Geplaatst op 22 september 2026
De vogeltrek is een wereldwijd fenomeen. Miljarden vogels vliegen van Noord- naar Zuid-Amerika, van Azië naar Australië en van (Noord-)Europa naar Afrika. En vice versa. In het voorjaar naar noord en in het najaar naar zuid. Nederland ligt strategisch op de trekroute van arctische gebieden naar Europa en vaak nog verder: westelijk en zuidelijk Afrika. Die vogeltrekroute heeft een naam: de Oost-Atlantische vliegroute. In totaal bestaan er veertien van zulke ‘flyways’ op aarde.
In het najaar trekken miljoenen vogels door ons land naar het zuiden en in het voorjaar volgt een omgekeerde stroom vogels richting het noorden. De lucht zou dus zwart moeten zien van de vogels tijdens de trektijd.
Maar dat is niet zo. Veel vogels vliegen zo hoog dat je ze niet kunt zien, of ze vliegen ’s nachts. En ze vertrekken ook niet allemaal op hetzelfde moment. Zo trekken veel steltlopers al aan het einde van de zomer richting Afrikaanse oorden. Maar niet getreurd: er zijn talloze plekken in het najaar waar je de vogeltrek toch kunt meemaken als de omstandigheden goed zijn. Soms heb je zelfs helemaal niet door dat je naar vogeltrek aan het kijken bent.
De najaarstrek is massaler dan de voorjaarstrek. Alle vogels hebben jongen gehad, en hele families en enorme groepen trekken zuidwaarts. De najaarstrek begint al in juli en loopt door tot in november. De piek ligt in september en vooral oktober. De vroege gasten zijn de vele steltlopers in juli, aangevuld met visarenden en zwarte ooievaars in augustus. Oktober is de piekmaand met massale trek van vinken, lijsters, piepers, leeuweriken en roofvogels. Vooral met rugwind uit het noorden of oosten kan het los gaan.
Misschien wel de meest zichtbare en spectaculaire najaarstrek in de lucht in Nederland is die van de kraanvogels. In grote V-formaties trekken ze van half oktober tot in december luid trompetterend over ons land. Brengers van geluk, koude rillingen, ooohs en aaahs. Helaas is het spektakel alleen weggelegd voor Limburg en Oost-Nederland en dan ook nog uitsluitend als er een oostenwind staat. Een enkele keer bij zeer straffe oostenwind, wordt een groep kraanvogels verder naar het westen geblazen. Lees meer over de kraanvogeltrek.
Niet alle vogels trekken door naar het zuiden. Voor veel vogels uit het noorden, of voor een deel ervan, is Nederland juist de eindbestemming. Met name eenden en ganzen komen massaal bij ons overwinteren. Maar ook lijsters als de koperwiek en kramsvogel, en kleine vogels als de keep en de sijs. Meest prominent is de kolgans. Deze ganzen komen vooral uit Rusland en Noord‑Scandinavië, waar ze in de zomer broeden op toendra en taiga. Tussen de 800.000 en 900.000 verblijven er hier en daarmee is Nederland een van de belangrijkste overwinteringsgebieden in heel Europa. Je kunt de kolganzen vooral zien in het noorden en westen van Nederland en in het rivierengebied.
Om de vogeltrek te ontdekken hoef je niet per se naar de lucht te kijken. Integendeel. Het beste voorbeeld van onbewust vogeltrek gadeslaan zijn de kwikstaarten. Bijna iedereen kent de witte kwikstaart. Die zijn als ze in Nederland broeden altijd alleen of met z’n tweeën. Maar op trek is het een heel ander verhaal, dan trekken ze in groepen. En zie je dus in het najaar een groep van tien witte kwikstaarten bij elkaar bij een plas of huppend in een weiland, dan weet je vanaf nu: die vogels zijn op trek en bezig aan een enorme reis! Dat geldt ook voor hun neven de gele kwikstaart, en bijvoorbeeld ook graspiepers.
Steltlopers beginnen al in juli aan hun terugtocht en gaan daarmee door in augustus en september. Heb je een plas in de buurt met droogvallende slikrandjes? Speur de rand dan in deze maanden af en je zult verbaasd zijn wat je soms aantreft. Grootste kans is op oeverlopers, witgatjes of groenpootruiters. Maar je kunt ook zomaar een zwarte ruiter, kemphaan of bonte strandloper tegen het lijf lopen.
Invasiesoorten zijn trekvogels uit het hoge noorden die in de winter ons land kunnen overspoelen, soms in enorme aantallen. Vaak als gevolg van voedseltekort. Ze trekken dan en masse naar onder meer ons land om voedsel te vinden. Bekende invasiesoorten zijn de keep en de kruisbek. Ook zeldzame vogels als de notenkraker hebben wel eens invasiejaren gekend, maar de laatste massale invasie dateert alweer uit 1977. Het kan overigens ook gebeuren met zeer algemeen voorkomende vogels. Zo werd ons land afgelopen jaar overspoeld door tienduizenden pimpelmezen. De meest populaire invasievogel is echter de pestvogel. Een vogel zo sierlijk en mooi dat je als vogelaar elk jaar hoopt op een invasie, ondanks dat deze vogels op de vlucht zijn voor de hongerdood. Helaas komen ook invasies van deze soort tegenwoordig minder vaak voor. Maar als het weer zover is dan is genieten geblazen!
Ooievaars zijn sowieso al aandachtstrekkers, maar tijdens de najaarstrek doen ze er nog een schepje bovenop. Op zonnige dagen in september kunnen grote groepen van tientallen tot meer dan honderd ooievaars over trekken. Ze cirkelen als in een draaikolk op de thermiek en trekken vervolgens in één lange lijn door, waarna ze weer op zoek gaan naar de volgende thermiekbel. Overigens blijft ongeveer 10 tot 15 procent van de Nederlandse ooievaars in ons land overwinteren. Lees meer over ooievaars op de website van STORK.
Speciale aandacht is tijdens de najaarstrek gepast voor de roofvogels. Is het een zonnige dag met weinig wind? Ga dan naar een groot open terrein in de natuur (bijvoorbeeld een groot heideveld), met een wijds uitzicht, en tuur in de verte noordwaarts met je verrekijker. Zodra de zon de aarde heeft opgewarmd gebruiken de roofvogels de warme opstijgende lucht om verder zuidwaarts te trekken. De meest voorkomende vogels die je kunt zien overtrekken zijn sperwers, kiekendieven en buizerds. Maar ook zeldzamere soorten als visarenden, wouwen en wespendieven. Als je een goede trekdag treft, kunnen er meer dan honderd roofvogels over je hoofd zweven. Maar let op: ze kunnen erg hoog overvliegen!
Een klassieker tijdens de najaarstrek is de houtsnip. Zelfs in hele kleine stadstuinen zit er soms ineens ’s morgens een houtsnip voor het raam. Dat is misschien wel het leukste van de vogeltrek. De meest gekke vogels kunnen zomaar ergens opduiken. Een hop. Een roodkeelnachtegaal. Een zwartkeellijster. Het kan je zomaar overkomen!
Een ‘najaarsklassieker’ die zich elk jaar laat zien is de bladkoning. Een minuscuul maar prachtig vogeltje dat normaal in Siberië broedt en in Zuidoost‑Azië overwintert. Maar elk jaar slaan er een paar af richting Nederland. Je vindt ze in loofbomen. Ze bewegen razendsnel door de takken, vaak samen met mezen en goudhaantjes. Er zijn overigens nog meer vogels die een verkeerde afslag nemen, dwaalgasten noemen we die.
Korte‑afstandstrekkers zijn vogels die in het najaar wel vertrekken, maar niet ver gaan. Ze blijven binnen Europa, en gaan soms maar een klein stukje de grens over. Je kunt denken aan soorten als veldleeuweriken en spreeuwen. Áls ze gaan, gaan ze niet ver. Ze blijven binnen Europa en trekken vooral richting België, Noord‑Frankrijk en Zuid‑Engeland. Hoewel de trek niet ver gaat, kan die wel massaal zijn.
Een mooi voorbeeld is soms ook de kievit. Die verzamelen zich in groepen op weilanden na het broedseizoen. Als de vorst invalt, trekken ze zuidwaarts en schuiven ze naar België en Noord‑Frankrijk. Ze bewegen mee met de vorstgrens.
Woon je in het oosten van het land, dan heb je vanaf half oktober kans op een van de grootste en meest onverwachte trekspektakels. Het wordt uitgevoerd door houtduiven. Een vogel zo gewoon en algemeen dat we er soms niet eens meer naar omkijken. Maar op een heldere dag met lichte tot matige oostenwind kunnen er honderdduizenden per dag overtrekken, soms in groepen van wel 5.000 tegelijk. Het zijn vogels uit Scandinavië die via Nederland naar Frankrijk en Spanje trekken. Als de hemel volhangt met grote groepen duiven die als wolken aan de horizon voorbijschuiven, dan laat de houtduif je in verbazing achter.
Tijdens de najaarstrek is de Nederlandse kust the place to be. Veel vogels trekken langs de waterlijn of door de duinen zuidwaarts. Eigenlijk kom je vrijwel altijd wel leuke trekvogels tegen. Zwaluwen, kwikstaarten, grasmussen, koperwieken, fitissen, tapuiten, braamsluipers en grote groepen vinken. Een extra attractie openbaart zich als er een krachtige noordwestenwind opsteekt. Zeevogels die op trek zijn op volle zee, zijn normaal niet te zien, maar worden dan door de sterke wind dichter naar de kust geblazen. Dan kun je vanaf een duintop opeens sterns, jagers, stormvogels, duikers, zee-eenden en Jan-van-genten zien. Maar om de zeevogels goed te zien blijft een telescoop wel noodzakelijk.
Ook al zijn de boomklever en de boomkruiper schuwe vogels in de tuin en het bos; je krijgt ze in het vizier met een goede kijker. Zoals de compacte Stern 8x32. Je kunt hem al scherp stellen vanaf 2 meter, dus zeer geschikt voor in de tuin.
Vogels is het tijdschrift voor onze leden, met prachtige fotoreportages en opmerkelijke verhalen. Een scala aan groot en klein nieuws, over vogels, kijk- en excursietips en nog veel meer. Word lid en ontvang
Vogels 5x per jaar.