Geplaatst op 15 juni 2026
De steenuil is gebaat bij kleinschalig cultuurlandschap: open land dat wordt afgewisseld door hagen en bomen. Die variatie is in landbouwgebieden steeds schaarser, waardoor het aantal steenuilen de afgelopen decennia flink is afgenomen. Reden om het struweel weer terug te brengen in het landschap: in 2026 – het Jaar van de Steenuil – kunnen vogelwerkgroepen en vrijwilligers van Vogelbescherming de planten aanvragen voor boerenerven, bedrijventerreinen, moestuinen, maneges, buitenwijken – alle locaties waar de steenuil zich thuis kan voelen.
Maar met welke haag- en boomsoorten doe je het uiltje met name een plezier? In overleg met uilenwerkgroep STONE en Vogelbescherming stelde kweker Micha Wieland van Arborealis twee haagpakketten samen, afhankelijk van de grondsoort. Voor zandgrond heeft hij gekozen voor een gemengde haag van meidoorn, hazelaar, haagbeuk, vuilboom en hondsroos. Voor kleigrond worden de laatste twee vervangen door sleedoorn en kardinaalsmuts. “Haagbeuk is een meikevertrekker”, vertelt hij, “en die zijn weer voedsel voor de steenuil. De hazelaar trekt meikevers maar geeft ook noten waar muizen op afkomen – die ook op het menu staan van de steenuil. En ook de hondsroos is voedsel voor muizen.”
Ook bomen kunnen aangevraagd worden vanuit het Steenuilenfonds, zoals wilg, appel, peer en kers. Micha: “Holtes in oude knotwilgen zijn broedplaatsen voor de steenuil. Hoogstambomen zijn een biotoop voor andere dieren en insecten die op zijn menu staan.”
De plantenpakketten zijn vanaf half juni aan te vragen en in november beschikbaar; af te halen bij een van de vier ophaalpunten in het land. Arborealis levert er instructies bij voor een succesvolle aanplant. Het eerste halfjaar moeten de planten bijvoorbeeld vrij gehouden worden van gras, dat anders te veel voedsel en vocht wegneemt. En planten die uit de volle grond komen, moeten worden ingekort omdat ze veel wortels verloren hebben.
Micha kweekt samen met zijn compagnon Sietske Metz en hun negen medewerkers op een natuurvriendelijke wijze. Ze kiezen daarbij voor zo veel mogelijk autochtoon materiaal en alle haagplanten zijn biologisch gecertificeerd, passend bij de visie van Arborealis: “We houden van de insecten en de vogels en gebruiken geen bestrijdingsmiddelen; de natuur moet het hier zelf doen. Doordat we werken met veel soorten in kleine aantallen, is de plaagdruk niet groot. We hebben weleens luis, maar daar komen lieveheersbeestjes of sluipwespen op af en dan is het vrij snel weer weg. Dan is er weleens een hapje uit het blad, maar gelukkig hebben wij een klantengroep die dat niet erg vindt.”
Vogels zijn er genoeg te zien op de 9 hectare groen van Arborealis. “We zien hier grasmus, geelgors, graspieper en ook uilen zoals kerkuil, ransuil en oehoe.” Maar de steenuil helaas niet. “Daar is het landschap in de omgeving niet geschikt meer voor. De dichtstbijzijnde steenuil zit een dorp verderop. Mooi om dat kleine vogeltje te zien zitten op de punt van een schuur; dat is toch bijzonder, dat je een uil zo makkelijk kunt zien. Het zou mooi zijn als de omgeving weer wat extensiever en afwisselender zou worden, zodat steenuilen ook hier jaarrond voedsel hebben.”
Vogelbescherming Nederland heeft het Steenuilenfonds opgericht om het leefgebied van steenuilen te verbeteren en uit te breiden. Vrijwilligers van Vogelbescherming en van vogelwerkgroepen kunnen een bijdrage uit het fonds aanvragen, eventueel samen met bedrijven, gemeenten of particulieren. Deze kan worden besteed aan onder andere struweelhagen en bomen, muizenruiters en nestkasten. Lees meer over het aanvragen of ga naar het aanvraagformulier.
Iedereen houdt van de steenuil! In deze les leer je deze kleine uil beter kennen. Waar hij leeft, wat hij eet, waar hij het liefst broedt. Koop deze losse les voor maar
€ 2,50.
Vogels zijn er overal en altijd: alledaags en fascinerend, spannend en ontroerend tegelijk. Wij kunnen ons een wereld zonder vogels niet voorstellen. Help mee vogels beschermen en ontvang ook nog eens ons magazine Vogels.