Beflijster

Ring Ouzel, Turdus torquatus - Vliegenvangers (Muscicapidae)

De beflijster is een schaarse doortrekker, die sterk op een merel lijkt, maar met witte borstband. De broedgebieden liggen in Scandinavië, Schotland, Wales en berggebieden in Zuid- en Centraal-Europa. De grootste kans om een beflijster te zien is tijdens de voorjaarstrek; dan verblijven honderden vogels op de Waddeneilanden en elders in het land, meestal in kleine groepjes. Beflijsters houden zich ook op in groepen van andere doortrekkende lijsterachtigen, zoals koperwieken en kramsvogels.

Herkenning

Zwart verenkleed met een witte halve maanvormige band. De vleugelveren hebben lichte randen, zodat beflijsters in vlucht een lichtere vleugel hebben dan merels. Onvolwassen vogels hebben een veel minder duidelijke witte bef. Vrouw en man lijken op elkaar, maar man is wat zwarter en de witte bef is duidelijker. De witte bef is nauwelijks zichtbaar 1e winter man en nog minder bij eerste winter vrouw. Snavel van adulte vogels is geel met donkere punt. De beflijster heeft geen gele oogring zoals de adulte merel.

Geluid

Harde, tikkende roep, lager dan merel. Ook kramsvogelachtige geluiden. Zang in Nederland zelden te horen, eenvoudig en lijsterachtig.


23-24 cm, spanwijdte 35 cm


Deze soort lijkt op:


Leefwijze

Broeden

In Nederland is nog nooit een zeker broedgeval vastgesteld. In het Scandinavisch broedgebied broeden ze vanaf begin mei. Meestal 4-5 eieren en 1 legsel (soms 2 als het eerste mislukt). Het nest wordt op de grond gemaakt, bij voorkeur onder een overhangend stuk steen. Broedduur 13-14 dagen. Jongen vliegen na 14-16 dagen uit.

Leefgebied

Op doortrek kunnen beflijsters aangetroffen worden in allerlei graslanden, bosranden, heide en duinen, met voldoende beschutting. Hier houden zich veel bodemdieren op, waar de beflijster van profiteert. Zelden in parken en tuinen. Beflijsters zijn broedvogels van bergachtige gebieden en natte heiden, meestal erg rotsachtig en met een zeer spaarzame begroeiing.

Voedsel

Voornamelijk ongewervelde bodemdieren, o.a. regenwormen, kevers, vliegenlarven, spinnen en oorwurmen. In de herfst en winter ook bessen.

Vogeltrek

Tussen eind maart en mei trekken beflijsters door Nederland, vanuit het Middellandse gebied en Noord-Afrika trekken ze naar Noorwegen en Groot Brittannië en zijn dan pleisterend te zien in kleine groepjes. Ze trekken meer westelijk in het voorjaar. Najaarstrek in omgekeerde richting loopt van half september tot begin november, maar is minder goed waarneembaar. Beflijsters houden zich ook op in groepen van andere doortrekkende lijsterachtigen, zoals koperwieken en kramsvogels.


Verspreiding en aantal

doortrekker in vrij klein aantal

jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec

Over trends zijn onvoldoende gegevens beschikbaar.

Aantallen in Nederland

Aantal broedparen 0 (in 1998-2000)

Bron: Sovon Vogelonderzoek Nederland

Meer weten over trends? Kijk op sovon.nl.

Waarnemingen

Bron en meer waarnemingen: Waarneming.nl

Kijktip

Groepjes tot enkele tientallen beflijsters zoeken wat schralere graslanden in vooral de kuststrook en in binnenlandse heidevelden op. Vaak zijn de vogels jaarlijks op dezelfde plekken te vinden.

In Europa

De belangrijkste broedgebieden van de beflijsters liggen in Noorwegen, delen van Schotland en Engeland, in de Alpenlanden en de Balkan. In grote delen van West- en Midden-Europa wordt de soort als trekvogel waargenomen.

Meer informatie


Bescherming

De beflijster komt in bergachtige gebieden verspreid over Europavoor. De soort geldt niet als bedreigd. Maar in vooral Frankrijk is de beflijster slachtoffer van jacht.


Wet- en regelgeving

De beflijster is een beschermde inheemse diersoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen zijn beflijsters beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. De bescherming van de beflijster is in Nederland geregeld in de Wet natuurbescherming.

Algemene regels

De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt:

  • het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1);
  • het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3. 1 lid 2);
  • het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3);
  • het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4);
  • het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).

Overtreding van deze verboden is een economisch delict en kan leiden tot strafrechtelijke vervolging. De verboden worden ook bestuursrechtelijk gehandhaafd. Uitzonderingen op de verboden zijn opgenomen in de wet en de bijbehorende uitvoeringsregelgeving. De wet voorziet in een algemene bevoegdheid voor de provincie (en in sommige gevallen het Ministerie van Economische Zaken) om onder strikte voorwaarden een ontheffing of vrijstelling te verlenen van de verboden (artikel 3.3).

Bijzondere regels

Er zijn geen natuurgebieden voor deze soort aangewezen op grond van de Wet natuurbescherming, omdat de soort slechts in beperkte mate op doortrek in Nederland voorkomt.

Meer weten?

© Foto's: AGAMI   © Illustraties vogels: Elwin van der Kolk   © Video's: Natuur Digitaal