Merel

Common Blackbird, Turdus merula - Vliegenvangers (Muscicapidae)

De merel is de meest algemene en een van de bekendste broedvogels van ons land, zelfs de talrijkste broedvogel van Nederland. Recentelijk lijkt er in het stedelijk gebied een lichte afname. Of het voor mensen ongevaarlijke usutu-virus daarbij een rol speelt, moet nog worden uitgezocht. Merels zijn luidruchtig. Als er een kat in de buurt is, waarschuwen ze langdurig met hun luide alarmroep andere dieren. De nesten zijn vaak makkelijk te vinden waardoor veel eieren en jongen aan katten en kraaien ten prooi vallen. Ondanks die verliezen zijn de merels nog steeds zeer talrijk: ze compenseren dit natuurlijke verlies door veel jongen groot te brengen. De merelman brengt in het voorjaar een fraai lied ten gehore vanaf een hoge plek.

Herkenning

Mannetje geheel zwart en vrouwtje donkerbruin van kleur met iets lichtere borst, welke bruin gestreept is. Snavel is geel of oranjeachtig van kleur. Jonge merels lijken veel op vrouwtje maar zijn vaak donziger en lijken daardoor groter dan volwassen vrouwtjes, ook is het verenkleed iets lichter. In de herfst kleuren de jongen naar een kleed dat veel lijkt op dat van de volwassen vogels.

Geluid

Prachtig fluitende en rollende zang van de man in het voorjaar. Verder schel alarm en zeer hoge andere roepen.


23,5-29 cm, spanwijdte 34-38 cm


Deze soort lijkt op:


Leefwijze

Broeden

Broedt van eind maart tot in juli. Heeft 2 legsels (soms 3) per broedseizoen, met elk 4-5 eieren. Broedduur: 11-15 dagen. Broedt in bossen en bosrijke landschappen, maar in Nederland vaak ook daarbuiten, geregeld in houtwallen en lanen, soms in solitaire bomen in open landschap en zelfs wel eens op de grond. Ook in steden, in tuinen en groenstroken. Het nest is een relatief grote kom gemaakt van droog gras en kleine takjes. De binnenkant is bekleed met modder, fijner gras en plantenstengels. De eieren zijn groen van kleur met kleine bruinrode vlekjes. Het liefst maken ze hun nest in dichte struiken of lage bomen, in klimop en andere lage beplantingen. De nesten zijn vaak makkelijk te vinden waardoor veel eieren en jongen aan katten en kraaien ten prooi vallen. Ze compenseren dit natuurlijke verlies door veel jongen groot te brengen. Jongen zitten 12-15 dagen op het nest. Als ze zijn uitgevlogen, worden ze nog 2-3 weken verzorgd door soms alleen het mannetje terwijl het vrouwtje alweer aan een nieuw broedsel begint.

Leefgebied

Waar grasvelden zijn (hoe klein ook) en bomen en struiken, daar zijn merels. En in bijna geheel Nederland is zo'n biotoop voorhanden. Van weilanden tot wegbermen, merels weten er hun voedsel te vinden. Het talrijkst in groene buitenwijken en in vochtige bossen met veel ondergroei.

Voedsel

Het voedsel bestaat uit wormen, insecten, bodemdiertjes, bessen en fruit.

Vogeltrek

Het grootste deel van de Nederlandse merels zijn standvogels, een ander deel overwintert in Engeland of zuidelijker tot in Spanje en Portugal. In september tot november trekken veel Noord-Europese vogels door ons land, met name 's nachts. Tussen half maart en half april vindt de trek in omgekeerde richting plaats.

Gratis magazine Vogels Dichterbij

Leer de bekendste tuinvogels beter kennen met Vogels Dichterbij. Dit gratis magazine staat boordevol mooie foto’s over vogels kijken en met veel praktische tips over vogels voeren, nestkastjes en vogelvriendelijke tuinen. Bestel Vogels dichterbij meteen en ontvang aantrekkelijke korting op leuke producten

Bestel Vogels Dichterbij

Verspreiding en aantal

uiterst talrijke broedvogel | jaarrond aanwezig | doortrekker en wintergast in uiterst groot aantal

jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec

Sinds merels de menselijke omgeving verkenden als broedgebied, hebben ze zich hier met zeer groot succes op aangepast. Toch neemt de merel sinds 2007 licht af.

Aantallen in Nederland

Aantal broedparen 900.000-1.200.000 (in 1998-2000)
Geschat maximum aantal overwinteraars/doortrekkers uiterst groot aantal

Bron: Sovon Vogelonderzoek Nederland

Meer weten over trends? Kijk op sovon.nl.

Waarnemingen

Bron en meer waarnemingen: Waarneming.nl

Kijktip

In uw eigen tuin of straat zit vast een merel. Merels zingen in het voorjaar vanaf hoge uitkijkposten.

In Europa

Merels komen in geheel Europa voor, behalve in het uiterste noorden. Lapland en het overig arctisch Europa is te koud en boomloos voor merels. Bovendien kunnen ze er in de vaak permanent bevroren bodem geen regenwormen vinden.

Meer informatie


Bescherming

Sinds 1990 zijn de aantallen broedvogels toegenomen met minder dan 5% per jaar, in de laatste 10 jaar stabiel gebleven.

Wat wij doen

Wij promoten het vogelvriendelijk inrichten van tuinen op verschillende manieren. Via websites, nieuwsbrieven en magazines. Maar ook tijdens evenementen zoals de Nationale Tuinvogeltelling of de Jaarrond Tuintelling. Vogelbescherming heeft verder een landelijk netwerk van Tuinvogelconsulenten die tegen een gering bedrag deskundig advies geven over vogelvriendelijke tuinen en schoolpleinen.

Wat kunt u doen

Grasveldjes aanleggen in combinatie met besdragende struiken, fruitbomen en sierbeplanting om voedsel te zoeken. Struiken, hagen, klimop of lage bomen aanplanten om in te broeden of dekking te zoeken. Schakel een Tuinvogelconsulent van Vogelbescherming Nederland in om voor advies op maat voor uw tuin. In de herfst kunt u de blaadjes onder de struiken en in de borders harken. Daar schuilen insecten onder en is goed voor wormen; zo helpt u de merel, die daar weer op afkomt.

Meer weten?

Actuele berichten

Downloads


Wet- en regelgeving

De merel is een beschermde inheemse diersoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen zijn merels beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. De bescherming van de merel is in Nederland geregeld in de Wet natuurbescherming.

Algemene regels

De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt:

  • het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1);
  • het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2);
  • het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3);
  • het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4);
  • het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).

Overtreding van deze verboden is een economisch delict en kan leiden tot strafrechtelijke vervolging. De verboden worden ook bestuursrechtelijk gehandhaafd. Uitzonderingen op de verboden zijn opgenomen in de wet en de bijbehorende uitvoeringsregelgeving. De wet voorziet in een algemene bevoegdheid voor de provincie (en in sommige gevallen het Ministerie van Economische Zaken) om onder strikte voorwaarden een ontheffing of vrijstelling te verlenen van de verboden (artikel 3.3).

Bijzondere regels

De Wet natuurbescherming biedt bescherming aan alle in gebruik zijnde nesten en rustplaatsen van vogels. De nestbescherming geldt voor alle soorten gedurende het broedseizoen en voor een beperkt aantal soorten jaarrond. Nesten van de merel zijn alleen gedurende het broedseizoen beschermd. Er zijn geen natuurgebieden voor deze soort aangewezen op grond van de Wet natuurbescherming.

Meer weten?

© Foto's: AGAMI   © Illustraties vogels: Elwin van der Kolk   © Video's: Natuur Digitaal