Navigatie overslaan
Alle berichten

Vogels zijn geen vliegmachines

Geplaatst op 1 september 2026

Zijn vogels voorgeprogrammeerde, door genen gestuurde vliegmachines? Of maken ze individuele keuzes, op basis van omstandigheden en soortgenoten om hen heen? Emeritus hoogleraar trekvogelecologie Theunis Piersma denkt het laatste. Vogels leren van elkaar, maken onverwachtse omwegen tijdens hun trektochten, lijken vooruit te plannen – en hebben zelfs lol in wat ze doen: “Die lepelaars dansten in de lucht.”

Dit jaar ging Theunis Piersma met pensioen – maar niet echt. Al zo'n vijftig jaar doet hij veldwerk langs de internationale trekroutes van vogels om te begrijpen hoe ze leven – en wat ze ons vertellen over de wereld om ons heen. Ook richtte hij in Leeuwarden het onderzoekscentrum BirdEyes-Centre for Global Ecological Change (een onderdeel van de Rijksuniversiteit Groningen) op, waar wetenschap en verhalen over vogels samenkomen. 

En wie dat kan zeggen? Er vliegt ook een vogel rond die is vernoemd naar de hoogleraar. De ondersoort van de kanoet Calidris canutus piersmai werd in 2001 door de Russische ornitholoog Tomkovich zo genoemd als eerbetoon aan het baanbrekende trekonderzoek van Theunis Piersma naar kanoeten en hun internationale flyway. Zijn werk liet onder meer zien hoe cruciaal de ‘Chinese Wadden’ (Gele Zee) zijn als tussenstop voor deze populatie. 

Op bezoek bij Theunis in zijn tuin in Gaast, zittend onder een geurende blauwe regen, zou je zomaar kunnen denken dat het goed gaat met vogels in Nederland. Heel veel kwetterende huismussen op de achtergrond, een Turkse tortel, spotvogel, tjiftjaf, pimpelmees, koolmees, winterkoning, vink. Boerenzwaluwen, huiszwaluwen en gierzwaluwen cirkelen boven ons hoofd. Grutto’s vliegen luid roepend over. En bij de vijver een paartje wilde eenden, door Theunis ‘jut en jul’ gedoopt.

Theunis Piersma in zijn tuin - Foto: Arjan Berben Theunis Piersma in zijn tuin - Foto: Arjan Berben

Wat mensen van trekvogels moeten weten 

“Vogeltrek is zo’n complex fenomeen met veel dimensies in ruimte en tijd, er komt zoveel bij kijken. Wat mensen echt moeten weten? Ten eerste: neem het niet voor kennisgeving aan. Blijf je erover verwonderen, stel jezelf vragen. Dat gevoel van verwondering wordt bij mij alleen maar sterker naarmate ik er meer van weet, niet minder.”  
“Bijvoorbeeld de spotvogel die hier sinds twee dagen opeens in de tuin zit te zingen. Een maand geleden zat die nog ergens ten zuiden van de Sahara, en we weten niet eens precies waar! Hoe is het mogelijk dat zo’n vogel hier aankomt? Dat vind ik onvoorstelbaar.”

“Het tweede punt: ik denk dat vogels zelf ook plezier beleven aan de trek. De dominante opvatting in de biologie is dat je vogels en andere dieren kunt vergelijken met machines die door hun DNA worden gestuurd. Samen met het idee dat het allemaal zo moeilijk voor voor individuele vogels, het opvetten, het vliegen. Dat is allemaal waar, uiteraard. Maar dat betekent niet dat er geen plezier kan zijn.” 

Een eureka-moment 

“Waarom ik denk dat vogels plezier beleven aan hun trektochten? Nog maar een paar jaar geleden had ik een soort eureka-moment. Ik was met mijn vrouw Petra de Goeij, die ook onderzoek doet naar lepelaars, in een huisje bij Marais d’Orx aan de voet van de Franse Pyreneeën. Daar wachten lepelaars op elkaar om de oversteek te maken naar Spanje. Petra en ik hebben de afgelopen zes jaar meegereisd met de lepelaars; met behulp van GPS-trackers volgen we ze. Die avond kwamen de vogels in groepen binnen.” 
“Opeens leek het of de lepelaars dansten in de lucht, tijdens het aankomen in groepen of juist weer vertrekken. Ze waren volop met elkaar in gesprek en je voelde als ware het trekplezier.  Toen dacht ik: dit vinden ze gewoon geweldig. Ik realiseerde me dat ik er altijd verkeerd naar had gekeken. Vogeltrek is niet alleen maar zwaar voor vogels, het is ook een fantastisch avontuur. Die dansende groepen lepelaars hebben me dus op andere gedachten gebracht.” 

Lepelaar / Mark Zekhuis (Saxifraga) Lepelaar / Mark Zekhuis (Saxifraga)

De keuze van Sali 

“Vogels maken individuele keuzes. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het verhaal van Sali, een ambitieuze jonge lepelaar die we volgden. Ze begint als ‘laat’ jong aan de trek, vliegt snel, en raakt haar groep ergens in de Sahara kwijt. Ze wacht een paar dagen, vliegt dan verder en passert dan de Banc d’Arguin, waar andere lepelaars zitten en waar voedsel is, zonder te stoppen. Ze vliegt dan haar dood tegemoet.” 

“Waarom doet ze dat? We denken dat jonge vogels nog niet zo goed zijn in het inschatten van hun lichaamsconditie. We hebben Sali na haar dood kunnen onderzoeken en het bleek dat ze haar lichaam compleet had opgebrand, heel indrukwekkend om te zien. Het is eigenlijk niet logisch wat Sali deed. Tenzij je ervan zou uitgaan dat ze al een doel heeft, dat ze bijvoorbeeld naar de Senegalrivier wil vliegen, haar beloofde land is. Het is opmerkelijk dat ze blijft doorvliegen, ook als lijfelijke signalen waarschijnlijk zeggen dat ze moet stoppen. Misschien leeft zo’n vogel met het idee van een betere plek. Als je dan zegt: ‘vogels zijn machines en hebben geen besef’, dan snap ik niet meer wat we zien.” 

De gierzwaluwen van Gaast

“Nog zo’n voorbeeld waardoor ik denk dat vogels besef hebben, in dit geval van de toekomst: bij mij aan huis zit een kolonie gierzwaluwen dus ik kan ze goed in de gaten houden. Ze vliegen op nestopeningen af, gaan naar binnen, slapen er een uurtje, soms zelfs een nacht. Sommige plekken zijn populair, andere niet. En wat blijkt: de plekken die ze bezoeken, zijn precies de plekken waar ze het jaar erop gaan zitten om te broeden. Dan zijn ze dus al bezig met iets wat pas het volgende jaar speelt. Fascinerend toch?” 

Gierzwaluw / Hans Peeters Gierzwaluw / Hans Peeters

Vogels vertellen een verhaal 

“Ik zeg vaak dat vogels een verhaal vertellen. En dat zijn heel veel verhalen. Toen ik het voor het eerst zei, bedoelde ik dat vogels met hun vleugels stemmen. Ze zijn ergens – of ergens niet. En daar hebben ze goede redenen voor. Mijn eerste ervaringen als jonge onderzoeker in de Waddenzee maakten destijds grote indruk op me. Kokkelvissers omwoelden mechanisch met sleepnetten de bodem, op een plek waar een week eerder kanoeten hadden gezeten – daarna zijn ze er tien jaar lang niet meer geweest! Alle biologen zeiden destijds ‘Dat maakt niks uit, bij een herfststorm gebeurt dat ook.’ Toen heb ik me in slaap laten sussen.” 

“Tot we drie jaar later met schrijver Koos van Zomeren naar Griend reisden om hem grote groepen kanoeten te laten zien. Maar ze waren er niet en dat was logisch want er was niets meer voor ze te eten. Die vogels hebben ons wakker geschud om na te denken over de staat van het wadbodemleven. Uiteindelijk is de mechanische kokkelvisserij verboden.”

Wetenschappers moeten goed luisteren 

“Aantallen vertellen ook een verhaal. Kijk naar de achteruitgang van boerenlandvogels: dat laat zien dat het niet goed gaat met onze leefomgeving. Je weet daarmee nog niet precies wat de beslissende factor is, maar ik krijg steeds meer het gevoel dat de gifstoffen — de chemische bestrijdingsmiddelen waarvan jaarlijks vele tonnen worden gebruikt — een veel grotere rol spelen dan ze toebedeeld krijgen. Waar wij zelf ook de ontvangers van zijn. We kiezen er zelf voor om ongelofelijk veel chemische bestrijdingsmiddelen in de landbouw in te zetten, accepteren dat ze zelfs via de koeien vanuit het geïmporteerde veevoer in de monotone raaigraslanden belanden.”

“Ik vind het soms niet te harden als ik vanuit Gaast naar Leeuwarden rijd. Ik snap wel dat je met de het verhaal van grutto’s niet heel boerend Nederland tot andere gedachten brengt. Maar dat zelfs de gezondheid van mensen in Nederland de macht van de agrolobby niet weet te temperen, vind ik ongelofelijk. Ik verbaas me daar elke dag over. Waar blijft de verontwaardiging?”

“Wetenschappers hebben de taak om — overdrachtelijk — goed te luisteren naar de verhalen die vogels vertellen. We leven op het platteland in een groene woestenij. Veel van het leven is eruit verdwenen. De biodiversiteit staat onder druk en onze landbouw is niet-duurzaam en bovendien ongezond voor onszelf.” 

Rosse grutto / Birdphoto Rosse grutto / Birdphoto

Een trekvogel heeft niet simpelweg een tank 

“Vroeger werd er heel anders naar vogels gekeken. Als een soort vliegmachines. De Waddenzee als een soort Schiphol: vogels komen, tanken bij en vliegen weer door. Ik ben begonnen vogels te onderzoeken die bij slecht weer tegen de vuurtoren van Westerhever in Duitsland waren gevlogen. Die werden verzameld en in de vriezer gelegd, maar niemand deed er iets mee. Ik dacht: daar kun je juist van leren. Ik had mezelf voorgenomen om zo veel mogelijk met verongelukte vogels te doen, zodat hun dood niet tevergeefs was.” 

“Wat meteen duidelijk werd, is dat zo’n vogel geen simpele ‘tank’ heeft die je vult en weer leegvliegt. Alles verandert in hun lichaam als ze op trek zijn. Bij rosse grutto’s zagen we dat extreem: soms bestond meer dan de helft van hun gewicht uit vet, terwijl organen als de maag sterk waren verkleind. Alles wat met foerageren te maken heeft, gooien ze als het ware overboord om een lange non-stop vlucht te kunnen maken. Dat hele lijf is dus voortdurend in verandering. Zo’n trekvogel is absoluut niet te vergelijken met een vliegmachine — die heeft maar één vorm.” 

Vogels zijn individuen

“In mijn tijd keken we toch vooral naar vogels als een soort vliegmachines. En de Waddenzee als een soort Schiphol: vogels komen, tanken bij en vliegen weer door. Ik begon vogels te onderzoeken die bij slecht weer tegen de vuurtoren van Westerhever in Duitsland vologen en zo verongelukten. Die werden verzameld en in de vriezer gelegd, maar niemand deed er iets mee. Ik dacht: daar kun je van leren. Ik had mezelf voorgenomen om zo veel mogelijk met verongelukte vogels te doen, zodat hun dood niet tevergeefs was.”

“Wat meteen duidelijk werd, is dat zo’n vogel geen simpele ‘tank’ heeft die je vult en weer leegvliegt. Alles verandert in hun lichaam als ze op trek zijn. Bij rosse grutto’s zagen we dat extreem: soms bestond meer dan de helft van hun gewicht uit vet, terwijl organen als de maag sterk waren verkleind. Alles wat met foerageren te maken heeft, gooiden ze als het ware overboord voordat ze aan een lange non-stop vlucht begonnen. Hun hele lijf is dus voortdurend aan het veranderen, aan het aanpassen aan omgeving en aan wat hen te doen staat. Dus zelfs in fysieke zin is zo’n trekvogel absoluut niet te vergelijken met een vliegmachine — die heeft maar één vorm en vliegt met constant motorvermogen een tank leeg.” 

Ik snap totaal niet waarom mensen niet verontwaardigd zijn

Theunis Piersma over de staat van het landelijk gebied

Onderzoek als voorbode van bescherming 

“Een belangrijk deel van mijn werk heeft bijgedragen aan bescherming. In China zag ik hoe ze van de kust één grote Maasvlakte probeerden te maken, terwijl die gebieden cruciaal zijn voor trekvogels. Wij konden laten zien dat de achteruitgang van vogels daar niet door iets ongrijpbaars als klimaatverandering kwam, maar door alle inpolderingen.” 

“In China zit je vaak meteen aan tafel met de mensen die de besluiten nemen, en daar is er in ieder geval respect voor goede wetenschap. We werden stevig bevraagd, maar als de argumenten kloppen, worden ze ook serieus genomen. Het verhaal over het belang van die trekvogels is uiteindelijk wel degelijk meegenomen in de besluitvorming om verdere inpolderingen tegen te gaan. Dat laat zien dat onderzoek verschil kan maken, als je het op de juiste plek weet te brengen.” 

Kanoeten / Ruud van Beusekom Kanoeten / Ruud van Beusekom

Laat je invloed gelden

“Vogelonderzoek dat aan de basis staat van bescherming is geen gegeven. Het is niet vanzelfsprekend. Wees je bewust van je omgeving en van wat er gebeurt. Het mooie is dat je daar zelf iets mee kunt: door mee te doen aan tellingen van Sovon Vogelonderzoek, of door initiatieven als Beleef de Lente te volgen. Daar kun je niet alleen meekijken, maar ook zelf bijdragen, bijvoorbeeld door bij te houden welke prooien oudervogels naar hun jongen brengen. Ik hoop dat zulke projecten ook empathie oproepen. Want we zijn steeds verder van onze omgeving verwijderd geraakt. Tegelijk kunnen juist nieuwe technieken ons weer dichter bij vogels brengen. Dat doen wij ook via BirdEyes en via de website van het global flyway network waarbij je live de trektochten kan volgen van allerlei gezenderde vogels.” 

“Belangrijk vind ik ook een goede samenwerking tussen onderzoek en bescherming. Onderzoek naar vogels is duur, niet-winstgevend, afhankelijk van unieke menselijke talenten en visionaire instituten en dus altijd kwetsbaar. Het hangt te vaak op ad hoc-financiering. Daarom is het heel belangrijk dat een partij als Vogelbescherming maar ook andere natuurorganisaties bij overheden hun invloed laten gelden, duidelijk maken wat het maatschappelijk belang van dit werk is en zo helpen dat onderzoek vanuit de algemene middelen gefinancierd te houden. Het ontdekken en doorgeven van verhalen is de basis van bescherming.”

Bijzonder nieuw onderzoek, of de taal van vogels 

“Veldwerk ben ik altijd wel blijven doen, twee tot drie maanden per jaar. Daar kan ik nu wat meer tijd aan besteden. Ik richt me op dit moment vooral op de vraag hoe vogels leren trekken. Zijn er leerlingen of misschien zelfs leermeesters? De lepelaar is daarvoor een fantastisch onderzoekssoort. Jonge lepelaars vliegen niet met hun ouders mee, maar wel altijd in groepen. Nu we veel vogels met zenders volgen, kunnen we dat gedrag goed bestuderen. De beste voorspeller voor hoe jonge vogels vliegen, is de aanwezigheid van oudere, ervaren soortgenoten. Als ze in West-Afrika terechtkomen in plaats van in Spanje, komt dat door de groep waarmee ze meevliegen.”

“Tegelijk kijk ik bijvoorbeeld mee met promovendus Ondřej Belfín, die bezig is met onderzoek naar de taal van grutto’s. We begonnen dat werk bij weidevogelboer Murk Nijdam in Wommels. Het eerste wat we ontdekten dat die vogels heel wat afkletsen. We ontdekten ook dat een groot deel van die geluiden over gevaar gaat. Wat vertellen ze elkaar allemaal in zo’n vogelgemeenschap? We zien dat ze verschillende waarschuwingen geven, afhankelijk van het soort dreiging, lopend of vliegend, hoog of laag. Ondřej brengt dat nu heel precies in kaart.” 

Tekst: Nadja Jansma en Arjan Berben

Grutto met jong / Jelle de Jong Grutto met jong / Jelle de Jong

Fijn leesvoer

Naast zijn wetenschappelijk werk publiceerde Theunis Piersma ook geregeld artikelen en boeken voor een breder publiek. Zeer aanbevolen.

Als co-auteur was hij bijvoorbeeld betrokken bij Sinagote, het levensverhaal van een lepelaar en bij De ontsnapping van de natuur, Een nieuwe kijk op kennis. Ook zeer de moeite waard: De zwaluwen van Gaast.

Journalist Jantien de Boer schreef een wonderschoon boek over de wetenschappelijke zoektochten van Theunis en zijn mensen: Wondervogels

Luister hier naar een podcast waarin De Boer over het boek vertelt.

Biologische planten in onze webshop

Vogelbescherming heeft verantwoorde, biologische planten geselecteerd die vogelvriendelijk zijn. Goed voor insecten en vogels en biodiversiteit.

Ontdek de biologische planten

Help de boerenlandvogels

Er is helaas bijna geen geschikt leefgebied meer voor typische boerenlandvogels zoals de grutto, kievit of patrijs. Vogelbescherming is vastberaden om te investeren in de volle rijkdom van het Nederlandse landschap. Vol drassige, bloemrijke weides
en natuurrijke akkers.

Help mee en doneer