die zo afhankelijk zijn geworden van deze velden, maar ook om natuurherstel in West-Afrika te realiseren.

Gelukkig hebben we de IJslanders nog

De voorhoede van de grutto’s die nu in ons land aankomt, trekt binnen enkele weken door naar IJsland, om daar te gaan broeden. Terwijl ‘onze’ grutto al jaren achteruitkachelt, doet die IJslandse ondersoort Limosa limosa (islandica) het nog relatief goed. “Toch is daar het maximum ook al wel voorbij”, vreest Vansteelant. “Uit onderzoek van collega’s op IJsland blijkt dat de ontginning van de wetlands ook daar al een probleem begint te worden voor de vogels. Je kunt dus ook zeker niet achteroverleunen en denken: ‘Gelukkig hebben we straks de IJslanders nog’, wanneer onze nationale vogel het nog zwaarder zou krijgen.”

IJslandse grutto / Jelle de Jong IJslandse grutto / Jelle de Jong

Standvogel

Behalve het onderzoek aan de trek, kijkt Vansteelant ook al met een schuin oog naar de enkele grutto’s die tegenwoordig helemaal niet meer aan een ‘grote trek’ beginnen. In 2023 is voor het eerst met zekerheid vastgesteld dat een in Friesland geringde vogel in Nederland bleef overwinteren. Of de grutto daarmee een toekomst heeft als standvogel, dat durft Vansteelant zeker niet te beweren, “Het zat eraan te komen dat een Nederlandse grutto hier een keer zou blijven overwinteren. Maar het zijn er tot nu toe erg weinig in vergelijking met andere trekkende soorten die we onderzoeken, zoals de lepelaar. Bovendien zie ik die overwinteraars toch vooral als ‘achterblijvertjes’. Maar ja, in theorie kunnen zij ook de voorhoede zijn van een zich aanpassende populatie.”

Help de boerenlandvogels

Er is helaas bijna geen geschikt leefgebied meer voor typische boerenlandvogels zoals de grutto, kievit of patrijs. Vogelbescherming is vastberaden om te investeren in de volle rijkdom van het Nederlandse landschap. Vol drassige, bloemrijke weides
en natuurrijke akkers.

Help mee en doneer

Cursus Boerenlandvogels in Nederland

In deze online cursus leer je waarom boerenlandvogels zo belangrijk zijn, welke eisen ze stellen aan hun omgeving en wat we samen kunnen doen om ze te helpen. Prijs voor leden € 20, anders € 25.

Meer over deze cursus