Groenpootruiter

Greenshank, Tringa nebularia - Strandlopers (Scolopacidae)

De groenpootruiter is, ondanks dat hij geen opvallende kenmerken heeft, toch wel een karakteristieke steltloper. Een echte doortrekker en het talrijkst in de Delta en het Waddengebied. Hij foerageert vaak zeer actief en rent in ondiep water zelfs achter visjes aan. Zijn poten zijn alleen in de broedtijd enigszins groen, de rest van het jaar meer groengrijs. Hij roept een luid "tuw-tuw-tuw"

Herkenning

Middelgrote steltloper met lange, groengrijze poten en een licht opgewipte stevige snavel. Wit van onderen en overwegend grijs van boven, met in broedkleed, krachtige strepen en vlekken. Dan is ook de borst opvallend gestreept. Donkere vleugels; geen vleugelstrepen, wel een opvallende witte wig op zijn rug. Stuk groter dan tureluur en bosruiter.

Geluid

Luid en explosief, driedelig.


30-35 cm, spanwijdte 68-70 cm


Deze soort lijkt op:


Leefwijze

Broeden

Man heeft zangvlucht om vrouwtjes aan te trekken. Territoriaal en gewoonlijk monogaam. Broedt op de grond, in ondiep kuiltje op de grond, gewoonlijk vlakbij een opvallend kenmerk (boomstronk, steen o.i.d.). Eén broedsel, gewoonlijk vier eieren. Legtijd eind april-midden juni. Broedduur gemiddeld 24 dagen; beide geslachten broeden. Jongen worden verzorgd door gewoonlijk één ouder, meestal vrouwtje. Nestvlieders, vliegvlug na 25-31 dagen.

Leefgebied

Buiten broedtijd vooral open getijdengebieden, op wad en op kwelders (Waddenzee, Delta). Kleinere aantallen in binnenland in gebieden met ondiep water en slik, kale oevers, ondiepe sloten, ondergelopen grasland en bollenvelden, rijstvelden e.d. Broedt in boreale en (sub-)Arctische gebieden op heiden en hoogvenen, in open taiga, bij vennen in taiga, rivier- en beekdalen.

Voedsel

Vooral insecten (-larven, vooral van kevers), kreeftachtigen, wormen, mollusken, amfibieën, visjes en soms zelfs kleine knaagdieren. Pikt, maait en boort en in ondiep water terwijl hij vrij snel loopt. Rent soms achter prooi aan, soms in groepen. Foerageert dag en nacht, deels afhankelijk van getijde.

Vogeltrek

Over het algemeen een lange afstandstrekker, verlaat het broedgebied geheel. Trekt deels over breed front over continent, maar vooral via trekbanen naar belangrijke pleisterplaatsen (zoals Delta en Waddenzee). Klein deel overwintert in Europa, grootste deel trekt door naar Afrika ten zuiden van de Sahara (binnenland en kust). Najaarstrek vooral in juli-oktober. Voorjaarstrek vooral in april en mei. Trekt vooral 's nachts, in voorjaar wat vaker ook overdag. Vaak in grote groepen.

Wadden-fan?

Wandelen door de natuur, op vogelkijktocht met de kinderen of wegdromen bij de zonsondergang... Ga je voor rust, natuur, kinderen of actief? Inspiratie voor activiteiten vind je via onze Waddenwebsite.

Beleef de waddennatuur

Verspreiding en aantal

doortrekker in vrij klein aantal

jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec

Trend in Nederland is stabiel; aantallen kunnen van jaar op jaar wel sterk schommelen.

Aantallen in Nederland

Aantal broedparen Geen broedvogel
Geschat maximum aantal overwinteraars/doortrekkers 10.000 (in 2005-2010)

Bron: Sovon Vogelonderzoek Nederland

Meer weten over trends? Kijk op sovon.nl.

Waarnemingen

Meer waarnemingen op Waarneming.nl

Kijktip

Vooral Waddenzee (inclusief Lauwersmeer) en de Delta, maar vooral in het voorjaar ook langs de grote rivieren en in polders in Laag-Nederland.

In Europa

In boreale en vooral sub-Arctische delen van Noord-Europa. Van Schotland via Fenno-Scandinavië oostwaarts tot Noord-Rusland. Niet op IJsland en grote Arctische eilanden.

Meer informatie


Bescherming

Europese populatie is waarschijnlijk met maximaal 30% afgenomen in aantal. Kan oorzaak hebben in verschuiving van broedgebieden; Aziatische populaties nemen niet af, aantallen in de winter in Afrika nemen toe.

Wat kunt u doen

Groenpootruiters zijn tamelijk schuw. Houdt daarom voldoende afstand van met name groepen groenpootruiters.

Meer weten?

Actuele berichten


Wet- en regelgeving

De groenpootruiter is een beschermde inheemse diersoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen zijn groenpootruiters beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. De bescherming van de groenpootruiter is in Nederland geregeld in de Flora- en faunawet en een deel van hun leefgebieden wordt beschermd via de Natuurbeschermingswet 1998.

Algemene regels

De Flora- en faunawet bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels, waaronder de groenpootruiter. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt:

  • het doden, verwonden, vangen (artikel 9)
  • het opzettelijk verontrusten (artikel 10)
  • het beschadigen, vernielen, uithalen, wegnemen of verstoren van nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen (artikel 11)
  • het zoeken, rapen, uit het nest nemen, beschadigen of vernielen van eieren (artikel 12)
  • het bezit, het vervoer en de handel in de vogels dan wel eieren, nesten of producten daarvan (artikel 13)

Uitzonderingen op de verboden zijn onder strikte voorwaarden mogelijk. Daarvoor is een ontheffing of een vrijstelling nodig.

Bijzondere regels

Drie natuurgebieden die door de groenpootruiter worden gebruikt als foerageergebied en/of slaapplaats zijn aangewezen en beschermd op grond van de Natuurbeschermingswet 1998. Het gaat om de Oosterschelde, Waddenzee en Westerschelde & Saeftinghe.

Meer weten?

© Foto's: AGAMI   © Illustraties vogels: Elwin van der Kolk   © Video's: Natuur Digitaal