Two-barred Crossbill, Loxia leucoptera - Vinken (Fringillidae)
De witbandkruisbek is een soort die broedt in Noord-Zweden en Oost-Finland en verder oostelijk in Rusland. De (onder)soort die in Canada broedt, wordt doorgaans witvleugelkruisbek genoemd. In sommige invasiejaren verschijnen grote aantallen in Nederland door voedselschaarste in het broedgebied.
Ziet eruit als een kruisbek, met rood (man) of groen (vrouw) lichaam, en donkere vleugels en staart. Op de vleugel twee brede witte vleugelstrepen gevormd door de toppen van middelste en grote dekveren. Toppen van tertials eveneens breed en wit.
Roep zacht "tsik-tsik" en kenmerkend "pèèh…". Zang is zeer variabel gekwetter, met zachte trillers.
14,5-17 cm
Broedtijd vooral juni-augustus in Europa en Rusland. Heeft 0-2 broedsels per jaar (afhankelijk van voedselsituatie) van meestal 3-5 eieren. Broedduur 14-16 dagen. In broedgebieden nestelend in lariks, spar en soms den. Nest wordt door vrouwtje gemaakt van takjes, twijgjes, plantenstelen, korstmos, mos, wortels en haar. Tussen de 2-20 meter hoog geplaatst, meestal tegen de stam van de boom, ook wel aan uiteinde. Nest door overhangende takken vrijwel onzichtbaar. Broeden in kolonies van 15 paar. Jongen vliegvlug na 22-24 dagen, familieverband na uitvliegen nog enige weken intact.
Broedt in dichte lariksbossen met den, soms ook met spar zoals in Scandinavië en Noordwest-Rusland. Kan bij afwezigheid van voedsel zich ook wenden tot loofbos (berk), maar zeer gehecht aan naaldhout, ook als hij in Nederland opduikt.
Met name zaden, knoppen, bessen en schoten van naaldbomen (vooral lariks), maar ook den, berk, els en lijsterbes.
In delen van zijn verspreidingsgebied standvogel, andere delen trekvogel en deels ook nomadisch. De vogels die bij ons te verwachten zijn, broeden in noordelijkste deel van Europa en Noordwest-Azië, en dwalen in de winter zuidelijk en westelijk af in Centraal- en Zuid-Finland en Zweden. Regelmatig vliegen grotere aantallen van en naar het zuiden en zuidwesten tussen juli en december, vanuit Scandinavië en de Baltische staten tot ver in Europa. In Noorwegen is er elke 7 jaar een invasie die soms gerelateerd wordt aan voedseltekort voorbij de Oeral.
In Nederland nomadisch, met een enkel geval buiten invasiejaren. Wereldpopulaties stabiel.
Aantal broedparen |
Bron en meer waarnemingen: Waarneming.nl
Dennenbos op de Waddeneilanden, Drenthe, Veluwe of Utrechtse Heuvelrug.
Broedt alleen regelmatig in Finland en Noord-Zweden.
De soort geldt wereldwijd niet als bedreigd.
De witbandkruisbek is een beschermde inheemse diersoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen, zijn witbandkruisbekken beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. De bescherming van de witbandkruisbek is in Nederland geregeld in de Wet natuurbescherming.
De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt:
Overtreding van deze verboden is een economisch delict en kan leiden tot strafrechtelijke vervolging. De verboden worden ook bestuursrechtelijk gehandhaafd. Uitzonderingen op de verboden zijn opgenomen in de wet en de bijbehorende uitvoeringsregelgeving. De wet voorziet in een algemene bevoegdheid voor de provincie (en in sommige gevallen het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) om onder strikte voorwaarden een ontheffing of vrijstelling te verlenen van de verboden (artikel 3.3).
Er zijn geen natuurgebieden voor deze soort aangewezen op grond van de Wet natuurbescherming. De soort komt slechts in beperkte mate in Nederland voor.
© Foto's: AGAMI © Illustraties vogels: Elwin van der Kolk © Video's: Natuur Digitaal