Meerkoet

Coot, Fulica atra - Rallen (Rallidae)

Er is bijna geen park, kanaal of sloot in Nederland zonder meerkoeten. Zoet water met wat oevervegetatie is genoeg. De aantallen in Laag-Nederland zijn het grootst. Tijdens het broedseizoen verdedigen deze zwarte vogels hun territorium fel tegen indringers.

Herkenning

Volledig roetgrijs gekleurd met een zwarte kop en een smalle witte vleugelachterrand. Spitse, witte snavel en witte bles. Adulten hebben een rode iris.

Geluid

Gevarieerd: o.a. keffende, niesende en zachte geluiden.


36-42 cm, spanwijdte 70-80 cm


Deze soort lijkt op:


Leefwijze

Broeden

Heeft twee tot drie legsels per broedseizoen dat loopt van maart tot in juli. Meestal 6-10 eieren. Broedduur: 21-25 dagen. Broedt meestal in de buurt van andere meerkoeten, die fel bevochten worden om de beste plek. Maar meerkoeten broeden ook wel onbeschut op een drijvend nest. Nesten meestal van riet en wortels, gebruikt in de stad ook allerlei afval. De jongen verlaten het nest meteen en kunnen na zo'n 56 dagen vliegen. Worden in het begin gevoerd door de ouders.

Leefgebied

Broedt meestal in oevervegetatie van zoet water. Meerkoeten zoeken hun voedsel op en rond het water. Van oorsprong zijn meerkoeten echte moerasvogels, met poten die bijzonder geschikt zijn om te lopen op drijvende vegetatie (kraggen) en wortels van riet- en lismoerassen. Maar is eigenlijk overal te vinden waar zoet water is: beken en meren, moeras, oevers, park en tuin, plassen, rietland en ruigte, rivieren, stedelijk gebied en (verlandende) vennen. Vooral gebieden met een flinke oeverbegroeiing zijn populair, hoewel de soort zich ook kan redden in vaarten met een beschoeiing en nauwelijks waterplanten. In de winter kunnen groepen - die kunnen bestaan uit vele honderden vogels - in weilanden verblijven.

Voedsel

Meerkoeten eten vooral waterplanten, maar zeker wanneer er jongen zijn worden ook allerlei waterdieren, zoals slakken en visjes, gevoerd en gegeten. Ze eten ook gras. Meerkoeten duiken vaak naar voedsel. Door de grote hoeveelheid lucht in hun verenkleed moeten ze moeite doen om onder water te komen; ze maken een sprongetje bij het duiken en zetten zich met hun poten af. Kort daarop komen ze als een grote dobber weer naar boven.

Vogeltrek

Meerkoeten die in Nederland broeden, brengen de winter meestal ook in Nederland door. Een deel trekt weg naar Spanje en Portugal. In Nederland overwinteren ook veel meerkoeten uit noordoostelijke streken. In het najaar verzamelen zich tienduizenden meerkoeten op het Veluwemeer en het Markermeer, op zoek naar waterplanten. Later meer verspreid. Trekt 's nachts en solitair en is in het voorjaar dan soms te horen.


Verspreiding en aantal

zeer talrijke broedvogel | jaarrond aanwezig | doortrekker en wintergast in zeer groot aantal

jan feb mrt mrt mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec

Het aantal meerkoeten neemt sinds de 60'er jaren toe, maar de groei van de populatie zwakt sinds de 90'er jaren iets af. Een tamelijk stabiele populatie broedvogels in Nederland, ook het aantal overwinteraars is stabiel.

Aantallen in Nederland

Aantal broedparen 130.000-180.000 (in 1998-2000)
Geschat maximum aantal overwinteraars/doortrekkers 410.000 (in 2005-2010)

Bron: Sovon Vogelonderzoek Nederland

Meer weten over trends? Kijk op sovon.nl.

Waarnemingen

Meer waarnemingen op Waarneming.nl

Kijktip

In een park of sloot bij u in de buurt.

In Europa

De meerkoet komt in geheel gematigd Europa en Azië voor.

Meer informatie


Bescherming

De meerkoet is een overlever. In vele biotopen voelt hij zich thuis. Zelfs zwerfafval benut de meerkoet voor zijn nest. Deze vogel lijkt niet veel bescherming nodig te hebben.

Wat wij doen

Vogelbescherming zet zich in voor gezonde wetlands en moerasgebieden en voor voorlichting aan een groter publiek over de aanwezigheid van vogels in de directe leefomgeving.

Wat kunt u doen

Tijdens strenge winters kunt de meerkoet bijvoeren en een wak maken in de vijver of sloot. Rietkragen en andere typen oeverbegroeiing zijn belangrijk als broedplaats voor meerkoeten.

Meer weten?

Actuele berichten


Wet- en regelgeving

De meerkoet is een beschermde inheemse diersoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen zijn meerkoeten beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. De bescherming van de meerkoet is in Nederland geregeld in de Flora- en faunawet en een deel van hun leefgebieden wordt beschermd via de Natuurbeschermingswet 1998.

Algemene regels

De Flora- en faunawet bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels, waaronder de meerkoet. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt:

  • het doden, verwonden, vangen (artikel 9)
  • het opzettelijk verontrusten (artikel 10)
  • het beschadigen, vernielen, uithalen, wegnemen of verstoren van nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen (artikel 11)
  • het zoeken, rapen, uit het nest nemen, beschadigen of vernielen van eieren (artikel 12)
  • het bezit, het vervoer en de handel in de vogels dan wel eieren, nesten of producten daarvan (artikel 13)

Uitzonderingen op de verboden zijn onder strikte voorwaarden mogelijk. Daarvoor is een ontheffing of een vrijstelling nodig.

Bijzondere regels

De meerkoet is een beschermde inheemse diersoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen zijn meerkoeten beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. De bescherming van de meerkoet is in Nederland geregeld in de Flora- en faunawet en een deel van hun leefgebieden wordt beschermd via de Natuurbeschermingswet 1998.

Meer weten?

© Foto's: AGAMI   © Illustraties vogels: Elwin van der Kolk   © Video's: Natuur Digitaal