Roerdomp

EurasianBittern, Botaurus stellaris - Reigers (Ardeidae)

Rode lijst

Roerdompen zijn mysterieuze vogels die moeilijk te zien zijn. De 'paalhouding' van roerdompen (het imiteren van een pol riet door stijf rechtop te gaan staan) is beroemd. Het vreemde 'hoempende' geluid van roerdompen draagt daaraan nog bij. Roerdompen broeden in moerassen die rijk zijn aan stevig, oud waterriet. Het zijn stand- en trekvogels, die in strengere winters forse verliezen kunnen lijden. Vissen, kikkers, muizen ('s winters) en grote insecten vormen de belangrijkste voedselbron. Roerdompen jagen meestal in rietland, in of vlak boven het water.

Herkenning

De vogel is een compacte, geelbruine reiger met donkere patronen. In rietland is de camouflage volmaakt. De roerdomp valt vooral op door zijn geluid, het lage, diepe 'hoempen'. In vlucht vallen de brede vleugels, dikke hals en lange tenen op.

Geluid

In voorjaar een herhaalde diepe bassende roep, "hoemp". Op trek 's nachts een meeuwachtig "kau".


64-80 cm, spanwijdte 125-135 cm


Deze soort lijkt op:


Leefwijze

Broeden

Broedt van april tot en met juni en is erg territoriaal; jaagt zelfs kiekendieven en kraaiachtigen weg. In geschikte habitats kunnen roerdompen echter dicht op elkaar broeden (met een tiental meters tussen de nesten). Het nest wordt in dicht rietland gemaakt met (water)plantendelen, dichtbij de favoriete roepplek van een mannetje, nooit ver van open water. Het nest drijft soms op het water. Roerdompen leggen gewoonlijk één legsel per jaar, in Engeland zijn tweede legsels vastgesteld. Legt (met een interval van twee of drie dagen) 4-5 olijfbruine eieren, die soms wat gespikkeld zijn aan de stompe kant. De eieren worden 25 - 26 dagen bebroed, vanaf het eerste ei. De jongen komen daardoor niet tegelijk uit. Sterke jongen concurreren een jonger kuiken dikwijls weg. De jongen verlaten het nest na zo'n 15-20 dagen, na 50-55 dagen zijn de jongen vliegvlug. Het is het vrouwtje dat het nest bouwt, de eieren bebroed en de jongen voert. Soms, bij meer monogame paartjes of paartjes die de enige zijn in hun leefgebied helpt het mannetje. Polygamie komt bij roerdompen overigens veel voor.

Leefgebied

Broedt in rietland met rietstengels van voorgaande jaren (overjarig rietland). Zoekt zijn voedsel in de moerassige plantengroei langs de oevers van open water, van rietland tot zegge-, dotter- of watermuntvegetaties. De roerdomp houdt zich met de poten met lange tenen vast aan riet en kan zo behendig door dichte plantengroei sluipen op zoek naar prooien. Foerageert graag in ondiep water in brede waterrietvelden en in randen van waterrietzones aan de waterzijde, in kleinschalig oppervlaktewater waar riet het water ingroeit, en aan de landzijde in vochtig dan wel ruig, bij voorkeur beschut grasland. Minimaal 0.5-1 km geschikte randzones nodig per territorium.

Voedsel

Roerdompen leven vooral van vissen, amfibieën en kleine zoogdieren – vooral woelmuizen. Maar ook jonge vogels en grote waterinsecten, zoals libellenlarven, zijn niet veilig. Langzaam lopend en af en toe wachtend zoekt de roerdomp geduldig naar zijn prooi. Roerdompen houden bij het foerageren vaak hun snavelpunt in het water. Mogelijk kunnen zij zo beter de breking van het water inschatten en hun trefkans vergroten.

Vogeltrek

Na de broedtijd kunnen juveniele vogels ver trekken, tot enkele honderden kilometers. Nederlandse broedvogels zijn standvogel en trekvogel, voor een deel afhankelijk van het winterweer. Zij trekken in strenge winters naar zuidelijker streken (tot in Zuid-Frankrijk), op zoek naar open water. Ons land wordt 's winters ook bezocht door Noord- en Oost-Europese broedvogels. Noord- en Oost-Europese broedvogels zijn echte trekvogels, die naar West- en Zuid-Europa trekken, maar soms ook naar Noord- en zelfs West-Afrika, ten zuiden van de Sahara.


Verspreiding en aantal

schaarse broedvogel | gedeeltelijk wegtrekkend | doortrekker en wintergast in klein aantal

jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec

In de jaren zeventig waren van de duizenden paren van vroeger eeuwen nog zo'n 500-700 paren over. Begin jaren negentig was de stand verder gedaald tot 150-180 paar. Daarna nam de roerdomp toe tot een piek in 2002. Na een paar strenge winters namen de aantallen weer af maar door meer aandacht voor de kwaliteit van de leefgebieden neemt de populatie de laatste jaren weer wat toe. De belangrijkste overgebleven broedplaatsen liggen in de Oostvaardersplassen, in Noordwest-Overijssel, Friesland en Noord-Holland. Door de ontwikkeling van nieuwe rietmoerassen zoals in Groningen en in Zuid-Holland (Tiengemeten) zijn enkele nieuwe leefgebieden ontstaan.

Aantallen in Nederland

Aantal broedparen 250-300 (in 2012)
Geschat maximum aantal overwinteraars/doortrekkers klein aantal

Bron: Sovon Vogelonderzoek Nederland

Meer weten over trends? Kijk op sovon.nl.

Waarnemingen

Meer waarnemingen op Waarneming.nl

Kijktip

Het geluid van roerdompen is het best te horen in de grotere laagveengebieden (zoals de Weerribben) op mooie avonden en ochtenden in het voorjaar (april/mei). In strenge winters met veel ijs is het zinvol om goed op te letten bij wakken in de buurt van rietland. Roerdompen zijn moeilijk 'op bestelling' te zien: je hebt altijd wat geluk nodig.

In Europa

Roerdompen zijn bijzonder sterk gebonden aan hun leefgebied (rietland), dat onregelmatig door Europa voorkomt. De belangrijkste broedgebieden liggen in West- en Oost-Europa.

Meer informatie


Bescherming

Vogelbescherming heeft deze soort opgenomen in het Actieplan Bedreigde Vogels. Met goed beheer van het leefgebied van de roerdomp beschermen we veel meer soorten van moeras en rietland, zoals baardmannetje, noordse woelmuis en paling.

De roerdomp staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels. Rode Lijsten bevatten soorten die bedreigd worden of kwetsbaar zijn. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status, maar hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Voor deze soorten geldt een hogere prioriteit bij het nemen van actieve beschermingsmaatregelen, bijvoorbeeld door hun leefgebieden te verbeteren. Download het Basisrapport voor de Rode Lijst Vogels volgens Nederlandse en IUCN–criteria.

Wat wij doen

Vogelbescherming heeft met het Beschermingsplan Moerasvogels een belangrijke bijdrage geleverd aan het beheer van geschikte leefgebieden, en het herstellen van leefgebied dat ooit verloren is gegaan.

Wat kunt u doen

beheerde natuurgebieden van voldoende grootte, een verantwoordelijkheid van overheden en terreinbeheerders. Vogelbescherming heeft een brochure gemaakt over de bescherming van roerdompen.

Meer weten?

Actuele berichten

Downloads


Wet- en regelgeving

De roerdomp is een beschermde inheemse diersoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen zijn roerdompen beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. De bescherming van de roerdomp is in Nederland geregeld in de Flora- en faunawet en een deel van hun leefgebieden wordt beschermd via de Natuurbeschermingswet 1998.

Algemene regels

De Flora- en faunawet bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels, waaronder de roerdomp. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt:

  • het doden, verwonden, vangen (artikel 9)
  • het opzettelijk verontrusten (artikel 10)
  • het beschadigen, vernielen, uithalen, wegnemen of verstoren van nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen (artikel 11)
  • het zoeken, rapen, uit het nest nemen, beschadigen of vernielen van eieren (artikel 12)
  • het bezit, het vervoer en de handel in de vogels dan wel eieren, nesten of producten daarvan (artikel 13)

Uitzonderingen op de verboden zijn onder strikte voorwaarden mogelijk. Daarvoor is een ontheffing of een vrijstelling nodig.

Bijzondere regels

De Flora- en faunawet biedt gedurende het broedseizoen bescherming in heel Nederland aan de nesten van de roerdomp, inclusief de functionele omgeving om het broeden succesvol te laten zijn. Een groot aantal broedgebieden van de roerdomp is aangewezen en beschermd op grond van de Natuurbeschermingswet 1998.

Meer weten?

© Foto's: AGAMI   © Illustraties vogels: Elwin van der Kolk   © Video's: Natuur Digitaal