Geplaatst op 10 september 2026
Boven op een typisch Texelse tuinwal liggen ze: twee net uit het ei gekropen scholeksterkuikens. Ze zijn nog nat. Kwetsbaar en vertederend. Je hoopt maar één ding: dat ze het halen. Dat het sterke scholeksters worden. Die kans is helaas klein. Aan de inzet van de ouders zal het niet liggen. Ze alarmeren luid en maken spectaculaire schijnaanvallen naar ons. Ik loop met Bruno Ens door zijn onderzoeksterrein rond de Hoge Berg op Texel. De inmiddels gepensioneerde Bruno doet al het grootste deel van zijn leven onderzoek naar scholeksters. Tussen 1985 en 1992 is hij gepromoveerd op het territoriale gedrag van scholeksters en het broedsucces. Nu onderzoekt hij met de Stichting Onderzoek Scholeksters hoe het slechte broedresultaat te keren.
Jaarlijks kachelt de populatie broedende ‘bonte pieten’ in ons land met bijna 5 procent achteruit. Tijdens Bruno’s promotie rond 1990 beleefde de vogel zijn hoogtepunt met 80.000 tot 130.000 broedpaar. Hij heeft dat zien slinken naar minder dan 30.000 paar. De belangrijkste oorzaak van deze dramatische achteruitgang: er worden onvoldoende kuikens groot. Voor een jaartje is dat geen ramp. Scholeksters leven lang en als er per paar per jaar gemiddeld 0,4 jongen groot worden, blijft de populatie al op peil. Alleen, dat redden ze niet. Het aantal uitgevlogen jongen in het onderzoeksgebied rond de Hoge Berg is tekenend. Sinds de start van het onderzoek in 2018 waren er slechts twee jaar succesvol. In 2025 haalde van 130 paar scholeksters zelfs geen enkel kuiken de eindstreep.
De scholekster staat onder druk. Vooral de lage overleving van kuikens vormt een groot knelpunt, waardoor de populatie jaarlijks met ongeveer 5% afneemt. Binnen het project Samen voor de Scholekster zoeken we daarom gebieden die kunnen worden ingericht of heringericht om de overlevingskansen van kuikens te vergroten. Denk aan locaties in het boerenland, langs de kust of op daken, waar met gerichte maatregelen een betere leefomgeving kan worden gecreëerd.
Doe mee
Leven er scholeksters in jouw gebied of op jouw terrein en wil je de kuikens volgend broedseizoen een betere start geven? Vraag dan subsidie aan, zodat de benodigde maatregelen deze winter kunnen worden uitgevoerd. Aanvragen kan tot en met 4 oktober. In november maken we bekend welke gebieden worden geselecteerd.
De geselecteerde locaties worden naar verwachting dit najaar en begin volgend jaar ingericht. Vervolgens vindt gedurende meerdere jaren monitoring plaats. Zo krijgen we meer inzicht in welke maatregelen het meest effectief zijn en hoe deze bijdragen aan het herstel van de scholeksterpopulatie.
Heb jij of heeft jouw organisatie een gebied met kansen voor de scholekster? Dan nodigen we je van harte uit om contact met ons op te nemen voor aanvraag van de voorwaarden.
Met een team onderzoekt Bruno de reden van dit drama. Dat gebeurt onder andere door jaarlijks dertig volwassen vogels te voorzien van een zendertje. Daarmee is nauwkeurig te volgen waar ze voedsel zoeken. Dicht bij de broedplek zoeken de oudervogels wormen en emelten, verder weg op het wad zijn dat kokkels, mosselen en zeeduizendpoten. Onderzoeksvragen zijn: vinden de scholeksterouders voldoende voedsel om jongen groot te brengen en de eigen maag te vullen? En moeten de ouders te ver vliegen voor voedsel, waardoor ze eieren en kuikens niet goed kunnen verdedigen tegen predatoren?
De scholekster heeft zich de afgelopen eeuw van een typische kustvogel getransformeerd naar een vogel die zich bijna overal thuis voelt. Alleen in bossen vind je ze niet. Begin vorige eeuw begonnen scholeksters zich in het boerenland te vestigen. In de jaren zeventig en tachtig nam het aantal scholeksters op het boerenland snel toe. Intussen heeft de scholekster ook platte daken in de stad ontdekt. Eerst aarzelend, daarna snel. In 2009 broedde zo’n 4 procent op daken; inmiddels is dat aandeel 20 procent en lijkt de groei te stabiliseren.
Aan de kust kreeg de scholekster de eerste klap uitgedeeld met het massaal wegvissen van de droogvallende mosselbanken rond 1990. Daarmee verdween niet alleen een belangrijke voedselbron voor de broedende scholeksters op de kwelders, maar ook voor overwinterende scholeksters. Die zijn de afgelopen decennia dan ook in aantal met bijna de helft afgenomen. De afgelopen jaren herstelden de mosselbanken zich. Bruno hoopt dat dit de kustscholeksters zal helpen.
Maar hij weet ook dat de kustbroedende scholeksters méér problemen hebben. Kwelders overstromen door klimaatverandering frequenter. Bovendien is op de kwelders aan het vaste land de predatie door ratten en vossen fors toegenomen. Hopeloos is het niet helemaal. Het creëren van schelpenbankjes en het afzetten van delen van het broedgebied, hebben in Zeeland geleid tot enig succes. Belangrijk is vooral: voldoende voedsel en minder predatoren.
In het boerenland kennen scholeksters dezelfde problemen als andere weidevogels, zoals vroeg maaien, lage waterstanden en predatie. Helaas werken niet alle beschermingsmaatregelen voor weidevogels ook voor scholeksters. Zo is het broedseizoen van scholeksters langer, tot ver in juni, waardoor uitgesteld maaien van de weilanden tot half juni onvoldoende is. Ideaal voor scholeksters zijn plekken met kort gras om voedsel te vinden in de buurt van een hoger gewas waarin de jongen kunnen schuilen. Dat is er in weidevogelgebieden te weinig. Om het lek echt boven te krijgen en tot betere broedresultaten te komen, moeten meerdere maatregelen uitgeprobeerd worden, denkt Bruno. Lage broedplatforms neerzetten lijkt in ieder geval goed te werken. Grondpredatoren kunnen daar niet bij komen. Een andere maatregel die goed uitpakt, ook voor andere weidevogels, is het herstel van greppels en sloten met afgevlakte oevers. Scholeksters vinden daar eten en de jongen kunnen zich verstoppen in aangrenzend hoger gewas.
Met scholeksters die in de stad op daken zijn gaan broeden, gaat het wat beter. Maar vooralsnog biedt dat onvoldoende soelaas, want helaas gaat het ook daar lang niet altijd goed. De daken kunnen een stuk veiliger worden gemaakt. In regenpijpen zonder gaas of rooster kukelen de kuikens naar beneden. Bij hitte hebben de kuikens schuilmogelijkheid en een bakje water nodig. En de ouders een plantsoen of grasveld in de buurt waar ze eten kunnen vinden. Uiteindelijk moeten de jongen ook heelhuids van het dak af. Daar gaat veel mis. Hoe hoger het dak, hoe vaker jonge vogels doodvallen. Ook de wegen rondom zulke plekken eisen hun tol, net als likkebaardende katten die beneden staan te wachten. Ook brengen goed bedoelende mensen scholeksterkuikens te snel naar de vogelopvang, terwijl de ouders toekijken.
Het is duidelijk: voor het redden van de scholekster moeten alle zeilen worden bijgezet. Vogelbescherming is daarom met steun van de Postcode Loterij het project ‘Samen voor de scholekster’ begonnen. Roos de Vries is projectleider en zij legt uit dat het project draait om het beantwoorden van de vraag waarom er zo weinig kuikens groot worden, en welke maatregelen effect hebben. Het project combineert onderzoek en concrete beschermingsmaatregelen in agrarisch gebied, langs de kust en in de stad. Het oogmerk van ‘Samen voor de scholekster’ is praktische handvatten voor bescherming en beleid te ontwikkelen, zodat de scholekster in Nederland een toekomst heeft. Want uiteindelijk wil niemand die typisch Nederlandse druktemaker missen.
Met een periodieke schenking leg je vast dat je minimaal 5 jaar achter elkaar een vast bedrag geeft. Daarmee worden jouw jaarlijkse schenkingen volledig aftrekbaar van de inkomstenbelasting. Door het belastingvoordeel kun je méér doen voor de vogels, zonder dat het je meer kost.
Om algemene soorten zoals merel en wilde eend algemeen te houden, is het noodzakelijk dat de kwaliteit van de totale leefomgeving op orde komt. En niet alleen die van natuurgebieden. Om daar voor te zorgen heeft Vogelbescherming het concept Basiskwaliteit Natuur ontwikkeld.