Geplaatst op 2 november 2026
De term dwaalgast doet misschien vermoeden dat het om vogels gaat die de weg volledig kwijt zijn. Maar dat is lang niet altijd zo. Sommige vogels verkennen nieuwe routes en overwinteringsgebieden. Soorten als de bladkoning en steppekiekendief waren ooit echte zeldzaamheden in Nederland, maar trekken tegenwoordig vaker door ons land. Dwaalgasten laten zo zien dat vogeltrek niet in beton gegoten is.
Een van de absolute ornithologische hoogtepunten van dit najaar is de invasie van notenkrakers die vogelend Nederland al wekenlang bezighoudt. Die is nog steeds bezig. In dit bericht lees je waarom zoveel van deze noordelijke kraaiachtigen naar Nederland komen.
Uit hetzelfde gebied werden nog twee veel zeldzamere soorten ontdekt. In het weekend van 24 en 25 oktober dook op Schiermonnikoog een ruigpootuil op. En in datzelfde weekend verbleef een sperweruil in natuurgebied de Rottige Meenthe, ook in Friesland. Vooral de sperweruil trok veel bekijks, zo veel dat de vogel zelfs het NOS Journaal haalde. Het was pas de vijfde waarneming in Nederland sinds 1920. Beide uilen hebben de reis waarschijnlijk ondernomen omdat er niet genoeg muizen waren in hun eigenlijke leefgebied ten noorden of oosten van ons.
Zelfs uit de verste delen van Siberië weten trekvogels ons deze herfst te vinden. Vaak zijn dit vogels die op weg naar hun wintergebieden in Zuid- of Zuidoost-Azië een verkeerde afslag nemen. Afgelopen weekend werd op Terschelling een maskergors ontdekt, en was Schiermonnikoog ook het toneel van een oosterse tortel en een bruine klauwier. Een andere zeldzame klauwier – de Daurische klauwier – bevond zich half oktober bij Zwolle; een kleine sprinkhaanzanger werd gevangen in duingebied Meijendel en voorzien van een ring weer losgelaten.
Niet al deze vogels zullen ooit de weg terugvinden. Sommige vogels weten hier te overwinteren en vertrekken in het voorjaar weer. Sommige Siberische soorten ontdekken zo zelfs nieuwe trekroutes of wintergebieden. Voor de soort kan zo’n nieuwe route gunstig zijn: niet alle vogels zijn dan afhankelijk van hetzelfde wintergebied. Het wordt interessant om te zien of die geringde kleine sprinkhaanzanger nog ergens anders opduikt.
Trekvogels die in Noord-Amerika van noord naar zuid trekken (en weer terug) worden heel soms ook wel in Nederland aangetroffen. Dat kan gebeuren wanneer ze boven de westelijke Atlantische Oceaan in een storm terechtkomen. De wind voert ze dan ver naar het oosten. Een deel van deze vogels lift onderweg vast wel eens een stukje mee op een schip.
Mogelijk zijn ook de twee witkeelgorzen die eind september en begin oktober op de Maasvlakte werden gezien, deels per schip gereisd. Deze soort is erg zeldzaam in Nederland. Het ging om pas de negende waarneming ooit, waarvan vijf in de omgeving van Rotterdam. Grappig genoeg deelden beide gorzen hetzelfde bosje met een bladkoning, een Siberische trekvogel. East meets west.
Ook een grote franjepoot uit Noord-Amerika dook in september op rond Delfgauw. Deze steltloper broedt in de VS en Canada en brengt de winter door in het uiterste zuiden van Zuid-Amerika. Tijdens die lange reis kan een vogel uit koers raken.
Bij wind uit zuidelijke of zuidoostelijke richting kunnen vogels uit die streken ook van hun trekroutes afwijken. Dat gebeurde deze herfst uitzonderlijk vaak. Zo werden maar liefst tien izabeltapuiten gezien, een recordaantal: tot dit jaar werden in totaal 29 waarnemingen geregistreerd in ons land. Op bijna alle Waddeneilanden werd er een gezien, maar ook een golfbaan bij Noordwijk mocht er eentje verwelkomen. Daar bleef het niet bij. Op zowel Terschelling als in het Noord-Hollands Duinreservaat werd een bonte tapuit gezien en Terschelling, Texel en in het Noord-Hollands Duinreservaat 'scoorden’ ieder een woestijntapuit.
Verder werden drie veldrietzangers waargenomen, een bergfluiter en een kleine zwartkop. De Waddeneilanden en de Hollandse kust trekken opvallend veel dwaalgasten aan. Dat heeft meerdere oorzaken. Ten eerste worden die gebieden in voor- en najaar veel bezocht door vogelaars op zoek naar zeldzaamheden. Ten tweede zijn dit voor veel trekvogels de eerste of laatste stukken land die ze bereiken. Vogels die vanuit het zuiden of oosten komen, stuiten aan de kust op de Noordzee. Veel landvogels steken die liever niet over.
Eén van de meest opmerkelijke waarnemingen afgelopen maand was een grote pijlstormvogel die op 30 september en 1 oktober in de havens van Rotterdam ronddobberde en rondvloog. De vogel werd vanaf een rondvaartboot ontdekt en trok op die laatste datum vele honderden vogelaars. De soort broedt tijdens onze winter op enkele eilanden in het zuiden van de Atlantische Oceaan en verblijft daarna noordelijk tot bij Groenland. In ons najaar vliegen de vogels weer richting hun broedgebieden. De vogel van Rotterdam was dus flink uit koers geraakt, misschien door een storm? Voor een echte zeevogel is zelfs de ondiepe Noordzee al ongewoon leefgebied. Een haven ligt nog verder buiten zijn normale omgeving. Waarschijnlijk was de vogel niet helemaal in orde en heeft deze dwaalgast zijn avontuur niet overleefd…
Dwaalgasten laten zien dat vogeltrek zich weinig van landsgrenzen aantrekt. Trekvogels hebben onderweg veilige plekken nodig om te rusten en voedsel te vinden. Daarom is bescherming langs hun hele trekroute zo belangrijk: van broedgebied tot overwinteringsgebied en alles daartussenin.
Ontvang meldingen over de massatrek van kraanvogels, spectaculaire spreeuwenwolken of duizenden kolganzen die overkomen. Onze vogelexperts laten je de magie van de vogeltrek meebeleven.
Een trekvogel heeft bescherming nodig, van broedgebied tot overwinteringsplek. Samen zorgen we voor veilige plekken langs de hele trekroute.