Kleinste jager

Long-tailed Skua, Stercorarius longicaudus - Jagers (Stercorariidae)

Kleinste en sierlijkste van de jagers. Ze vliegen heel soepel en sternachtig, gekenmerkt door zeer lange staartpennen. De kleinste jager is in het broedseizoen niet per se aan zee gebonden en de kans op een ontmoeting op de hoogvlaktes van Scandinavië is redelijk. Buiten het broedseizoen is de kleinste jager op volle zee te vinden, en overwintert in het zuiden van de Atlantische Oceaan, tot aan Antarctica. In het binnenland in Nederland is het de meest te verwachten jager.

Herkenning

Kleine en vooral slanke jager met sternachtige vlucht en zonder duidelijke vleugelvlek op de bovenvleugel. In vlucht een hangende, uitstekende borst die kleinste jagers een 'afgetraind' uiterlijk geven. Adulte vogels kennen alleen een lichte vorm en lijken op een kleine, bleke kleine jager met smallere vleugels en met zeer lange verlengde middelste staartpennen. De grijze bovenvleugels contrasteren met de donkere vleugelachterrand en de witte vlek op de ondervleugel ontbreekt. Juveniele vogels van de lichte of intermediaire vorm ogen 'kouder' grijs dan kleine jagers en alle juveniele kleinste jagers zijn (dicht) gebandeerd van onderen en op de stuit en alle veren op de bovendelen hebben lichte toppen.

Geluid

Relatief hoog (voor een jager/meeuw), fel "kjew".


25-41 cm, spanwijdte 105-112 cm


Deze soort lijkt op:


Leefwijze

Broeden

Broedt boven de boomgrens in fjells met heide en aan de kust op de toendra, doorgaans pas vanaf eind mei, begin juni tot in augustus. Broedt in geschikt habitat op relatief grote afstand van elkaar in losse kolonies. Nest een schoon gemaakt kuiltje op de grond, met 2 eieren. Jongen worden na 24 dagen geboren en verlaten het nest 1 - 2 dagen later, maar zijn pas 24 - 27 dagen later vliegvlug.

Leefgebied

Broedt op toendra of (hoogveen/)heidegebieden, maar in Nederland te zien langs de kust op zee tijdens/na noordwesterstormen, en van de jagers relatief vaak in het binnenland op braakliggende akkers.

Voedsel

In het broedgebied bestaat het voedsel voornamelijk uit kleine zoogdieren zoals lemmingen. Verder eet de kleinste jager ook eieren, andere vogels, insecten, wormen en zelfs bessen. Op zee voedt de kleinste jager zich met vis en aas, vaak geroofd van andere zeevogels, vooral sterns.

Vogeltrek

Lange-afstandstrekker, die broedt in arctisch gebied en overwintert bij de Benguelastroom en rondom Zuid-Afrika en antarctisch gebied. Deze tocht van circa 10.000 km wordt volbracht in ongeveer 3 - 5 weken, waarbij de vogel 800-900 km per dag aflegt en ook 's nachts trekt. Verlaat broedgebied in augustus, trekt grotendeels in september langs Nederland, om eind oktober aan te komen bij zuidelijk Afrika.


Verspreiding en aantal

doortrekker uiterst klein aantal

jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec

Jaarlijks kleine aantallen, die kunnen variëren vanwege broedsucces in voorgaande zomer en/of noordwesterstormen in september.

Aantallen in Nederland

Aantal broedparen

Bron: Sovon Vogelonderzoek Nederland

Meer weten over trends? Kijk op sovon.nl.

Waarnemingen

Bron en meer waarnemingen: Waarneming.nl

Kijktip

Langs de kust met noordwesterstorm.

In Europa

De kleinste jager kent een circumpolair en voornamelijk Arctisch broedgebied. Kleinste jagers broeden op de toendra in Noorwegen en Zweden, en aan de noordkust van Rusland, Noorwegen en Finland.

Meer informatie


Wet- en regelgeving

De kleinste jager is een beschermde inheemse diersoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen zijn kleinste jagers beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. De bescherming van de kleinste jager is in Nederland geregeld in de Wet natuurbescherming.

Algemene regels

De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt:

  • het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1);
  • het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2);
  • het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3);
  • het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4);
  • het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).

Overtreding van deze verboden is een economisch delict en kan leiden tot strafrechtelijke vervolging. De verboden worden ook bestuursrechtelijk gehandhaafd. Uitzonderingen op de verboden zijn opgenomen in de wet en de bijbehorende uitvoeringsregelgeving. De wet voorziet in een algemene bevoegdheid voor de provincie (en in sommige gevallen het Ministerie van Economische Zaken) om onder strikte voorwaarden een ontheffing of vrijstelling te verlenen van de verboden (artikel 3.3).

Bijzondere regels

Er zijn geen natuurgebieden voor deze soort aangewezen op grond van de Wet natuurbescherming. De soort komt slechts in beperkte mate op doortrek in Nederland voor.

Meer weten?

© Foto's: AGAMI   © Illustraties vogels: Elwin van der Kolk   © Video's: Natuur Digitaal