Kleine jager

Parasitic Jaeger, Stercorarius parasiticus - Jagers (Stercorariidae)

De kleine jager is verreweg de algemeenste jager en is vooral in de herfst in Nederland te zien, aan de kust, soms in het binnenland. Hij is de sleutelsoort om de andere soorten jagers te onderscheiden. Komt in twee kleurvormen voor, een donkere en een lichte; tussenvorm is zeldzamer. Valt al op grote afstand op door het opvallende en volhardende jagen achter meeuwen en sterns aan, met als doel om hen van hun voedsel te beroven.

Herkenning

Donkere en valkachtige zeevogel. Middelgrote jager, in volwassen kleed herkenbaar aan iets verlengde, spitse, middelste staartpennen. Jonge vogels donkerbruin of veel lichter; gebandeerd en warmbruin. In alle kleden opvallend witte handpenvlekken, vooral op ondervleugels. Stevige, valkachtige vlucht met lange, spitse vleugels. Ongeveer zo groot als stormmeeuw. Juveniele kleine jagers zijn vaak moeilijk te onderscheiden van middelste en kleinste jagers; raadpleeg daarvoor een gespecialiseerde vogelgids.

Geluid

Nasaal, meeuwachtig. Buiten broedtijd zwijgzaam.


41-46 cm, spanwijdte 110-125 cm


Deze soort lijkt op:

Natuurbeleving dichterbij

Door nieuwe broedplaatsen en hoogwatervluchtplaatsen in te richten, creëren we meer rust voor vogels. Tegelijkertijd willen we mensen meer van wadvogels laten genieten. Dit doen we door nieuwe vogelkijkplekken te creëren en gratis vogelherkenningskaarten, de app ‘Wadvogels’, verrekijkeruitleenpunten aan te bieden.

Beleef de waddennatuur

Leefwijze

Broeden

Territoriaal, meestal solitair, maar in kolonies vlakbij zeevogelkolonies. Broedt op de grond. Legtijd mei-juni. Eén legsel, meestal twee eieren. Broedduur 26-27 dagen. Jongen vliegvlug na 26-30 dagen.

Leefgebied

Open zee en kustwateren, op trek ook wel op binnenwateren (meren, rivieren). Broedt op toendra en hoogvlakten met heide in (sub-)arctische gebieden.

Voedsel

Leeft buiten de broedtijd vooral van vis die hij steelt van sterns en meeuwen door er langdurig achter aan te jagen, net zolang de vis wordt losgelaten of opgebraakt. Steelt ook in de broedtijd voedsel van zeevogels, maar zoekt ook zelf naar voedsel (woelmuizen, lemmingen, zangvogels, jongen van steltlopers, eieren, insecten, bessen). Is niet zo afhankelijk van de lemmingen als middelste en kleinste jager.

Vogeltrek

Verlaat in juli-augustus de broedgebieden, trekt in Nederland vooral in augustus-oktober. Trek vooral overdag, over zee, met concentraties langs de kust. Volgt daarbij trekkende sterns en meeuwen. Bij storm ook wel door binnenland, niet ver van de kust. In Oost-Europa en Azië ook over land. Overwintert in de kustwateren van de zuidelijke oceanen. Snelle voorjaarstrek in april en mei, in Nederland nauwelijks opgemerkt.


Verspreiding en aantal

doortrekker in vrij klein aantal

jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec

Onvoldoende gegevens beschikbaar voor trendanalyse.

Aantallen in Nederland

Aantal broedparen

Bron: Sovon Vogelonderzoek Nederland

Waarnemingen

Bron en meer waarnemingen: Waarneming.nl

Kijktip

In de periode augustus-oktober aan de kust . Bij mooi weer maar vooral bij stevige, aanlandige wind. Kies de ochtend, zoek een vast punt en wacht. Let daarbij goed op achter sterns aanjagende vogels. Bij stormachtige wind uit N en NW vaak op het IJsselmeer te zien, bijvoorbeeld langs de Oostvaardersdijk.

In Europa

Broedt in (sub-)arctische delen van Noord-Europa, van IJsland en Schotland in het westen, tot diep in Rusland in het oosten. Ook aan de Oostzee.

Meer informatie


Bescherming

Wordt wereldwijd niet bedreigd, hoewel vooral zuidelijke populaties (bijvoorbeeld in Schotland) afnemen. Aantalstrends zijn echter niet beschikbaar.


Wet- en regelgeving

De kleine jager is een beschermde inheemse diersoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen zijn kleine jagers beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. De bescherming van de kleine jager is in Nederland geregeld in de Wet natuurbescherming.

Algemene regels

De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt:

  • het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1);
  • het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2);
  • het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3);
  • het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4);
  • het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).

Overtreding van deze verboden is een economisch delict en kan leiden tot strafrechtelijke vervolging. De verboden worden ook bestuursrechtelijk gehandhaafd. Uitzonderingen op de verboden zijn opgenomen in de wet en de bijbehorende uitvoeringsregelgeving. De wet voorziet in een algemene bevoegdheid voor de provincie (en in sommige gevallen het Ministerie van Economische Zaken) om onder strikte voorwaarden een ontheffing of vrijstelling te verlenen van de verboden (artikel 3.3).

Bijzondere regels

Er zijn geen natuurgebieden voor deze soort aangewezen op grond van de Wet natuurbescherming. De soort komt slechts in beperkte mate op doortrek in Nederland voor.

Meer weten?

© Foto's: AGAMI   © Illustraties vogels: Elwin van der Kolk   © Video's: Natuur Digitaal