Alle berichten

Door Jeanet van Zoelen
Medewerker Vogelbescherming

‘Aparte’ tuin helpt ringmus

Geplaatst op 8 oktober 2019

'Bijzonder’ zeggen mensen bij de tuin van Ingeborg Lewis, want hij is anders dan anders: een natuurtuin. Haar tuin biedt veel goeds voor de natuur en onbedoeld ook voor ringmussen. Volg haar voorbeeld en help de ringmus erbovenop. Of eigenlijk, ervanaf, van die Rode Lijst natuurlijk.

Een enclave voor ringmussen, dat is de tuin van Ingeborg Lewis. Ze herbergt er minstens 30 in haar natuurparadijsje in Nieuwkoop, terwijl deze fijne vogels in de rest van Zuid-Holland amper te vinden zijn. Op mijn vraag of het de bedoeling was ringmussen te helpen, antwoordt Ingeborg eerlijk: “Nee, niet specifiek, ze kwamen gewoon.” Ingeborg deed natuurlijk wel erg goede dingen voor alle vogels. Ze vertelt haar verhaal.

'Apart’ en ‘bijzonder’ zeggen mensen bij de tuin van Ingeborg Lewis, want hij is anders dan anders: een natuurtuin. Prachtig! En veel planten- en diersoorten zij ermee geholpen.

Je vertelde dat mensen jouw mooie natuurtuin vaak misnoegd bestempelen als ‘apart’, waarom denk je?

“Veel mensen lijden aan het ‘netheidscomplex’. Ze begrijpen het niet als je wacht met het aanleggen van je tuin, die moet gelijk strak staan. Maar dan weet je nog helemaal niet waar je graag zit, welke invloed de omgeving heeft, wat waar goed groeit. Een tuin ontstaat stukje bij beetje. Ik vermoed dat die mensen bang zijn voor de uitstraling van een natuurtuin, voor wat de buren denken.”

“Zelfs mijn schoonvader moppert over de ‘rommeltuin’. Als ze het weer eens hebben over mijn ‘bijzondere’ tuin, dan leg ik uit dat ik het doe voor de grote verscheidenheid aan dieren en planten, dus voor de biodiversiteit.”

Een natuurlijke 'rommeltuin', daar houden ringmussen van!

Hoe is je tuin ontstaan?

“De doelstelling is altijd geweest: zoveel mogelijk verschillende soorten planten en dieren. Zo houdt de natuur zichzelf in stand. Dus geen schutting, maar een haag, veel noten- en fruitbomen, wilgen (gewoon gratis te verkrijgen, door een afgesnoeide wilgentak in de grond te steken) en struiken die bessen of nectar produceren zoals meidoorn, lijsterbes, wegedoorn, en rode kornoelje.”

“Die struiken hebben we het eerste jaar gepoot, verder heeft de tuin zich organisch ontwikkeld: we kijken wat gebeurt en doen af en toe iets kleins waar het nodig is of past: een minivijver, een moestuin, een stapel terra cotta drainage buisjes als holletjes, of een extra struik (appelbes, hondsroos, duindoorn).”

Voor de natuur: fruit- en notenbomen, stapels stenen, een haag, wilgen en struiken met bessen of nectar.

Dat klinkt als een tuin met weinig onderhoud?

“Klopt! We laten de natuur soms maanden haar gang gaan zonder iets te doen. Aan sommige stukken, zoals het hakhoutbosje, zullen we nooit iets doen om daar de natuur de ultieme vrijheid te geven om zich volledig ongestoord te ontwikkelen. We hebben veel stapels stenen zodat (kleine) dieren kunnen nestelen en zich terugtrekken.”

“Ook belangrijk: de tuin moet niet te netjes zijn. Zo hebben we geen gazon en maaien heel beperkt; maar een paar keer per jaar en dan alleen de looppaden. Die paden hebben we trouwens pas na jaren bepaald toen we wisten hoe we echt door de tuin liepen. Bestrating hebben we amper, alleen voor het terras en de rest houden we begaanbaar met houtsnippers die we van de buren krijgen.”

Nestkasten genoeg nu, voor mus én mees.
Geen gazon, beperkt maaien en amper bestrating.

Wanneer kwamen de ringmussen?

“De pioniers kwamen toen het groen werd: kool- en pimpelmezen, kauwen, de grote bonte specht en roodborst, maar geen enkele mus. Dat verbaasde ons. Maar, na een tijdje voeren verscheen er een paartje ringmussen. Ze verjoegen echter de mezen uit de houtbetonnen nestkasten! Onze oplossing: meer nestkasten.”

“Inmiddels hebben we er een stuk of vijftien, waar ieder seizoen wel meerdere nestjes jongen in grootkomen (mezen én mussen). Buiten het broedseizoen slapen de ringmussen ook in de zwaluwnestkasten onder de goot. Iedere avond in de schemering zien we ze naar bed gaan.”

Dus jullie voeren wel in de natuurtuin?

“We vonden strooivoer altijd suf, waarom zou je met zoveel natuurlijk voedsel? Maar we kochten het voor mijn moeder. Toen we het ook eens voor onszelf kochten, bleek het toch erg leuk. Zeker toen er (voor ons) bijzondere vogels kwamen, zoals putter, staartmees, koperwiek, sperwer en dus ook de ringmussen. We voeren nu eigenlijk bijna jaarrond strooivoer, in het najaar en de winter ook zonnebloempitten, vogelpindakaas en vetblokken.”

 

Waar ben jij zelf het meest blij mee in jouw tuin?

“De verscheidenheid. Vroeger dacht ik dat krekels en sprinkhanen iets waren voor op vakantie, maar nu heb ik ze zelf in de tuin. In de loop der jaren komen er steeds meer soorten: nu ook hazen en broedende eenden. Het is zo ontzettend mooi om een handje te kunnen helpen, eigenlijk juist door niet alles in de hand te willen hebben.”

Ik ben het meest blij met de verscheidenheid. Er komen steeds meer soorten, nu zelfs ook hazen.

Wat wil je mensen adviseren?

“Ook voor jezelf is natuur heel rustgevend in deze drukke tijden, dus sta eens stil bij wat er allemaal op een natuurtuin afkomt, bij hoe ontspannend dat is. Ik hoop ook anderen te verleiden tot het inrichten van zo’n ‘aparte’ tuin. En, kijk uit wat je koopt in een tuincentrum: koop bewust. Ze maken soms zoveel gebruik van gif dat dieren er ziek van worden of zelfs dood van gaan. Waarom niet een stek van een vaste plant ruilen met iemand die je kent?”

Ook voor jezelf is natuur heel rustgevend in deze drukke tijden.

Wat kunnen lezers nog meer doen?

“Via Stichting Tijdelijke Natuur, waar ik als vrijwilliger voor werk, probeer ik van langdurig braakliggende bouwterreinen kleine dierenparadijsjes te laten maken. Met simpele ingrepen, zoals het graven van een poeltje en minder maaien kunnen dit soort stukken grond de biodiversiteit een boost geven en tegelijkertijd aantrekkelijker worden voor de mensen die er wonen of werken.”

Mensen die zo'n locatie kennen en hieraan willen meewerken kunnen zich melden bij Ingeborg via ingeborg@tijdelijkenatuur.nl

4 manieren om de ringmus te helpen

Woont u aan de rand van dorp of stad of in het buitengebied? Help de ringmus dan een handje met een natuurlijke tuin met:

  1. Een dichte heg met inheemse struiksoorten.
  2. Het ophangen van nestkasten. Ze zijn niet kieskeurig qua formaat, invlieggat 3-5 cm.
  3. Het 'rommelig' houden van de tuin.
  4. Het aanbieden van voedsel zoals zaden en zonnepitten.

Persoonlijk tuinadvies

Maak eens een afspraak met een Tuinvogelconsulent van Vogelbescherming. Die geeft persoonlijk advies op maat over hoe u uw tuin of balkon inricht. Leden van Vogelbescherming krijgen korting.

zoek een tuinvogelconsulent in uw buurt

Mijn tuin een vogelparadijs

Wordt u ook zo blij van vogels in uw tuin of op uw balkon? Hangt u wel eens een vetbolletje voor ze op? U kunt nog meer doen. Doe de gratis Postcode Vogelcheck en ontdek welke vogels in uw buurt leven en hoe u deze vogels kunt helpen.

Doe de Postcode Vogelcheck

Meer over

tuinplanten voer jeanetvanzoelen tuintip nestkast vogeltuin tuininrichting ringmus

Deel dit bericht

Gerelateerde items

Populair