Toon alle berichten

Vloeken in de kerk

Geplaatst op 3 april 2018

Jean-Pierre Geelen (de Volkskrant) en Saskia van Loenen (NRC Handelsblad) vermaken zich met vogels en vogelaars.

Saskia!

Het zal de tijd van het jaar zijn, maar ik worstel met een geloofskwestie.

Je hoort weleens klagen over de leegloop van kerken. De overtuigde vogelaar weet wel beter: slechtvalken hebben zich massaal bekeerd. Ze nemen steeds vaker hun toevlucht tot een kerktoren als broedplaats. Alleen mijn stad al herbergt drie gelovige valkenparen, van alle gezindten. Leve de oprukkende stadsjungle: sinds de jaren negentig is het aantal broedparen omhoog eh… gevlogen.

Ook ik kan getuigen van zijn herrijzenis. Wanneer ik uit het raam van mijn stadswoning kijk, zie ik in de verte een kerktoren. As we write zit er een paartje slechtvalken te broeden in een van de nisjes. Vroege broeders, daar moest ik bij zijn.

Twee weken geleden: het vroor nog, er stond een ijzige wind. Op weg naar mijn werk liep ik langs de toren, om toch even een blik te werpen. Nooit vloeken in de kerk, maar verdomd: daar zat ie, bovenop een pinakel. Een metertje of 80 boven mijn hoofd zat ie soeverein voor zich uit te staren. Een grijze vogel, maar van onderen zag ik z’n witgestreepte borstpartij. Mooi. Met zijn topsnelheid van 320 kilometer per uur misschien wel de spectaculairste roofvogel die we hier hebben. De Max Verstappen van het vogelcircuit. En dat midden in de stad.

Tussen het voorbijrazende spitsverkeer bleef ik staan kijken. Jammer dat ik mijn kijker niet bij me had. Want hoe mooi wás dit eigenlijk? Dat kon ik niet zien. Het was vooral de wetenschap dat ik een slechtvalk zag.

Toch?

Wetenschap moet het hebben van feiten; hier begon twijfel te knagen. Was het niet veel waarschijnlijker dat ik naar een houtduif stond te staren? Net zo grijs, en een stukje wit bij de kaken. Het zou niet de eerste keer zijn dat een duif mij had bedrogen.

Hoe langer ik bleef staan, hoe onzekerder ik werd over die valk. Het was koud, ik moest door. Nog even een zijstraatje in, voor een blik vanuit andere hoek. Kijk: de vogel rekte zich uit, met één vleugel.

Toch?

De ijzige wind deed mijn ogen tranen – altijd nét op het moment dat je iets bijzonders ziet. De twijfel werd verder aangewakkerd. Nu ik langer keek: het zou evengoed een verwaaid plastic zakje kunnen zijn waarnaar ik stond te turen.

Wanhopig van mijn eigen onbenul vervolgde ik mijn weg. Waar ik in absolute zekerheid een slechtvalk zag, liep ik vijf minuten later met de loodzware vraag of ik eigenlijk wel naar een vogel had staan kijken. Eén rondje om de kerk, en ik liep al aan tegen mijn geloof. En de dag moest nog beginnen.

Vertel eens, Saskia: wat weet jij eigenlijk zeker in het vogelaarsleven?

Jean-Pierre!

En zo zit ik ineens tegenover je in het biechthokje, en dat voor een verklaard ongelovige.

Maar soms moet een mens even schoon schip maken. Alles op tafel – hoe onfraai misschien ook, de inhoud van mijn braakbal. In de hoop dat mijn zonden door een oude rot als jij worden vergeven en schoongewassen, en deze schuldbewuste vogel als een feniks na het hellevuur weer opgeruimd haar weg vervolgt.

Laat ik dus maar bekennen: ik weet niets zeker in het vogelaarsleven.

Wel dat ik te veel en te hartgrondig vloek. En het één heeft opvallend vaak met het ander te maken.

Jouw rondje om de kerk met die slechtduif van je is voor mij maar al te herkenbaar. Meerdere malen heb ik doodstil en inwendig juichend naar een zeldzame vogel staan staren. Om uiteindelijk toch vol twijfel huiswaarts te keren; het beestje zat nét te ver weg. Het kon dus ook zijn dat ik blauw van de kou naar een mus had staan kijken. Of een vinkje. Ook leuk, daar niet van. Maar de vogels die zich dagelijks honderd keer in mijn tuin laten zien doen mij daarbuiten dan toch net weer even iets minder dan laten we zeggen een appelvink.

Thuis sla je dan het dikke vogelboek maar weer eens open – waarna je op slag helemáál niets meer zeker weet, gezien de twintig varianten die allemaal in de buurt komen van je zojuist gedane ‘waarneming’; waarbij opvallend genoeg bijna altijd die extreem zeldzame, in de vorige eeuw eenmalig waargenomen dwaalgast uit Oost-Siberië nog het dichtst in de buurt komt van die Unieke Vogel van jou. 

Maar het kan nog veel erger. Dat er géén sprake is van twijfel, maar dat je iets Zeker Weet – een fenomeen waar juist gelovigen patent op hebben. Sinds ik vogelaar ben ken ik die geluksmomenten óók. Des te harder het gelag als blijkt dat de waarheid later toch net even anders ligt – over van je geloof vallen gesproken. Dat die uiterst schuwe vogel in het bos waar ik met bonkend hart zeker twintig minuten achteraan sloop, een ordinaire merel blijkt te zijn.  

Nóg pijnlijker wordt het als je het in je eerste euforie, vanuit een kinderachtig soort geldingsdrang – zendingsdrang? – nodig vond De Rest Van De Wereld met veel uitroeptekens deelgenoot te maken van wat zich zojuist aan jou aandiende. Die goddelijke verschijning, zich – leve de voorzienigheid – enkel openbarend aan jou. Een velduil mensen, ik zie hem, hier recht voor me in het gras, worden jullie al jaloers? Ja, red je daar maar eens uit in de WhatsApp-vogelgroep als de plastic zak in kwestie plots jouw kant opwaait.

En nu ik toch aan het biechten ben: minimaal één keer heb ik mijn Totaal Mislukte Waarneming (“Nepnieuws!”) niet durven rechtzetten. Een doodzonde onder vogelaars, ik weet het. De angst een modderfiguur te slaan won het van mijn moreel geweten. Voor straf moet ik me daar de rest van mijn leven voor schamen.

En dus app ik nooit meer iets aan wie dan ook totdat de vogel in kwestie op mijn hoofd is gaan zitten.

Maar ook een zondaar is maar een mens. Hij die zonder foute waarnemingen is, werpe de eerste steen. Ik ken voortaan mijn plaats, als nog maar net bekeerde vogelvolgeling. En ik leer elke dag bij, troost ik me. Roep ik weer eens ‘roofvogel!’ als er een kraai over ons heen vliegt? Wees genadig, en vertel het niet verder – in naam van de barmhartigheid.

Het wordt lente, de vogeltjes zijn gek geworden en met héle andere dingen bezig dan schaamte. Levenslust is wat ze nu zingen, in bomen, op daken en kerktorens – zelfs de Kerk knijpt bij deze losbandigheid een oogje dicht. Laten we met ze mee fladderen. 

Blijf op de hoogte

Ontvang maandelijks de beste artikelen van deze site via email. Tuintips, mooie vogels, nieuws over Vogelbescherming en vogels beschermen.

Aanmelden Vogels digitaal

Boek Spotvogels

Columnisten Jean-Pierre Geelen en Saskia van Loenen delen een passie voor het kijken naar vogels én vogelaars. Zij bestoken elkaar in dit boek met enthousiaste verhalen over hun persoonlijke belevenissen, teleurstellingen, wensvogels,
de gekte en de gekken.

Verkrijbaar in onze winkel en webshop

Meer over

tijdschriftvogels saskiavanloenen jeanpierregeelen

Deel dit bericht

Gerelateerde items

Populair