Geplaatst op 17 september 2026
Wie vanaf het statige landgoed De Velhorst van Natuurmonumenten het aangrenzende boerenerf betreedt, treft een idyllisch tafereel met rondscharrelende kippen en oude schuurtjes. Op het dak kleppert een ooievaar. Veertig brandrode runderen drommen staartzwiepend samen bij het hek. Dit is vleesvee. Er staan ook jonkies in de kudde: de pinken blijven hun hele leven bij de moeder. Op een laaggelegen stuk land tot aan rivier de Berkel ligt glanshaverhooiland: voer voor de koeien. Ertussen groeien kruiden zoals blauwe veldsalie, gele ratelaar en witgele margriet en daar doen insecten zich tegoed aan. Het boerenbedrijf telt 81 hectare.
De Velhorst doet aan strokenteelt. Langgerekte stroken graan en stroken bloemen wisselen elkaar af. Koolwitjes dartelen boven de pasgemaaide graanstrook. Als we over de stobben lopen, stuift er een wolk insecten weg: zweefvliegen, een sprinkhaan, een nachtvlindertje dat versuft wegdartelt. “Er komt al groenbemester op”, wijst Arjen op de klavers en zonnebloemen die opschieten. Arjen maakt zelf een mix van planten die niet alleen veel stikstof opnemen, maar die ook in het vroege voorjaar insecten van nectar voorzien.
De kruidenrijke planten, waaronder kamille en klaprozen, in de bloemenstrook ernaast zijn al bijna uitgebloeid. Een enkele korenbloem is nog hemelsblauw. De zonnebloemen die erbovenuit torenen, zijn een magneet voor puttertjes. De lieveheersbeestjes, zweefvliegen, sluipwespen en loopkevers die op de kruidenrijke bloemen afkomen, helpen met het bestrijden van luizen op de gewassen.
“In de akkerranden kweken we de larven”, verklaart Arjen, “daar vermenigvuldigen zij zich.” De planten blijven in de winter staan zodat de roofinsecten in het vroege voorjaar meteen hun slag kunnen slaan.
Arjen en Winny werden in 2018 op basis van hun businessplan uit 25 ondernemers gekozen door Natuurmonumenten om het bedrijf te runnen. Natuurmonumenten wilde een voorbeeldbedrijf stichten, een gezond landbouwbedrijf, biologisch, een voorbeeld als het gaat om biodiversiteit, maar waar tegelijkertijd een goede boterham verdiend wordt. Dat is De Velhorst.
Vanaf het begin worden verschillende diergroepen op het land gemonitord. Wekelijks komt de plaatselijke vogelwerkgroep langs om vogels te tellen. Arjen loopt graag met ze mee. EIS Kenniscentrum Insecten onderzoekt de wilde bijen, het Louis Bolk Instituut en de Wageningen University Research monitoren het bodemleven.
Vorig jaar, na zes jaar, werd de kwaliteitstoets gedaan door Natuurmonumenten en daar “werd iedereen heel gelukkig van”, vertelt Arjen. Er zijn meer dan zestig soorten wilde bijen geteld, waarvan een aantal op de rode lijst met bedreigde soorten staan.
Arjen heeft een grote intrinsieke motivatie om de natuur te verwelkomen op zijn land. Eigenlijk had hij ecoloog willen worden. Nadat hij was uitgeloot, koos hij voor een landbouwstudie.
Voor het aantal meter land dat wordt ingezet als kruidenstrook, krijgt De Velhorst subsidie vanuit ANLB, maar Arjen zou het ook doen als dat niet zo was, vertelt hij. “Wij zijn biologisch, we mogen geen bestrijdingsmiddelen gebruiken, maar we moeten wel onze gewassen gezond houden. Dat doen we dus op een natuurlijke manier.”
Zowel insecten als vogels zag Arjen in de loop der jaren zienderogen toenemen. “Er broeden soorten die er decennialang niet meer hebben gebroed, zoals de grauwe klauwier. Die is gebonden aan kleinschalige landbouw zoals wij hier hebben. Hij heeft voldoende insecten en muizen nodig.” Soms ontdekt Arjen aan een doorn gespietste grote sabelsprinkhanen, meikevers of muisjes en weet hij: werk van de grauwe klauwier.
Patrijzen en kwartels keerden ook terug op De Velhorst, al broedt de patrijs er nog niet. Arjen bekijkt ze graag vanuit zijn trekker, vanwaar hij mooi uitzicht op deze vogels heeft. Geelgors, zwartkop, tjiftjaf, roodborsttapuit, witte en gele kwikstaart, kerkuil, torenvalk en alle soorten spechten broeden er.
Het bedrijf is grotendeels circulair: in de winter staan de koeien op potstal op stro van eigen land, hun mest wordt vervolgens uitgereden over het land. Kunstmest gebruikt hij niet. Arjen: “De koeien staan in dienst van de akkers.”
Collega’s die gangbaar boeren zeggen soms dat strokenteelt niet makkelijk te oogsten is, vertelt Arjen. “Maar je gewassen in gangbare teelt zijn vatbaar voor ziektes. Bij ons beperkt het zich tot één strook.” Een quinoa-oogst mislukte een keer doordat een zeldzame schildkever de teelt aanvroot. “Andere gewassen compenseerden voor ons het verlies.”
Om met het bedrijf financieel winst te kunnen maken, zet De Velhorst haar producten rechtstreeks af, zonder tussenhandelaren. Aan bakkers leveren ze meel, bloem en havermout, het vlees gaat naar restaurants. Aan consumenten wordt rechtstreeks verkocht via de webshop en in boerderijwinkels van collega’s. Bovendien kunnen mensen voor 25 euro per jaar ‘Vriend´worden van De Velhorst, en krijgen ze vier keer per jaar een seizoenswandeling aangeboden, plus 10 procent korting in de webshop.
Verwant aan de ‘boze’ boeren die vaak in het nieuws zijn, voelt Arjen zich niet. Ze boeren bij De Velhorst op een andere manier en hebben geen last van de stikstofregels. Wat als heel Nederland zo zou boeren als De Velhorst? Arjen haalt zijn schouders op. “Dan zijn er van die azijnpissers die zeggen dat je daarmee de wereld niet kunt voeden”, zegt hij laconiek. “Maar wie zegt dat wij de hele wereld moeten voeden?”
Vogelbescherming stelde factsheets samen op basis van alle onderzoeken in binnen- en buitenland. Gratis, voor iedereen die betrokken is of meer wil weten over akkervogels.
Waar hoor je nog het heldere 'grutto, grutto’? De vogels van het boerenland hebben onze hulp nodig, vóór de allerlaatste vogel of bloem verdwenen is. Onze inzet: meer natuurrijk boerenland.