De provincies kunnen ons boerenland een kiss of life geven

Uit alle provincieakkoorden die tot nu toe zijn gesloten spreekt in meer of mindere mate de noodzaak onze boerenlandvogels beter te beschermen. Vogelbescherming Nederland ziet overal aanknopingspunten om via maatwerk iets te doen aan de nog altijd dalende vogelpopulaties op het platteland.

Red de boerenlandvogels

Drie maanden geleden lobbyde Vogelbescherming Nederland volop voor betere regionale bescherming van onze boerenlandvogels. Dat gebeurde niet zomaar: er stonden provinciale verkiezingen voor de deur en die bestuurslaag is cruciaal voor natuurbescherming. Een paar jaar geleden besloot de nationale politiek immers dat maatwerk geboden is bij goed natuurbeheer en regionale bestuurders zouden daartoe beter in staat zijn.

Natuur is voor Vogelbescherming meer dan een mooi bos of een goed beschermd moerasgebied; natuur is ook de vogelvriendelijke achtertuin. En vooral: natuur is het boerenland. In de afgelopen decennia is dat besef bij politici en bestuurders weggeëbd: eindeloze schaalvergroting, massaal gebruik van bestrijdingsmiddelen en een efficiëntieslag waarbij het maximaliseren van de productie belangrijker is dan de kwaliteit van de omgeving hebben ons boerenland verpest. In gebieden waar voorheen tal van veldleeuweriken een concert gaven is het stil en de kans dat je tijdens een fietstocht in de polder wordt vergezeld door een tierende kievit boven je hoofd is kleiner dan ooit. 

Decentrale natuurbescherming biedt kansen voor maatwerk

Nederland is klein en dichtbevolkt, maar kent desondanks grote diversiteit in het landschap. Dat is goed voor de soortenrijkdom, ook op het boerenland. De provinciale verkiezingen gaven Vogelbescherming de gelegenheid maatwerk te bieden: het algemene beeld van boerenlandvogels is immers dat ze achteruit gaan, maar de ene provincie is de andere niet. Anders gezegd: in Friesland moeten we er alles aan doen om de grutto een mooie toekomst te bieden, maar in Noord-Brabant concentreren we ons meer op de patrijs. In Noord-Holland zoeken we bijval voor kruidenrijke graslanden en in Limburg voor bloemrijke akkerranden.

De kandidaat-statenleden uit alle twaalf provincies kregen daarom een op maat gesneden ‘red de boerenlandvogels’-rapport. Toegesneden op het boerenland waarover zij de zorg dragen. Dat het beheer natuurinclusiever moet is glashelder, maar de definitie wordt in bijna iedere provincie op een andere manier ingevuld.

26 duizend steunbetuigingen voor onze campagne

Ruim 26 duizend mensen brachten onze claim voor de boerenlandvogels met een petitie onder de aandacht bij hun regionale bestuurders. Dat hielp in zoverre dat alle provincies de noodzaak van betere natuurbescherming op hun netvlies lijken te hebben. Bovendien hebben we bestuurders en statenleden met ons maatwerk in staat gesteld om focus aan te brengen in het werk dat ze kunnen doen in de boerennatuur. Vogelbescherming denkt graag met ze mee en zal ze daar met enige regelmaat aan herinneren. U kunt hier de stand van zaken per provincie lezen (pdf).

Uiteraard is het probleem niet opgelost op het moment dat de provincies als enige bestuurslaag aan de slag gaan. Daarom roerden we ons kort na de provinciale verkiezingen voor die andere verkiezing: ook richting het Europarlement lieten we ons samen met andere Europese BirdLife Partners horen tegen de teloorgang van het boerenland.

EU kan provincies helpen met groene subsidievoorwaarden

Juist besluitvorming in de EU kan enorme gevolgen hebben voor de manier waarop de provincies het boerenland kunnen vergroenen. Jaarlijks pompt Europa een kleine 60 miljard euro in het boerenland, waarvan ruwweg 700 miljoen euro in Nederland terecht komt. Omgerekend betaalt iedere inwoner van de EU jaarlijks 114 euro mee aan de landbouwsubsidie. Vogelbescherming vindt het prima dat er fors wordt geïnvesteerd in het boerenland, maar vindt het niet meer dan vanzelfsprekend dat er met zoveel belastinggeld voor het boerenbedrijf randvoorwaarden worden gesteld waarmee de natuur op het boerenland kan worden hersteld.

Help mee via ‘groene’ boodschappen

Gelukkig zijn er overal in het land al boerenbedrijven te vinden die hun uiterste best doen om de natuurwaarden op hun terrein op peil te houden. Dikwijls werken die met Vogelbescherming samen. Zo zijn we betrokken bij verschillende initiatieven onder melkveehouders gruttovriendelijk boeren. Het broedsucces van grutto’s en andere steltlopers is daar hoger omdat er bijvoorbeeld pas halverwege juni wordt gemaaid, of omdat ze de grond minder droogmalen dan elders. De producten van deze boeren worden vaak regionaal verkocht of zijn verkrijgbaar bij natuurwinkels. De laatste tijd  wint het ‘boerenlandvogelvriendelijke’ melkproduct ook aan terrein in de gewone supermarkt. Mensen die deze boeren willen steunen, kunnen voor een overzicht van het aanbod terecht bij onze zuivelwijzer.

Of doneer 5 euro voor 10 vierkante meter vogelvriendelijke weide ... omdat elke meter telt

Om onze boerenlandvogels een zekere toekomst te kunnen bieden, begon Vogelbescherming Nederland in 2018 met de actie ‘Elke meter telt’. Mensen die de grutto, de kievit en de tureluur de broodnodige extra ruimte gunnen, kunnen 5 euro doneren. Met dat bedrag realiseert Vogelbescherming Nederland samen met melkveehouders 10 vierkante meter extra kruidenrijk grasland. De ambitie om 100 duizend extra vierkante meter te realiseren via crowdfunding werd ruimschoots gehaald: uiteindelijk kwam de teller uit op 600 duizend vierkante meter! Wie het boerenland via deze actie een impuls wil geven kan hier nog altijd meters ‘kopen’.