Kneu

Linnet, Carduelis cannabina - Vinken (Fringillidae)

Rode lijst

Kneuen zijn vaak te zien groepjes waarbij de vogels erop los kwetteren. Een man kneu in prachtkleed heeft een fraaie karmijnrode borst en 'baret'. De kneu broedt in lage struiken en struwelen nabij kruidenrijke vegetaties, in allerlei tamelijk open landschappen. Ze broeden vaak half-kolonievormig en zoeken hun voedsel ver buiten de territoria. Nederlandse broedvogels overwinteren in Zuidwest-Europa.

Herkenning

Een kleine vinkensoort, kleiner dan huismus. Man heeft een warmbruine rug en in prachtkleed een karmijnrode borst en 'baret'. Na het broedseizoen is dat meer roodbruin. Mannetjes een grijs achterhoofd, bij vrouwtjes en onvolwassen vogels is dit bruingrijs. Vrouwtjes en onvolwassen vogels hebben een zwak gestreepte borst en kruin en hebben geen rood in het verenkleed. Grijze kegelvormige snavel. Vliegt vaak in groepjes met golvend vlucht, druk kwetterend.

Geluid

Zang gevarieerd, doorspekt met kenmerkende roep. Vaak lang aangehouden. Roep kenmerkend "geknutter".


13-14 cm


Deze soort lijkt op:


Leefwijze

Broeden

Broedt vanaf half april tot eind juli, meestal tussen eind april en half juni. Heeft twee tot drie broedsels per jaar met meestal 4-6 eieren. Broedduur 12-13 dagen. Bouwt nest vaak in laag en middelhoog struweel met uitstekende takken, liefst in doornige struiken, niet te dicht en niet te open. Ze broeden graag in semi-koloniaal verband. Niet erg territoriaal, soms meerdere nesten in een struik. De jongen zitten 12-17 dagen op het nest. Na uitvliegen, krijgen ze nog een tijdje begeleiding van de ouders.

Leefgebied

De kneu broedt in dichte struiken in allerlei halfopen landschappen. Het talrijkst zijn kneuen in de duinen en in akkerbouwgebieden met hagen, maar ze broeden ook op plekken met jonge aanplant, oude struikheide met opslag en soms stedelijke bebouwing (tuinen, jonge groenvoorziening). Vanuit de liefst doornige struiken ondernemen kneuen in kleine groepjes voedselvluchten van soms drie kilometer maar plekken met een rijk aanbod aan zaden. Vanaf juli vormen zich groepen op voedselrijke plekken.

Voedsel

De kneu is een echte zaadeter en gedijt het best op plaatsen met veel kruiden en grassen. Wilde soorten, maar ook cultuurgewassen zoals koolzaad, mosterdzaad en lijnzaad. Vroeg in de lente zijn vogelmuur, veldkers, vroegeling en varkensgras belangrijke voedselbronnen, later ook paardenbloem, brandnetel, distel en kaardenbol. Ook de nestjongen eten uitsluitend zaden.

Vogeltrek

In Nederland broedende kneuen trekken via Zuidwest-Frankrijk weg naar Spanje en Marokko. In Nederland ook doortrekkers vanuit Engeland, Duitsland en Noord-Europa. Er zijn overwinteraars op plekken met voedsel in het agrarisch gebied. Na het broedseizoen vanaf half september begint de najaarstrek tot eind oktober met een piek rond half oktober. De voorjaarstrek begint ongeveer half maart en loopt tot begin mei met een piek rond half april. Trekt meestal overdag met tussenstops in grote groepen langs kusten en rivierdalen.


Verspreiding en aantal

talrijke broedvogel | wegtrekkend | doortrekker en wintergast in groot aantal

jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec

De aantallen kneuen in bos, heide en duin zijn sinds midden jaren zeventig met minimaal 35-50% teruggelopen. In agrarisch cultuurlandschap is sprake van een afname van mogelijk meer dan 60% in de periode vanaf 1990. De huidige populatie bedraagt hooguit een kwart van die anno 1960. Laatste tien jaar stabiliseert de kneu zich op een laag niveau.

Aantallen in Nederland

Aantal broedparen 40.000-50.000 (in 1998-2000)
Geschat maximum aantal overwinteraars/doortrekkers groot aantal

Bron: Sovon Vogelonderzoek Nederland

Meer weten over trends? Kijk op sovon.nl.

Waarnemingen

Meer waarnemingen op Waarneming.nl

Kijktip

Op Texel en in Drenthe bevinden zich grote dichtheden broedvogels.

In Europa

De kneu is een wijdverspreide vogelsoort. Het leefgebied strekt zich uit van Ierland via zuidelijk Fenno-Scandinavië tot ver in Siberië. De oostgrens van dit gebied wordt ongeveer gevormd door de 93 graden Oosterlengte-meridiaan. Ook in het Mediterrane gebied komen veel kneuen voor. Spanje, Frankrijk en de Oekraïne hebben de grootste hoeveelheden broedvogels van de Europese landen.

Meer informatie


Bescherming

De aantallen van de kneu zijn in Nederland de laatste vijftig jaar sterk achteruitgegaan, met meer dan de helft. In agrarisch cultuurlandschap speelt gebrek aan voedsel en nestgelegenheid de kneu parten. Voedselgebrek is er als gevolg van bestrijdingsmiddelen, veranderde gewaskeuze (meer snijmaïs), verdergaande uniformiteit van gewasteelt en het verdwijnen van overhoekjes, stoppelvelden, kruidenrijke bermen en akkerranden. Ook nestgelegenheid in dichte hagen verminderde op veel plekken. De ontwikkelingen in de landbouw zijn op enkele uitzonderingen na niet hoopgevend voor de kneu. Problemen in de Zuidwest-Europese winterkwartieren (voedselgebrek?) zijn aannemelijk; kennis hierover is gewenst.

De kneu staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels. Rode Lijsten bevatten soorten die bedreigd worden of kwetsbaar zijn. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status, maar hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Voor deze soorten geldt een hogere prioriteit bij het nemen van actieve beschermingsmaatregelen, bijvoorbeeld door hun leefgebieden te verbeteren. Download het Basisrapport voor de Rode Lijst Vogels volgens Nederlandse en IUCN–criteria.

Wat wij doen

Vogelbescherming strijdt op vele manieren voor een meer natuurlijk platteland. Dat gebeurt onder meer via lobby achter de schermen voor een landbouwbeleid waarbij de natuur niet het kind van de rekening is, maar ook via het stimuleren van voorbeeldprojecten rond natuurgericht akkerbeheer waar vogels als de kneu van profiteren. Verder verzorgt Vogelbescherming voorlichting aan erfbewoners hoe zij hun erven zo kunnen inrichten dat de kneu daar voordeel van kan hebben en stimuleert Vogelbescherming wetenschappelijk onderzoek naar effectieve beschermingsmaatregelen voor boerenlandvogels.

Wat kunt u doen

De kneu kan goed worden geholpen. In het boerenland kan dat door aangepast beheer met speciaal ingerichte akkerranden en veldjes, waar in winter en vroege voorjaar volop voedsel is te vinden. Dit is voor veel zaadetende vogels een cruciale tijd omdat de zaadvoorraad opraakt en veel voedselplanten nog niet zijn opgeschoten. Ook op bedrijventerreinen en op braakliggend terrein zijn gunstige plekken voor kneutjes te creëren, evenals in parken aan de randen van dorpen en steden. Dit kan door de vogels nestgelegenheid aan te bieden in de vorm van dichte struiken als sleedoorn en meidoorn en door onkruiden niet weg te spuiten, te schoffelen of onder te werken.
Wanneer uw tuin grenst aan grote open plekken, braakliggend (bijvoorbeeld bouwrijp gemaakt) terrein of akkers, dan zijn doornige struiken zoals meidoorn erg geschikt als nestplek. Bijvoeren kunt u de kneu met zaden op open voedertafels.

Meer weten?

Downloads


Wet- en regelgeving

De kneu is een beschermde inheemse diersoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen zijn kneuen beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. De bescherming van de kneu is in Nederland geregeld in de Flora- en faunawet en een deel van hun leefgebieden wordt beschermd via de Natuurbeschermingswet 1998.

Algemene regels

De Flora- en faunawet bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels, waaronder de kneu. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt:

  • het doden, verwonden, vangen (artikel 9)
  • het opzettelijk verontrusten (artikel 10)
  • het beschadigen, vernielen, uithalen, wegnemen of verstoren van nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen (artikel 11)
  • het zoeken, rapen, uit het nest nemen, beschadigen of vernielen van eieren (artikel 12)
  • het bezit, het vervoer en de handel in de vogels dan wel eieren, nesten of producten daarvan (artikel 13)

Uitzonderingen op de verboden zijn onder strikte voorwaarden mogelijk. Daarvoor is een ontheffing of een vrijstelling nodig.

Bijzondere regels

De Flora- en faunawet biedt bescherming aan alle in gebruik zijnde nesten, voortplantingsplaatsen en vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels. Deze bescherming geldt voor alle soorten gedurende het broedseizoen en voor een beperkt aantal soorten jaarrond. Nesten van de kneu zijn alleen gedurende het broedseizoen beschermd. Er zijn geen natuurgebieden voor deze soort aangewezen op grond van de Natuurbeschermingswet 1998.

Meer weten?

© Foto's: AGAMI   © Illustraties vogels: Elwin van der Kolk   © Video's: Natuur Digitaal