Toon alle berichten

Door Hans Peeters
hoofdredacteur tijdschrift Vogels

Hamerhoenders krijgen vrijheid

Geplaatst op 23 november 2017

Hoofdredacteur Hans Peeters ging op vakantie naar Sulawesi (Indonesië) en bezocht daar de collega’s van Burung Indonesia. Met hen ging hij op zoek naar een van de zeldzaamste vogels op de wereld.
Maleo / Ariefrahman-Common wikimedia

04.00 Uur in de ochtend. Het is pikkedonker als we met hoofdlampjes op onze weg zoeken door het dichtbegroeide bos. Ieder van ons houdt zijn voorganger angstvallig in de gaten, want een misstap kan pijnlijke plekken opleveren. Ik voel me jongensachtig gespannen, want we zijn op weg naar de broedgronden van maleo ofwel het hamerhoen. Een van de zeldzaamste vogelsoorten op de wereld.

We bevinden ons op Sulawesi in de Indonesische Archipel. Om precies te zijn in het natuurreservaat Panua in de noordelijke provincie Gorontalo. Een van de weinige plekken waar hamerhoenders leven. De bedreigde vogel is endemisch, wat betekent dat hij nergens anders voorkomt dan op dit kleine stukje aarde.

Strand Panua / Hans Peeters

Hamerkop

Maleo’s zijn tot de verbeelding sprekende vogels. Ze zijn zo groot als een uit de kluiten gewassen Barnevelder. Een compacte vogel met zwarte rug, borst en staart. De onderzijde is wit met een zalmkleurige zweem. Het meest indrukwekkend zijn kop en poten. De grote forse kippenpoten verklaren meteen waarom maleo tot de grootpoothoenders behoort. Bovenop de donkerkleurige kop heeft de vogel een hoornachtige uitstulping, die in combinatie met de forse snavel inderdaad iets weg heeft van een hamer. Vandaar de Nederlandse naam ‘hamerhoen’.

Het tot de verbeelding sprekende van maleo zit hem vooral in zijn gedrag. Sinds ik het boek Maleo – De kip met de gouden eieren van Marc Argeloo, twee keer heb gelezen, staat de soort hoog op mijn wensenlijstje.

Schuilhut in broedgebied / Hans Peeters

Hut van palmbladeren

Ondertussen zijn we aan het eind van het bos beland. Volkomen onverwachts staan we aan de rand van de Molukse Zee en vervolgen onze ganzenpas over het strand. Het is nog steeds zaak het lampje van je voorganger in de gaten te houden. Doe je dat niet dan is de kans op een paar natte voeten groot. Dat onze gids Tatang camouflagekleding draagt, helpt ook niet echt voor de zichtbaarheid in het donker.

Na een half uur ploeteren door het losse zand, slaat Daud plotseling rechtsaf en verdwijnt tussen een paar bosjes. We lopen tegen een anderhalf meter hoge schuilhut van palmbladeren aan. We zijn nu in het centrum van maleogebied. Er staan hier meerdere schuilhutten en op aanwijzing van Tatang splitst ons gezelschap zich op. De twee mannen Ferry en Andriansyah, collega’s van de Indonesische Vogelbescherming (Burung Indonesia) samen in een hut. En ondergetekende met Tatang en de twee vrouwen in ons gezelschap, mijn echtgenote Nell en Pantiati eveneens van Burung Indonesia, in de andere.

Nell, Pantiati en Tatang in hut / Hans Peeters

Stilte a.u.b.

Door de kijkgaten zien we dat het begint te schemeren. Mooi op tijd dus. Gids Tatang benadrukt dat we vooral stil moeten zijn. Maleo’s zijn erg schuw en hebben een feilloos gehoor. Het wordt steeds lichter en we zien nu dat we ons in een soort mini-woestijn bevinden. Een gele zandvlakte met hier en daar een struik. Opvallend zijn de vele kuilen overal. Het werk van maleo. De vrouwtjes komen in de vroege ochtend – nu dus – hierheen en graven met hun poten een kuil. Daarin leggen ze een ei en gooien het gat weer dicht. De warmte van het vulkanische zand en de zonnewarmte zorgen ervoor dat het ei uitgebroed wordt. Na twee maanden kruipt het jong uit het ei en baant zich een weg door het zand naar buiten. Plots horen we een heldere langgerekte roep kyooooooooooo.

Broedgebied met kuilen / Hans Peeters

Kleine maleo

Mijn hart slaat over en ik verkeer in de veronderstelling een maleo te horen. Pantiati zet me met beide benen op de grond en geeft aan dat dit de roep is van het Filipijns boshoen. Hier ook wel de ‘kleine maleo’ genoemd. We zijn in de buurt.

Vlak voor de hut zingt een fluweelhonigzuiger en verderweg scharrelt een paartje Chinese dwergkwartels. Inmiddels loopt de temperatuur op richting 30°C en turen we nog steeds zwijgzaam naar buiten. De wetenschap zo dicht bij maleo te zijn, houdt er de spanning in. Maar als anderhalf uur later Tatang aangeeft dat het vandaag niks meer wordt en we opstappen, is de teleurstelling groot. We zijn 12.000 km van huis en nog nooit zo dicht in de buurt van maleo geweest. Dichterbij zullen we nooit meer komen, vrees ik.

Varaan / Hans Peeters
Ei van maleo / Hans Peeters

Omelet voor vijf personen

Op de terugweg vertelt onze gids dat de maleo’s met grote problemen kampen. “De eieren werden tot voor kort door de lokale bevolking op grote schaal uitgehaald. Ze zijn groot en lekker. Een enkel ei zorgt voor een omelet voor een heel gezin. Ook rondstruinende varanen houden van maleo-eieren en graven ze op. Tevens bedreigt ontbossing hun broedgebieden.”
Kortom maleo zit in de gevarenzone en van de 94 bekende broedplaatsen zijn er 83 bedreigd. Het aantal individuele vogels is sinds halverwege vorige eeuw met 90% afgenomen en wordt nu geschat op nog  8.000 – 14.000 exemplaren. Tatang: “Om maleo van de ondergang te redden zijn we in Panua een reddingsoperatie gestart.”
Hij neemt ons mee.

Broedbak met maleo-eieren / Hans Peeters

Zandbak met eieren

Vlakbij op het strand staat een stenen schuurtje van drie bij drie meter. Het heeft geen dak en de bodem bestaat uit een dikke laag los strandzand. Een veredelde zandbak zou je kunnen zeggen. In keurige rijen staat er om de 20 cm een stokje in het zand met een geel vlaggetje. Bij elk stokje bevindt zich een maleo-ei in de grond. Het gele vlaggetje vermeldt een nummer en een datum dat het ei is begraven. We tellen zo’n veertig vlaggetjes.

Dagelijks loopt Tatang met zijn assistenten de bekende broedplaatsen af en verzamelen zij de vers gelegde eieren. Ze brengen ze in de veilige omgeving van de zandbak en begraven de eieren op een diepte, waar het zand 30-32°C warm is. Jonge maleo’s die uit het ei gekropen zijn, worden vervolgens ondergebracht in een grote volière, waar ze wisselend tussen drie dagen en twee weken worden verzorgd. En daarna?

Maleo krijgt de vrijheid

Verrassing

De avond tevoren had Tatang ons zijn volière al laten zien. Daarin verbleven op dat moment vier jonge maleo’s. Wat hij ons niet vertelde, was dat deze jongen groot genoeg waren om los gelaten te worden. Zijn assistenten hadden de jonge vogels vanmorgen opgehaald en brachten ze elk in een kist naar een open plek in het bos.

Voordat we er erg in hadden stonden we ieder met een levensechte maleo in handen. Hoe dichtbij wil je komen? Een voor een gaven we de maleo’s de vrijheid. De een vloog linea recta de dichte begroeiing van het bos in. De ander stapte waardig de wijde wereld tegemoet. Nog voel ik de ontroering en kippenvel van dat moment.

Maleo in kooi / Hans Peeters

Lederschildpadden

Ben je op het strand om maleo’s te beschermen, waarom zou je je dan niet bekommeren om schildpadden die op hetzelfde strand hun eieren leggen. Zo dacht ook onze maleovriend Tatang. Hij verzamelt de eieren van lederschildpadden en laat die eveneens in een veilige omgeving uitkomen. Vandaag was de dag dat we naast vier maleo’s ook nog 25 jonge lederschildpadden de vrijheid mochten geven. De laatste meters naar zee leggen ze op eigen kracht af. Eenmaal in het water beginnen ze aan een nieuw avontuurlijk leven.

Lederschildpad / Hans Peeters

Meer over

gorontalo hanspeeters burungindonesia sulawesi

Deel dit bericht

Gerelateerde items

Populair