‘Provincie moet inzetten op kennisdelen en bewustwording boeren’

Nog geen vijf kilometer van het natuurgebied ’t Zwin ligt het traditionele akkerbouwbedrijf van Han Almekinders. Op dit Zeeuwse bedrijf dat een oppervlakte heeft van 85 hectare verbouwt hij aardappelen, suikerbieten, uien en graan. Hiervan heeft hij tien hectare ingericht voor agrarisch natuurbeheer. Er is hier iets bijzonders aan de hand: tegen de verdrukking in leven op dit stukje boerenland typische akkervogels zoals de patrijs, kerkuil en steenuil. Het kan dus: door de juiste maatregelen toe te passen krijgen deze vogels ook in Zeeland weer een kans. Maar boeren kunnen dit niet alleen.

Akkervogels

Het is bekend. Met akkervogels als de patrijs gaat het al jaren bergafwaarts. In Nederland is de populatie vanaf de jaren ’70 met 95% afgenomen. Door de intensivering en schaalvergroting in de landbouw is het agrarisch gebied sterk veranderd. Belangrijke leefgebieden voor boerenlandvogels, waaronder de patrijs, zijn daardoor achteruitgegaan. Heggen, houtwallen, overhoekjes en randen met ruigtekruiden zijn steeds meer verdwenen. En juist dit zijn belangrijke plekken: voor voedsel, dekking en broedplekken voor patrijzen en andere vogelsoorten, maar ook voor insecten en vlinders.

Blij

Almekinders heeft een deel van de tien hectare zo ingericht dat het aantrekkelijk is voor boerenlandvogels zoals de patrijs en dat doet hij al zo’n twintig jaar. Zo heeft hij randen ingezaaid met bloemenmengsels en daarnaast een deel braak laten liggen. Ideale omstandigheden voor akkervogels. Het is een van de succesfactoren. Wat helpt is dat zijn bedrijf tussen een aantal natuurgebiedjes ligt. Volgens Han Almekinders vergt het ook een bepaalde mentaliteit, er vanuit gaande dat niet iedere boer tien procent van zijn areaal beschikbaar stelt voor agrarisch natuurbeheer. Almekinders: ‘Zie het als een gewas. Als boer heb je aandacht voor je gewassen zoals uien, suikerbieten en aardappelen. Die aandacht moet je ook hebben voor natuurbeheer. Verder moet je ertegen kunnen dat er in de randen onkruid groeit, omdat je daar niet kunt spuiten. En je moet er als boer plezier aan beleven.’ Dat Han Almekinders er plezier aan beleeft is duidelijk. Breed lachend vertelt hij dat hij afgelopen najaar een klucht van drie, van vijf en van dertien patrijzen op zijn land had. Datzelfde geldt voor de veldleeuwerik. Als puber hoorde hij de veldleeuwerik dagelijks zingen in het veld. Almekinders: ‘Nu hoor ik deze vogel bijna nooit meer, maar als het gebeurt, dan word ik blij. De laatste drie jaren gebeurde dat drie à vier keer per jaar.’

Als boer moet je ook aandacht hebben voor natuurbeheer. En je moet er plezier aan beleven.

Han Almekinders

Meer nodig

Poldernatuur Zeeland, bestaande uit negen agrarische natuurverenigingen, is voor subsidie afhankelijk van de provincie. Waren er in het verleden aanloopproblemen op het gebied van de financiering voor agrarisch natuurbeheer, nu verloopt de samenwerking goed. Toch ziet Han Almekinders nog wel een rol voor de provincie weggelegd op het gebied van kennis delen en bewustwording onder boeren. ‘Nu is er geen geld voor ontwikkeling, studies of pilots. Willen we de leefruimte voor vogels en planten die thuishoren in het agrarisch buitengebied behouden, dan zal de provincie hier ook op in moeten zetten’, aldus Han Almekinders.

Meer nodig

Poldernatuur Zeeland, bestaande uit negen agrarische natuurverenigingen, is voor subsidie afhankelijk van de provincie. Waren er in het verleden aanloopproblemen op het gebied van de financiering voor agrarisch natuurbeheer, nu verloopt de samenwerking goed. Toch ziet Han Almekinders nog wel een rol voor de provincie weggelegd op het gebied van kennis delen en bewustwording onder boeren. Nu is er geen geld voor ontwikkeling, studies of pilots. Willen we de leefruimte voor vogels en planten die thuishoren in het agrarisch buitengebied behouden, dan zal de provincie hier ook op in moeten zetten’, aldus Han Almekinders.