Vink

Chaffinch, Fringilla coelebs - Vinken (Fringillidae)

Vinken leven in bossen, boomrijke tuinen en parken. Ze eten namelijk zaden en zachte plantendelen, zoals bladknoppen. Toch is het vooral hoog Nederland waar vinken het meeste voorkomen. Aan het einde van hun zang van de vink laten vinken vaak de bekende 'vinkenslag' horen.

Herkenning

Vinken hebben een korte, kegelvormige snavel. Het mannetje heeft in broedkleed een blauwgrijs petje, een oranjerode borst en wangen. De staartveren zijn zwart, behalve de (witte) buitenste staartpennen. Het vrouwtje is minder opvallend en wordt nog wel eens aangezien voor een vrouwtjes mus. Het meest opvallende kenmerk van de vink zijn de twee witte vleugelstrepen. Dat is ook waarmee u de vrouw het best van een mus kunt onderscheiden.

Geluid

Kenmerkende, aflopende zang, met aan het einde een korte verhoging in tonen (vinkenslag).


14-16 cm, spanwijdte 25-28 cm


Deze soort lijkt op:

Meer dan 55 soorten nestkasten

Hang een nestkast op en geniet van vogels in de tuin. Ruime sortering van verantwoorde nestkasten en persoonlijk advies in de winkel in Zeist. Én u steunt het werk van Vogelbescherming.

Meer over nestkasten

Leefwijze

Broeden

Broedt tussen midden maart en midden juli en kan 2 legsels hebben, hoewel dat eerder uitzondering is dan regel. Het aantal eieren varieert van 3 tot 5. Broedduur 10-14 dagen. Vinken zijn territoriaal en geen koloniebroeders. Het nest is van mos en gras gemaakt, afgekleed met dierenhaar en veren. Goed verborgen tegen een tak of in een diepe struik. De jongen zitten 12-15 dagen op het nest. Na het uitvliegen blijven ouders en jongen nog 20-35 dagen bij elkaar.

Leefgebied

Komt voor in groenrijke gebieden, waar hij zowel een beschutte plaats om te broeden, als eten kan vinden. Het nest wordt goed gecamoufleerd met mossen, tussen de takken in het dichte groen gemaakt. In de noordelijke delen van Nederland komen vinken meer voor dan in het zuiden, maar de belangrijkste voorwaarde voor zijn voorkomen blijft de groene omgeving. Hij is onder meer te vinden in bossen, parken en tuinen.

Voedsel

Het basisvoedsel voor vinken wordt gevormd door zaden en zachte plantendelen. Vooral in het najaar scharrelen ze in grote groepen op de grond onder beuken naar beukennootjes, en in de tuin doen ze zich tegoed aan zaadjes die door andere vogels worden gemorst. Echter, in het broedseizoen schakelen vinken over op insecten. Deze leveren meer eiwitten, noodzakelijk voor de groei van de jonge vinken en om het grote energieverbruik van de oudervogels op te kunnen vangen.

Vogeltrek

De meeste Nederlandse vinken zijn standvogels, maar een deel trekt over grote of minder grote afstand naar het zuiden om te overwinteren. Vogels die broeden in het noorden en noordoosten van Europa trekken tussen half september en eind november naar het zuiden en zuidwesten van Europa en naar noordelijk Afrika. Voorjaarstrek van vanaf februari, maar vooral in maart en april, met in de voorhoede de mannetjes, die meestal ook het minst ver weg trekken. Vooral dagtrekker, trekt in groepen en laat zich stuwen door groot open water.

Gratis magazine Vogels Dichterbij

Leer de bekendste tuinvogels beter kennen met Vogels Dichterbij. Dit gratis magazine staat boordevol mooie foto’s over vogels kijken en met veel praktische tips over vogels voeren, nestkastjes en vogelvriendelijke tuinen. Bestel Vogels dichterbij meteen en ontvang aantrekkelijke korting op leuke producten

Bestel Vogels Dichterbij

Verspreiding en aantal

uiterst talrijke broedvogel | gedeeltelijk wegtrekkend | doortrekker en wintergast in uiterst groot aantal

jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec

Het aantal vinken is door grootschalige bosaanplant begin 20e eeuw sterk toegenomen. Ook de bosaanleg in de Flevopolder heeft gezorgd voor een forse toename van het aantal vinken in Nederland. De vink is net als de merel een zeer algemene broedvogel in ons land.

Aantallen in Nederland

Aantal broedparen 600.000-700.000 (in 1998-2000)
Aantal overwinteraars zeer groot aantal

Bron: Sovon Vogelonderzoek Nederland

Meer weten over trends? Kijk op sovon.nl.

Waarnemingen

Meer waarnemingen op Waarneming.nl

Kijktip

In de hogere delen van Nederland komt de vink nog meer voor dan in de lage delen. Ga in de eerste plaats op zoek naar groene gebieden met oude bomen; veel in tuinen met bomen.

In Europa

Slechts de boomloze delen van Europa zijn vinkenloos. Geheel boreaal, gematigd en mediterraan Europa behoren tot het leefgebied van de vink.

Meer informatie


Bescherming

Tuintrends waarbij alleen stenen in de tuin worden gelegd, zorgen ervoor dat de omgeving ongeschikt wordt voor de vink om voedsel en beschutting te vinden. Ook het verlies van oude bomen is om diezelfde redenen schadelijk voor de soort.

Wat wij doen

Vogelbescherming zet zich om algemene vogelsoorten zoals de vink ook algemeen te houden. Dat betekent bijvoorbeeld dat we veel voorlichting geven over een natuurvriendelijke en groene inrichting van tuinen, balkons en wijken.

Wat kunt u doen

Als echte boomvogel is het voor vinken belangrijk om enkele bomen en struiken, liefst in de vorm van een bosje, in de tuin te hebben. In en rond zo'n bosje verzamelt de vink zijn voedsel. Ook het bijvoeren met behulp van zaadmengsels werkt als een magneet op de soort.

Meer weten?

Sovon Vogelonderzoek Nederland

Downloads


Wet- en regelgeving

De vink is een beschermde inheemse diersoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen zijn vinken beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. De bescherming van de vink is in Nederland geregeld in de Flora- en faunawet.

Algemene regels

De Flora- en faunawet bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels, waaronder de vink. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt:

  • het doden, verwonden, vangen (artikel 9)
  • het opzettelijk verontrusten (artikel 10)
  • het beschadigen, vernielen, uithalen, wegnemen of verstoren van nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen (artikel 11)
  • het zoeken, rapen, uit het nest nemen, beschadigen of vernielen van eieren (artikel 12)
  • het bezit, het vervoer en de handel in de vogels dan wel eieren, nesten of producten daarvan (artikel 13)

Uitzonderingen op de verboden zijn onder strikte voorwaarden mogelijk. Daarvoor is een ontheffing of een vrijstelling nodig.

Bijzondere regels

De Flora- en faunawet biedt bescherming aan alle in gebruik zijnde nesten, voortplantingsplaatsen en vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels. Deze bescherming geldt voor alle soorten gedurende het broedseizoen en voor een beperkt aantal soorten jaarrond. Nesten van de vink zijn alleen gedurende het broedseizoen beschermd. Er zijn geen natuurgebieden voor deze soort aangewezen op grond van de Natuurbeschermingswet 1998.

Meer weten?