Appelvink

Hawfinch, Coccothraustes coccothraustes - Vinken (Fringillidae)

Met zijn boven gemiddelde formaat en sterke snavel, is de appelvink de krachtpatser onder de vinken. Uit onderzoek is gebleken dat hij met zijn snavel een drukkracht van 50 kilogram kan uitoefenen. Een kersenpit is daarmee moeiteloos gekraakt. De soort is schuw en waakzaam, en brengt het grootste deel van de tijd hoog in grote bomen door. Zijn verborgen gedrag en onopvallende geluid maakt de appelvink al met al vrij moeilijk waarneembaar.

Herkenning

Forse vinkachtige met een kegelvormige snavel, dikke kop en ‘stierennek’. Het verenkleed van de appelvink is overwegend roestbruin, maar met veel accenten. Brede witte vleugelstrepen, aan de korte staart zit een witte eindband en de rug en vleugels zijn donkerbruin. Opvallend zijn de diepblauwe, gekrulde toppen van een deel van de slagpennen. En ook de snavel van de mannelijke appelvink verkleurt naar staalblauw als het voorjaar eraan komt.

Geluid

Zang is onopvallend. Zacht, ritmisch en doorspekt met kenmerkende roepen en kwelende klanken. Roep in zit en in vlucht een luide, explosieve tik, roodborstachtig; vaak ook merelachtig, hoog "tsiii".


16-18 cm, spanwijdte 29-33 cm


Deze soort lijkt op:

Meer dan 55 soorten nestkasten

Hang een nestkast op en geniet van vogels in de tuin. Ruime sortering van verantwoorde nestkasten en persoonlijk advies in de winkel in Zeist. Én u steunt het werk van Vogelbescherming.

Meer over nestkasten

Leefwijze

Broeden

Broedt van begin mei tot midden augustus en heeft meestal één, maar soms twee legsels per jaar. Legsels bestaan meestal uit 4-5 eieren. Broedduur 11-13 dagen. Hun nest bouwen ze hoog tegen de stam van bomen in klimop, of in de ondiepe holte van een gevorkte tak. De appelvink is geen koloniebroeder. Wel zijn kleine groepjes dicht bij elkaar broedende koppels waargenomen. De jongen zitten 11-13 dagen op het nest. Als ze uitvliegen nog maximaal twee weken in de omgeving van het nest.

Leefgebied

Dichte, hoge loof- en gemengde bossen en parken met rijke structuur, vooral op rijke gronden, op zowel klei- als zandgrond, vaak met zoete kers en Spaanse aak. De appelvink is redelijk honkvast, en keert vaak jaren achtereen terug naar een locatie waarvan hij weet dat er voedsel te vinden is.

Voedsel

Het favoriete voedsel van appelvinken bestaat uit zaden van verschillende kersensoorten, en bomen als de Spaanse aak en haagbeuk. De zaden van de Spaanse aak (‘helikoptertjes’) zijn zeer olierijk en geven de appelvinken veel energie. Ze zijn bovendien eenvoudig te kraken. De zaden worden liefst gegeten als ze nog in de bomen hangen, maar appelvinken zoeken ze ook op tussen het gevallen blad op de grond. Soms komen appelvinken op voertafels met zonnebloempitten.

Vogeltrek

Lokale populaties van de appelvink kunnen zowel stand- als trekvogels zijn. Nederlandse appelvinken trekken in zeer strenge winters weg naar België en Frankrijk, maar deze wegtrekkers worden gecompenseerd door overwinteraars uit noordelijker streken. Meestal blijven appelvinken echter in zwervende, kleine wintergroepen ter plaatse.

Gratis magazine Vogels Dichterbij

Leer de bekendste tuinvogels beter kennen met Vogels Dichterbij. Dit gratis magazine staat boordevol mooie foto’s over vogels kijken en met veel praktische tips over vogels voeren, nestkastjes en vogelvriendelijke tuinen. Bestel Vogels dichterbij meteen en ontvang aantrekkelijke korting op leuke producten

Bestel Vogels Dichterbij

Verspreiding en aantal

vrij talrijke broedvogel | gedeeltelijk wegtrekkend | doortrekker en wintergast in vr groot aantal

jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec

De aantallen appelvinken in ons land zijn redelijk stabiel en nemen zelfs licht toe. In sommige bolwerken van de appelvink zijn de aantallen licht dalend, maar daar tegenover wordt de soort recent vaker in de buurt van steden gezien.

Aantallen in Nederland

Aantal broedparen 8000-10.000 (in 1998-2000)
Geschat maximum aantal overwinteraars/doortrekkers vrij groot aantal

Bron: Sovon Vogelonderzoek Nederland

Meer weten over trends? Kijk op sovon.nl.

Waarnemingen

Meer waarnemingen op Waarneming.nl

Kijktip

De meeste kans op appelvink heb je in oudere gemengde bossen en loofbossen op de Utrechtse Heuvelrug, in Flevoland, in Twente en in de Achterhoek. Ga op zoek in de periode dat bomen als de Spaanse aak en haagbeuk zaad dragen.

In Europa

Appelvinken komen breed verspreid voor. Van Groot-Brittannië tot aan Japan, maar enkel in de gematigde gebieden. Zuid-Zweden en de Baltische Staten vormen ongeveer de noordgrens van de verspreiding van de appelvink (de 60 graden noorderbreedte meridiaan). Naar het zuiden toe is dat Portugal en een deel van Marokko. Buiten dit gebied komt de appelvink slechts zeer zelden voor.

Meer informatie


Bescherming

De grootste bedreiging voor de appelvink is de ontgroening van Nederland, en in het bijzonder het verlies van oudere groengebieden als bossen en parken. De kap van oude zaaddragende bomen is om diezelfde redenen schadelijk voor de soort.

Wat wij doen

Vogelbescherming stimuleert actief een natuurvriendelijke inrichting van tuinen en erven.

Wat kunt u doen

Als grote liefhebber van oude bomen is het voor appelvinken belangrijk om bomen en struiken, liefst fruitbomen of bijvoorbeeld een Spaanse aak, in de tuin te hebben. In en rond dit soort begroeiing verzamelt de appelvink zijn voedsel. Appelvinken komen niet zo snel af op voederplaatsen, maar in de winter kan het bijvoeren toch een bezoek van de soort uitlokken.

Meer weten?

Actuele berichten

Downloads


Wet- en regelgeving

De appelvink is een beschermde inheemse diersoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen zijn appelvinken beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. De bescherming van de appelvink is in Nederland geregeld in de Flora- en faunawet.

Algemene regels

De Flora- en faunawet bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels, waaronder de appelvink. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt:

  • het doden, verwonden, vangen (artikel 9)
  • het opzettelijk verontrusten (artikel 10)
  • het beschadigen, vernielen, uithalen, wegnemen of verstoren van nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen (artikel 11)
  • het zoeken, rapen, uit het nest nemen, beschadigen of vernielen van eieren (artikel 12)
  • het bezit, het vervoer en de handel in de vogels dan wel eieren, nesten of producten daarvan (artikel 13)

Uitzonderingen op de verboden zijn onder strikte voorwaarden mogelijk. Daarvoor is een ontheffing of een vrijstelling nodig.

Bijzondere regels

De Flora- en faunawet biedt bescherming aan alle in gebruik zijnde nesten, voortplantingsplaatsen en vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels. Deze bescherming geldt voor alle soorten gedurende het broedseizoen en voor een beperkt aantal soorten jaarrond. Nesten van de appelvink zijn alleen gedurende het broedseizoen beschermd. Er zijn geen natuurgebieden voor deze soort aangewezen op grond van de Natuurbeschermingswet 1998, maar zij profiteren indirect van de bescherming van gebieden die zijn aangewezen voor andere bosvogels.

Meer weten?

© Foto's: AGAMI   © Illustraties vogels: Elwin van der Kolk   © Video's: Natuur Digitaal