Grauwe franjepoot

Red-necked Phalarope, Phalaropus lobatus - Strandlopers (Scolopacidae)

De grauwe franjepoot zoekt voedsel op een kenmerkende manier. Hij zwemt in ondiep water en pikt met de dunne snavel naar kleine prooidieren. Franjepoten zijn uniek onder de steltlopers omdat ze gelobde tenen hebben. Zeer schaarse doortrekker van de kuststreken, vooral in augustus en september.

Herkenning

Valt altijd eerst op door het gedrag, waarbij hij zwemt in het water en steeds om zich heen pikt naar voedsel. In prachtkleed onmiskenbaar door de blauwgrijs met bruinrode hals en de witte keel. Het mannetje is onopvallender getekend dan het vrouwtje. In augustus en september trekken jonge vogels door, herkenbaar aan het contrastrijke nagenoeg zwart-witte kleed met een zwarte vlek over het oog, een donker petje en daarnaast een naalddunne snavel.

Geluid

Scherp, hoog, kwetterend.


18-19 cm, spanwijdte 32-41 cm


Deze soort lijkt op:

Natuurbeleving dichterbij

Door nieuwe broedplaatsen en hoogwatervluchtplaatsen in te richten, creëren we meer rust voor vogels. Tegelijkertijd willen we mensen meer van wadvogels laten genieten. Dit doen we door nieuwe vogelkijkplekken te creëren en gratis vogelherkenningskaarten, de app ‘Wadvogels’, verrekijkeruitleenpunten aan te bieden.

Beleef de waddennatuur

Leefwijze

Broeden

Broedt solitair of in kolonies, vaak vlakbij noordse sterns. Rolverdeling omgekeerd: mannetjes broeden en brengen jongen groot. Mannetje paart vaak met meerdere vrouwtjes (polyandrie). Nest een kuiltje op de grond, in vegetatie, of op kale grond, spaarzaam bekleed met plantenmateriaal. Legtijd van half mei-juni. Eén, in geval van polyandrie vaak twee legsels; meestal 4 eieren. Broedduur 17-21 dagen. Jongen nestvlieders, vliegvlug na 16-21 dagen.

Leefgebied

Op trek in Nederland zeer ondiep, voedselrijk, zoet, zout of brak water met weinig vegetatie. Ondiepe binnendijkse plasjes, duinmeren, kwelderplasjes, geulen op wad en strand, ondergelopen bollenvelden. Overwintert op open zee in de tropen. Broedt op arctische toendra in of bij ondiepe plasjes, met veel vegetatie van o.a. zeggen aan de randen.

Voedsel

Buiten de broedtijd vooral muggenlarven en dierlijk plankton (krill, eenoogkreeftjes), in de broedtijd vooral insecten en hun larven (muggen, vliegen, kevers, kokerjuffers, mieren, wantsen etc.) en andere ongewervelden; ook kikkervisjes en zaden. Wordt op zicht gevonden en snel opgepikt van de oppervlakte met de dunne snavel.

Vogeltrek

Lange-afstandstrekker. Verlaat Arctisch broedgebied eind juni- augustus. Trekt over breed front, over land en over zee naar tropische zeeën, in het geval van Europese en West-Siberische populatie de westelijke Indische Oceaan (Arabische zee); westelijke vogels ook Stille Oceaan. Voorjaarstrek in mei. Trek vooral 's nachts, solitair of in kleine groepjes.


Verspreiding en aantal

doortrekker in uiterst klein aantal

jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec

Trend is onduidelijk door lage aantallen op doortrek in Nederland.

Aantallen in Nederland

Aantal broedparen Geen broedvogel
Geschat maximum aantal overwinteraars/doortrekkers uiterst klein aantal

Bron: Sovon Vogelonderzoek Nederland

Meer weten over trends? Kijk op sovon.nl.

Waarnemingen

Meer waarnemingen op Waarneming.nl

Kijktip

Vooral augustus en september. Wordt vaak op de onderwater gezette bollenvelden gezien. Verder op plasjes in kwelders en brak water op de Wadden en de Delta.

In Europa

Broedt in (sub-)Arctisch gebied van het hele Noordelijk Halfrond, In Europa van Schotland en IJsland in het westen tot in Noord-Rusland.

Meer informatie


Bescherming

Internationaal niet bedreigd, hoewel de nog steeds extreem grote wereldpopulatie wel licht is afgenomen.


Wet- en regelgeving

De grauwe franjepoot is een beschermde inheemse diersoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen zijn grauwe franjepoten beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. De bescherming van de grauwe franjepoot is in Nederland geregeld in de Flora- en faunawet.

Algemene regels

De Flora- en faunawet bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels, waaronder de grauwe franjepoot. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt:

  • het doden, verwonden, vangen (artikel 9)
  • het opzettelijk verontrusten (artikel 10)
  • het beschadigen, vernielen, uithalen, wegnemen of verstoren van nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen (artikel 11)
  • het zoeken, rapen, uit het nest nemen, beschadigen of vernielen van eieren (artikel 12)
  • het bezit, het vervoer en de handel in de vogels dan wel eieren, nesten of producten daarvan (artikel 13)

Uitzonderingen op de verboden zijn onder strikte voorwaarden mogelijk. Daarvoor is een ontheffing of een vrijstelling nodig.

Bijzondere regels

Er zijn geen natuurgebieden voor deze soort aangewezen op grond van de Natuurbeschermingswet 1998. De soort komt slechts in beperkte mate op doortrek in Nederland voor.

Meer weten?

© Foto's: AGAMI   © Illustraties vogels: Elwin van der Kolk   © Video's: Natuur Digitaal