Iberian Chiffchaff, Phylloscopus ibericus - Zangers (Sylviidae)
De Iberische tjiftjaf komt vooral voor op het Iberisch Schiereiland (Spanje, Portugal), met kleine populaties in Noordwest-Afrika. Overwinteren doen de meeste vogels in tropisch West-Afrika, van Senegal tot in Ghana. Deze soort werd lang als een ondersoort van de tjiftjaf beschouwd, maar het bleek een aparte soort met een andere zang, uiterlijk en DNA. In Nederland worden ze steeds vaker ontdekt. In 2025 vond het eerste bewezen broedgeval in Nederland plaats op Schiermonnikoog. Een vrouwtje Iberische tjiftjaf had een nest samen met een ‘gewone’ man tjiftjaf.
De Iberische tjiftjaf kun je vooral van de gewone tjiftjaf onderscheiden door roep en zang. Toch zijn er ook wel verschillen in het verenkleed. De bovenzijde heeft een meer groene kleur zonder bruin. Verder heeft de Iberisch tjiftjaf een gelige borst en meer witte buik. Oogt wat langer dan de gewone tjiftjaf en lijkt daarmee wat meer op een fitis.
De zang van de Iberische tjiftjaf is omschreven als: “tjip-tjip-tjip-tjip-wiet-wiet di-di-di-di-di”. De roep is een hoog, zacht, dalend “tseeeu”.
10-11 cm
Eileg van medio april tot eind mei, broeden tot in juni (13-15 dagen). 4-5 eieren, soms 6. Het vrouwtje bouwt het nest, een kommetje van plantaardig materiaal, zoals dode bladeren en gras, bekleed met fijner groenmateriaal en veertjes. Het nest wordt dicht bij de grond in dichte begroeiing geplaatst. De kuikens krijgen voornamelijk te eten van het vrouwtje, met af en toe hulp van het mannetje, en vliegen 14-15 dagen nadat ze uit het ei kwamen uit.
Broedt in uiterste zuidwesten van Frankrijk, op het Iberisch Schiereiland en verspreid in Noordwest-Afrika; hun belangrijkste overwinteringsgebieden liggen in tropisch West-Afrika, vanaf Senegal oostelijk tot Zuid-Mali, Burkina Faso en Noord-Ghana. Tijdens het broedseizoen te vinden in heuvelachtige gebieden met mediterrane beplanting en in meer open loofbossen met dichte ondergroei. Ook boven de boomgrens is de vogel te vinden in het struikgewas.
Niet veel over bekend, maar waarschijnlijk lijkt het menu op dat van de gewone tjiftjaf met vooral kleine insecten, in het najaar aangevuld met bessen en zaden. In Portugal zijn gevallen bekend dat ze als kolibries nectar uit bloemen eten.
De Iberische tjiftjaf is een trekvogel, waarbij de meeste vogels overwinteren in tropisch West-Afrika. In Spanje keren de vogels terug vanaf half maart en vertrekken weer vanaf eind augustus tot in september.
dwaalgast
De CDNA (Commissie Dwaalgasten Nederlandse Avifauna) heeft besloten om waarnemingen van de Iberische tjiftjaf per 1 januari 2026 af te voeren als ‘beoordeelsoort’. In de afgelopen decennia zijn in Nederland gemiddeld 2,4 Iberische tjiftjaffen per jaar aangetroffen.
| Aantal broedparen | 0-5 (2018-2020) |
| Geschat maximum aantal overwinteraars | Aantal onbekend |
| Doortrekkers | Aantal onbekend |
Bron: sovon.nl
Meer weten over trends? Kijk op sovon.nl.
Bron en meer waarnemingen: Waarneming.nl
Waarnemingen bekend uit het gehele land. Je moet geluk hebben op plekken met bomen en struikgewas.
Broedt in het uiterste zuidwesten van Frankrijk en in Portugal en Spanje.
Deze soort geldt wereldwijd als niet bedreigd.
Vogelbescherming zet zich in voor een algehele verbetering van de natuurkwaliteit in Nederland. Daar profiteren ook dwaalgasten van.
Verstoor geen dwaalgasten, bijvoorbeeld door je als vogelfotograaf vlak bij een mogelijk broedgeval op te stellen. Respecteer de aanwijzingen van terreinbeheerders. Gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk kunnen belangrijk bijdragen aan een basiskwaliteit natuur in Nederland, waardoor het voor alle vogels aantrekkelijker wordt om in Nederland te verblijven.
De Iberische tjiftjaf is een beschermde inheemse vogelsoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen, zijn Iberische tjiftjaffen beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. De bescherming van de Iberische tjiftjaf wordt in Nederland geregeld door de Omgevingswet.
De wet verbiedt het om zonder omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit:
Uitzonderingen op de vergunningplicht zijn opgenomen in de wet en bijbehorende uitvoeringsregelgeving. De provincie (en in sommige gevallen het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) kan een omgevingsvergunning verlenen die toestaat in strijd met de verboden te handelen. Daarnaast kan de provincie (en in sommige gevallen het Rijk) vergunningvrije gevallen aanwijzen. Aan beide zijn strenge voorwaarden verbonden.
De wet bevat daarnaast algemene regels voor in het wild levende vogels:
Er zijn geen natuurgebieden voor deze soort aangewezen.
© Foto's: AGAMI © Illustraties vogels: Elwin van der Kolk © Video's: Natuur Digitaal