Kerkuil

Barn Owl, Tyto alba - Kerkuilen (Tytonidae)

Rode lijst

De kerkuil is een bewoner van (half)open landschappen, bij ons veelal het boerenland. Hij vestigt zich graag in gebouwen zoals schuren of kerktorens. Daar zoekt hij rustige, donkere schuilhoekjes als roestplaats voor overdag en als nestplaats. Kerkuilen leiden een teruggetrokken leven en worden als het donker is actief om in het open veld te jagen op vooral veldmuizen. Kerkuilen zijn in het algemeen plaatstrouw en gevoelig voor winters met langdurige vorst en sneeuw.

Herkenning

Het meest kenmerkend is de hartvormige gezichtssluier van de kerkuil. Deze varieert van helder wit tot bruinachtig wit. Dat hangt samen met de in Europa voorkomende ondersoorten. De in Zuid- en delen van West-Europa voorkomende ondersoort heeft een zuiver witte tot licht gevlekte onderzijde. In Nederland komt overwegend de ondersoort voor met een geelbruine en gespikkelde onderzijde.

Geluid

Spookachtige krijs en geblaas, op het nest en in vlucht.


33-39 cm, spanwijdte 82-99 cm


Deze soort lijkt op:


Leefwijze

Broeden

Broedperiode eind maart tot soms ver in het najaar. Zowel het aantal eieren per nest als het aantal broedsels hangt nauw samen met de veldmuizenstand. In veldmuizenrijke jaren kunnen legsels voorkomen tot 12 eieren. Daarna kan een tweede broedsel volgen, soms nog een derde. In tijden van voedselschaarste beginnen kerkuilen niet eens aan een nest. Gemiddeld bestaat een legsel uit 4-7 eieren. Broedt in ons land veelal in speciale nestkasten, heel incidenteel in boomholten. Jongen komen niet gelijktijdig uit het ei.

Leefgebied

Halfopen tot open cultuurlandschappen met allerlei landschapselementen die voor afwisseling zorgen. In bossen of zeer bosrijke gebieden kom je de kerkuil zelden tegen. De kerkuil gaat vanuit z’n roest- of nestplaats jagen in het open veld, het liefst daar waar gras- en bouwland worden afgewisseld met kruidenrijke akkerranden, houtwallen, heggen of bosjes. Ook ruig begroeide, slecht onderhouden graslandgebieden, braakliggende akkers, ruige grasstroken en wegbermen worden als jachtterrein benut.

Voedsel

Hoofdzakelijk veldmuizen, ook spitsmuizen en woelmuizen. Vogels, amfibieën en allerlei ongewervelde diertjes maken slechts ongeveer 2% van het voedsel uit. Jaagt in langzame zoekvlucht met ondiepe vleugelslagen laag boven het land. Ook vanaf lage zitposten.

Vogeltrek

Volwassen kerkuilen blijven gewoonlijk het gehele jaar in de naaste omgeving van de broedplaats. Tijdens strenge winters en perioden met weinig voedsel gaan kerkuilen noodgedwongen zwerven. Jonge kerkuilen zwerven uit, meestal tot enkele tientallen kilometers ver weg en incidenteel veel verder.


Verspreiding en aantal

vrij schaarse broedvogel | jaarrond aanwezig

jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec

De broedpopulatie varieert met de veldmuizenstand. In veldmuizenrijke jaren tot meer dan 2.500 broedparen.

Aantallen in Nederland

Aantal broedparen 2550-2750 (in 2012)
Geschat maximum aantal overwinteraars/doortrekkers vrij klein aantal

Bron: Sovon Vogelonderzoek Nederland

Meer weten over trends? Kijk op sovon.nl.

Waarnemingen

Meer waarnemingen op Waarneming.nl

Kijktip

Wanneer er jongen zijn, begint de kerkuil al vroeg in de schemering met jagen. Dan maak je de beste kans de vogel nog waar te nemen.

In Europa

Komt in grote delen van Europa voor, grootste aantallen in het westen en zuidwesten. Ontbreekt in het noordelijke en noordoostelijke deel van Europa en is in Denemarken al schaars. Komt als cultuurvolger voor bij boerderijen en dergelijke, in Zuid-Europa en Schotland ook broedend in holen van rotsen en vooral in Engeland in ook boomholten.

Meer informatie


Bescherming

Midden jaren zestig was de kerkuil nagenoeg uit ons land verdwenen. Er waren extreem strenge winters geweest, het landbouwgif DDT hoopte zich op in de voedselketen en het agrarisch land werd minder aantrekkelijk. Vrijwilligers pionierden met nestkasten, en dat bleek een groot succes. Daarnaast kwam er steeds meer aandacht voor de kwaliteit van het cultuurlandschap. De kerkuil kwam er weer bovenop dankzij het vele werk van de vrijwilligers van de Stichting Kerkuilenwerkgroep Nederland en boeren die enthousiast meewerken aan nestgelegenheid en biotoopverbetering.

De kerkuil staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels. Rode Lijsten bevatten soorten die bedreigd worden of kwetsbaar zijn. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status, maar hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Voor deze soorten geldt een hogere prioriteit bij het nemen van actieve beschermingsmaatregelen, bijvoorbeeld door hun leefgebieden te verbeteren. Download het Basisrapport voor de Rode Lijst Vogels volgens Nederlandse en IUCN–criteria.

Wat wij doen

Stichting Kerkuilenwerkgroep Nederland, vrijwilligers, onderzoekers, bewoners bij broedplaatsen, Vogelbescherming Nederland, de overheid en sponsors, zij allen hebben een stevig fundament gelegd voor de kerkuilenbescherming in ons land.
Via de stichting Kerkuilenwerkgroep Nederland weet deze cultuurvogel zich verzekerd van de noodzakelijke aandacht. Want de kerkuil blijft kwetsbaar. Onder meer het aantal slachtoffers onder kerkuilen door het verkeer baart zorgen. Daarnaast vereisen ook de natuurlijke waarden van het agrarisch land continue aandacht, alsmede het onderhoud aan nestkasten.

Wat kunt u doen

Wie buiten woont in een (half)open cultuurlandschap, kan overwegen nestgelegenheid te plaatsen en biotoopmaatregelen te nemen voor de veldmuis. Raadpleeg daarvoor de experts van de Stichting Kerkuilenwerkgroep Nederland.

Meer weten?

Actuele berichten

Downloads


Wet- en regelgeving

De kerkuil is een beschermde inheemse diersoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen zijn kerkuilen beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. De bescherming van de kerkuil is in Nederland geregeld in de Flora- en faunawet.

Algemene regels

De Flora- en faunawet bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels, waaronder de kerkuil. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt:

  • het doden, verwonden, vangen (artikel 9)
  • het opzettelijk verontrusten (artikel 10)
  • het beschadigen, vernielen, uithalen, wegnemen of verstoren van nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen (artikel 11)
  • het zoeken, rapen, uit het nest nemen, beschadigen of vernielen van eieren (artikel 12)
  • het bezit, het vervoer en de handel in de vogels dan wel eieren, nesten of producten daarvan (artikel 13)

Uitzonderingen op de verboden zijn onder strikte voorwaarden mogelijk. Daarvoor is een ontheffing of een vrijstelling nodig.

Bijzondere regels

De Flora- en faunawet biedt bescherming aan alle in gebruik zijnde nesten, voortplantingsplaatsen en vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels. Deze bescherming geldt voor alle soorten gedurende het broedseizoen en voor een beperkt aantal soorten jaarrond. Nesten van kerkuilen zijn het gehele jaar beschermd, omdat zij elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en daarin zeer honkvast zijn. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. De nesten zijn daarom, voor zover ze niet permanent verlaten zijn, jaarrond beschermd. In de soortenstandaard voor de kerkuil vindt u informatie over effectieve maatregelen om de nestplaatsen van de soort te beschermen.

Meer weten?

© Foto's: AGAMI   © Illustraties vogels: Elwin van der Kolk   © Video's: Natuur Digitaal